secundair logo knw 1

  • Colors: Blue Color

H2O Premium biedt u volledige artikelen uit het vakblad. De artikelen zijn beschikbaar voor de abonnees van H2O en leden van KNW. Bestaande leden kunnen hieronder inloggen. Meer informatie over onze abonnementen? Klik dan hier.

Boekenweek! De jaarlijkse feestweek waarin we met het hele land onze papieren vrienden vieren in alle boekwinkels, en al die boekenhemels waar je slechts met een uitleenpas hoeft te wapperen. Een mooie gelegenheid om wat waterboeken te tippen. Thema van de Boekenweek is dit jaar ‘generaties’. Daarom: vijf mooie of zinvolle boeken die ontwikkelingen – of het uitblijven daarvan – over generaties heen in een watercontext bespreken.


 Geschreven door Marianne Lankelma


Dredge, Drain, Reclaim – The Art of a Nation - Johan van Veen (1948)


The song of the dredge! Once heard, it is hard to forget’. Vol bewondering en liefde voor zijn vak – zo klinkt Johan van Veen, grondlegger van de Deltawerken, in deze geschiedenis van de waterstaat die hij in 1948 publiceerde. Doordat hij zijn reconstructie van ‘the making and moulding of the country’ alleen in (prachtig) Engels uitgaf, is het boek in Nederland nooit in grote oplagen gedrukt, maar voor de liefhebber is het in bieb en boekhandel nog steeds te vinden, en zeer de moeite waard. Van Veen vertelt over generaties dijkwerkers voor wie het verbreken van dike peace (de regel om geen ruzie te maken tijdens dijkreparaties) de doodstraf betekende, over de vele generaties voor wie de zee continu overstromingsgevaar vormde, over generaties baggeraars die zich na een tukje door opkomend tij lieten wekken (‘They used the tide even when snatching some sleep in the grass on the shore when they fastened the71V82edZ9L. AC UF8941000 QL80 ropes of their barge to their legs so as to be awakened as soon as the tide lifted the barge from its berth’), en over een jaloersmakend harmonieuze volksgeest ten tijde van de Zuiderzeewerken (‘the work had been enthusiastically supported by the entire population. It was truly a democratic enterprise, for the enthusiasm came from below, not from the top. Initiative, study and propaganda came from private resources’). Een bijzonder boek, dat ondanks zijn leeftijd prettig wegleest door de kleurrijke formuleringen van Van Veen. Verhalend (‘The polderjongens – those long-limbed, heavy-handed, slow-speaking workers in long boots, who have travelled over the whole world to do their mud and mattress work’), dankbaar naar onze voorouders (‘I wish to pay special tribute to those, living or dead, who have shown any initiative in our country’s endeavour to make something out of almost nothing’), monter (‘Happy the nation that has challenges and knows how to meet them’) en bij vlagen Cruyffiaans (‘Large plans cannot be viewed from too narrow principles’). Vol anekdotes en kleine gedichtjes bovendien, en zo nu en dan met iets wat lijkt op subtiele ironie (‘When Henry Ford, the automobile king, saw all these canals his advice was to fill them in and make roads of them. We had no intention of following his advice’) of een detail dat we vandaag de dag niet meer zo gauw bij de beschrijving van vooraanstaande politici zouden zetten (zoals het gewicht van Cornelis Lely). Voor wie na dit boekje niet genoeg Johan van Veen heeft gehad: Willem van der Ham schreef een mooie biografie. 


Oceaan - David Attenborough & Colin Butfield (2025)

OceaanNa een leven dat volledig in het teken van de mariene biologie heeft gestaan, is de bijna 100-jarige David Attenborough nog eenmaal achter de typemachine geklommen. Samen met BBC-collega Butfield toont hij zich bezorgd over hoe de mens binnen een paar generaties tijd flinke schade aan het zeeleven heeft toegebracht, maar evengoed hoopvol over hoe diezelfde mens die schade kan herstellen. Dit illustreren ze met zo veel goed gelukte voorbeelden van marien natuurherstel dat je er aan het eind van de rit helemaal opgeknapt uit komt. Daarbij helpen ook alle fascinerende schepselen die de revue passeren, zoals krokodilijsvissen die antivrieseiwitten aanmaken om rond de Zuidpool te kunnen leven, albatrossen die dankzij zoutfilterende neusbuisjes zeewater kunnen drinken, en vissen die met een soort leeslampje op hun hoofd rondzwemmen. Liefhebbers van de viskar hoeven overigens niet te vrezen dat dit boek ze de zin in een vrijdags visje zal ontnemen, want hoewel kritisch op rücksichtsloze supertrawlers die eeuwenoude koraal- en sponstuinen mee omhoog trekken (‘alsof je een bos omhakt om een hert te vangen’), benadrukt het boek dat kleinschalige, duurzame visvangst kan samengaan met een gezonde zee, en voor sommige gemeenschappen (zoals de Inuit) zelfs van levensbelang is. Een bemoedigend boek, waarin de auteurs uit een bewonderenswaardig vaatje optimisme weten te tappen.

