secundair logo knw 1

  • Colors: Blue Color

Struviet: heeft het de toekomst of is het een hoge kostenpost? Het antwoord is vaak afhankelijk van de persoon aan wie je het vraagt. Dat komt omdat het effect van struvietvorming (gewenst of ongewenst) op de daaropvolgende processtappen niet altijd duidelijk is en vaak wordt onderschat. In dit artikel gaan de auteurs in op de mogelijkheden van struvietbestrijding in samenhang met een eventuele struvietterugwinning en deelstroombehandeling voor stikstof. Een goede analyse en aanpak maken ongewenste struvietvorming beheersbaar en voorkomt hoofdpijn als het gaat om terugwinning van struviet en stikstofverwijdering.

Zandverwijdering krijgt op rioolwaterzuiveringsinstallaties mogelijk niet de aandacht die het verdient. Uit beschikbare meetgegevens van waterschap De Dommel blijkt dat de slibkoek van de slibverwerkinginstallatie (svi) Mierlo op basis van droge stof circa 10% aan zand bevat. De hoge kosten die gemoeid zijn met de slibeindverwerking (centrale slibverbranding bij de SNB te Moerdijk) en in dit geval dus ook voor het zand in dit slib, zijn aanleiding geweest om het aspect zandverwijdering nader te onderzoeken met als onderzoeksvraag: kan de zandrest in slib op een kostenefficiënte manier verder teruggebracht worden? Dit artikel beschrijft de resultaten van het onderzoek.

Waterschap Rivierenland beschikt op meerdere locaties over circulatiesystemen in stedelijke watergangen. Wat het effect hiervan is op de zuurstofconcentraties in het water is onvoldoende bekend. Daarom heeft RPS in opdracht van het waterschap een praktijkproef uitgevoerd in drie stedelijke kernen. Hiervoor zijn vorig jaar zomer met intensieve veldmetingen de zuurstofconcentraties op de route in het circulatiesysteem in beeld gebracht. Daaruit blijkt dat het circuleren van water een nivellerend en verlagend effect heeft op de concentraties. Dit artikel beschrijft de zoektocht naar oplossingen die een grotere kans van slagen hebben.

De organisatie van Swim to Fight Cancer 2015 vroeg waterschap De Dommel en waterschap Aa en Maas om de risico’s van zwemmen in de grachten inzichtelijk te maken. Achter de schermen hebben ze advies gegeven. Waterkwaliteitsonderzoek alleen is in zo’n geval niet toereikend. In verband met de analysetijd van de monsters zit er een gat van vier dagen tussen monstername en het startschot. Om dit gat te overbruggen heeft waterschap De Dommel een waterkwaliteitsmodel opgezet. Het model neemt de onzekerheid in de laatste vier dagen weg en is daarmee een belangrijk instrument voor de organisatie van het zwemevenement.

Bij gemalen wordt vaak ook de waterkwaliteit gemeten. Overdag bemonsteren bij gemalen die voornamelijk ’s nachts malen, leidt tot een onderschatting van de uitgemalen hoeveelheden stoffen, zoals nitraat en fosfaat. Tegenwoordig kunnen concentraties hoogfrequent gemeten worden, waardoor een veel beter beeld ontstaat van de herkomst van bepaalde stoffen en de aard van transportprocessen. Hoogfrequente metingen bij het poldergemaal De Blocq van Kuffeler in de Flevopolder laten zien dat nitraat uit landbouwgebieden relatief snel wordt afgevoerd in natte periodes, maar dat fosfaat juist ook in de zomer uitspoelt.

Er is een vernieuwing gaande in het Nederlandse waterveiligheidsbeleid van een door preventie gedomineerde benadering naar een risicobenadering waarbij ook het beperken van de gevolgen met ruimtelijke maatregelen en rampenbeheersing een belangrijke rol speelt: meerlaagsveiligheid. Uit de resultaten van een lerende evaluatie van drie pilots meerlaagsveiligheid blijkt op welke wijze deze beleidsvernieuwing vorm krijgt. Een belangrijke conclusie is dat de verankeringen van resultaten bij de ‘thuisorganisaties’ essentieel is. De pilots tonen daarnaast aan dat beleidsvernieuwing een proces is van doormodderen: kleine stapjes en slimme duwtjes, in plaats van ‘grote stappen, snel thuis’.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.
@JanEens Jan, maar mijn opiniestuk gaat over hoe slimme bemetering en beprijzing het waterverbruik van huishoudens beïnvloeden. Dat er geen BOL is voor grootverbruik, helpt bedrijven inderdaad niet om slim met water om te gaan.   
Waarom de belasting op leidingwater (BOL) alleen voor de eerste 300m3? (€ 0,50 per m3 incl BTW). Beter is om een BOL te hebben voor het waterverbruik boven de 300m3. Politiek ligt dit moeilijk voor wat ik begreep.  
Of de waterkwaliteit wel 100% blijft onder deze oppervlakte heeft te maken met de normen die men hiervoor gebruikt. Bij eutrofiëring ontstaat wat groenalg en gelijk vliegt in de beoordeling de waterkwaliteit omlaag. Komt dat omdat anderen dit veroorzaken?