 


Het Pesticidenparadijs - Dirk de Bekker (2026)

Een zevenjarige trektocht door een kafkaësk labyrint. Zo beschrijft onderzoeksjournalist Dirk de Bekker zijn onderzoek naar bestrijdingsmiddelen, waarvoor hij duizenden documenten bestudeerde en meer dan 400 gesprekken voerde met een breed scala aan belanghebbenden, zoals wateronderzoekers, boeren en toelatingsinstanties. Het resultaat is een gedetailleerd verslag waarin hij aan de hand van 338 bronnen schetst hoe de ‘overheid haar burgers niet volledig en regelmatig zelfs volstrekt onjuist informeert over bestrijdingsmiddelen’, en schoolvoorbeelden van belangenverstrengeling optekent die over een ander tijdperk lijken te gaan. Sinds 1949 is er bitter weinig veranderd, is de desillusionerende conclusie van De Bekker. Al zo’n 75 jaar leggen milieu- enHet Pesticidenparadijs gezondheidsbezwaren van wetenschappers en artsen het af tegen de pr- en desinformatiecampagnes en verregaande inspraak van de pesticidenindustrie bij toelatingsprocedures. Exemplarisch zijn de hoofdstukken over grond- en drinkwater, die bijvoorbeeld beschrijven hoe het RIVM in 1980 het toenmalige Bureau Bestrijdingsmiddelen met klem (vergeefs) adviseert het middel bentazon niet toe te laten; hoe zes drinkwaterbedrijven in ‘87 hoge concentraties hiervan uit de kraan zien stromen; hoe Vewin in ’95 (vergeefs) om onmiddellijke intrekking van de toelating verzoekt; hoe een decennium aan grondwatermetingen van de drinkwaterbedrijven door de industrie wordt weggewuifd; en hoe bentazon vandaag de dag nog altijd toegelaten en volop in omloop is. Het boek is een opeenstapeling van dit soort pijnlijke feiten. Zaadcellen, embryo’s en moedermelk waar bestrijdingsmiddelen in worden aangetroffen. Artsen die waarschuwen voor aanwijzingen die sinds de jaren ’80 opstapelen, over een verband tussen pesticiden en de ‘explosieve’ toename van parkinson. Vier ministeries die vorig jaar vijf reclamebureaus opdracht gaven om het imago van bestrijdingsmiddelen op te vijzelen. Al dan niet PFAS-houdende pesticiden die verboden zijn op gewassen, maar die als ‘diergeneesmiddel’ nog wél (“zonder enige milieubeoordeling”) toegelaten zijn om op de poes of hond des huizes te druppelen. Boeren die het gevoel hebben dat de samenleving tegen ze is, en die klem zitten in een systeem dat op pesticiden is ingericht. Zeven jaar hoor en wederhoor over deze onderwerpen heeft De Bekker soms moeten bekopen met bedreiging en intimidatie, maar heeft een boek vol stof tot nadenken opgeleverd. Wat zullen toekomstige generaties denken over onze omgang met bodem, water en natuur? 


 Nederland Waterland - Marieke van Delft & Reinder Storm (2025)

Nederland WaterlandDuizenden kaarten gingen voor dit boek door hun handen, en in heel hun leven een veelvoud daarvan. Eerder maakten ze samen al De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten, ditmaal dook schrijversechtpaar Marieke van Delft en Reinder Storm in kaarten over water, van 11.700 voor Christus tot aan nu en daar voorbij. Zij – historicus en gepensioneerd conservator oude drukken bij de Koninklijke Bibliotheek – in de kaarten van vóór 1800, hij – tot voor kort conservator cartografie, geografie en reizen bij het Allard Pierson Museum – in die van na 1800. Zij in haar werkkamer boven, hij beneden – ‘en dan mailen we elkaar af en toe, zo van: weet jij nog een leuke slotzin voor dit stukje?’. In matchende truien met hun lievelingskaart uit het boek erop – een kleurige over de sluiting van de Lauwerszee – trekt het echtpaar momenteel door het land om over hun lust en hun leven te vertellen, want ‘iedereen vindt oude kaarten interessant, behalve de mensen die dat nog niet weten'. En dus zaten op een koude avond onlangs zo’n vijfentwintig belangstellenden in het schip van de Zwolse Broerenkerk – anno 2026 een mooie boekhandel – gekluisterd aan hun enthousiaste verhaal over alle verrassende en verbazende kaarten die ze zijn tegengekomen. Kaarten over megalomane projecten die nooit zijn doorgegaan; kaarten die als propaganda of geschiedvervalsing dienden; kaarten die mensen konden kopen om te zien wat de impact van een overstroming was geweest, toen er nog geen journaal of Rijkswaterstaat-website bestond; en een merkwaardig vrolijk versierde legpuzzel uit 1944 met daarop een ondergelopen Walcheren, die Vroom & Dreesmann verkocht om geld in te zamelen voor slachtoffers van de inundatie. En één kaart over de toekomst: 2120. Voor velen een bekend getal, van de nature-based toekomstvisie van onderzoekers van Wageningen University & Research. ‘Dat is dan ook de enige bladzijde in het boek die niet door ons maar door de onderzoekers zelf geschreven is, want dat is natuurlijk een plan waar wij geen verstand van hebben’. Maar de geschiedenis van water – als vriend, als vijand, als vermaak – daar hebben deze kaartenliefhebbers zeker verstand van. 


De Binnenkant van Buiten - Tanja de Boer (2022)

Voor onze jongste generaties is en wordt ontzettend veel leuks over water geschreven. Klassiekers zoals Jan Terlouws ‘Oosterschelde Windkracht 10’, en verrassend veel nieuws, zoals het pas verschenen Waterwerelden, of Wild van Water. Toch hier een tip voor dit boekje wat ‘al’ uit 2022 is, waarin civiel ingenieur Tanja de Boer (gepromoveerd aan de TU Delft en deskundige op het gebied van hydrologie en watersystemen) in 143 bladzijden een heel gezelligDe binnenkant van buiten samenvattinkje van de watersector (en haar  geschiedenis) heeft weten te vatten. ’T is van een gewichtje dat in twee kinderhandjes niet aanvoelt als een onoverkomelijke berg, en toch staat er hartstikke veel in: bijvoorbeeld over de Deltawerken, droogleggingen en drinkwater. Rode draad is dat al deze dingen niet ‘zomaar’ bestaan, maar door creatieve mensen bedacht of gemaakt worden – en dat is hartstikke leuk werk, lijkt ze daarachter te willen zeggen. Tussendoor legt De Boer af en toe uit waarom iets dapper of knap is geweest, zoals de sluiting van de Afsluitdijk (‘Halverwege kwamen de twee teams elkaar netjes tegen, best knap zo midden in zee, zonder computers of gps’) of alle handmatige berekeningen die daaraan voorafgingen. Het is leuk geïllustreerd en bij elk thema staan experimentjes of knutselwerkjes die gemaakt kunnen worden om het onderwerp beter te begrijpen. Moeilijke woorden worden goed uitgelegd, en waar nodig gesouffleerd (‘het Cruquiusgemaal, dat spreek je uit als kru-ki-us’). Een leuk boekje voor jonge knutselaars, waarom-vragers en werkstukmakers. Vergeleken met de schriele boekjes waarmee generatiegenootjes en ondergetekende (’94) vroeger werkstukken en spreekbeurten over ‘de hamster’ en ‘de sinaasappel’ moesten maken denk ik: Ja! Dit is De Vooruitgang!

Hoe zouden de Rotterdamse haven en de waterbouwsector er hebben uitgezien zonder de aanleg van de Nieuwe Waterweg in de negentiende eeuw? Het valt bijna niet voor te stellen. Pieter Caland, ingenieur bij Rijkswaterstaat, die dit jaar 200 jaar zou zijn geworden, bedacht het radicale concept voor een snelle route naar zee. Al werkte en werkt niet alles zoals de bedoeling was.

Nederland streeft naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. In deze energietransitie kan groene waterstof worden ingezet als duurzame energiedrager en als hulpmiddel bij het balanceren van vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Het Nationaal Waterstof Programma (NWP) gaat uit van 3 à 4 gigawatt elektrolysevermogen in 2035. Wat betekenen deze plannen voor de watersector?

Plastic Soup Surfer Merijn Tinga combineert avontuur, wetenschap en activisme om plasticvervuiling aan te pakken. Hij supt en surft duizenden kilometers door heel Europa, vaak op zelfgemaakte planken van zwerfafval. De waterschappen kunnen volgens hem met datagedreven werken en slimme technologie een proactieve rol spelen. ‘Van afwachten naar sturen.’

Antibioticaresistentie is een groeiend probleem voor de volksgezondheid. Ook via het gezuiverde afvalwater komen antibioticaresistente bacteriën en genen in het milieu terecht. Wat betekent dat voor ons (drink)water en wat kunnen we eraan doen? “Niet alleen de problemen van vandaag oplossen, maar ook die van morgen.”


Geschreven door Pauline van Kempen


Afgelopen najaar bracht de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een rapport uit dat er niet om liegt. Wereldwijd wordt een op de zes infecties bij mensen veroorzaakt door bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica, zo bleek uit onderzoek. Dat kost jaarlijks zeker een miljoen mensen het leven. 

Deze antibioticaresistentie is de afgelopen vijf jaar met maar liefst 40 procent toegenomen. Vooral in Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten is het probleem groot: een op de drie infecties is daar inmiddels resistent. Die ontwikkeling is door de moderne geneeskunde niet meer bij te benen, waarschuwt de WHO, die daarom oproept tot verantwoord antibioticagebruik.  

In Nederland worden antibiotica bij mensen altijd al terughoudend voorgeschreven en daarom is de antibioticaresistentie hier nog relatief laag, zegt Heike Schmitt, onderzoeker bij het RIVM en hoogleraar aan de TU Delft. Ook in vergelijking met andere Europese landen. “Dat is het goede nieuws. Toch moeten we er aandacht voor blijven houden.”

'Rioolwaterzuiveringen zijn niet ontworpen om antibioticaresistentie tegen te houden'

Want ook hier stijgen sommige vormen van resistentie, zo blijkt uit de monitoring die het RIVM jaarlijks publiceert (NethMap One Health). Vooral bacteriën die urineweg- en huidinfecties veroorzaken waren in 2024 vaker ongevoelig voor sommige medicijnen dan in eerdere jaren. Daarnaast blijken ziekenhuizen vaker ‘laatste-redmiddel-antibiotica’ te gebruiken. 

Alle reden dus om ook in ons land de verspreiding van antibioticaresistente bacteriën en genen zoveel mogelijk te voorkomen, ook bij rwzi’s. Die zijn verantwoordelijk voor grofweg een derde van de totale vracht die via menselijke en dierlijke fecaliën in het oppervlaktewater terechtkomt, weet Cora Uijterlinde, programmamanager afvalwatersystemen bij STOWA. De twee andere routes zijn (riool)overstorten en mest, die ook allebei een derde voor hun rekening nemen. 

h20 animatie resistentebacterien 06 1

Bijvangst
“Rioolwaterzuiveringen zijn niet ontworpen om antibioticaresistentie te verwijderen”, zegt Uijterlinde. “Daar zijn ze ook onvoldoende toe in staat. Bovendien zijn er geen normen voor. En de waterschappen hebben sowieso al een gigantische uitdaging om medicijnresten en andere microverontreinigingen te verwijderen. Daar moeten ze eerst mee aan de slag.”   

De al langer sluimerende zorgen over antibioticaresistentie brachten STOWA wel op het idee om het onderwerp als ‘bijvangst’ mee te nemen in een grootschalig onderzoek naar innovatieve technieken voor het verwijderen van medicijnresten (Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater, IPMV). Zijn deze technieken wellicht ook effectief in het verwijderen van antibioticaresistente bacteriën en genen? Uijterlinde: “Als je als waterschap toch gaat investeren, kun je daar alvast rekening mee houden.”

Voor dit deelonderzoek werden vijftien technieken op tien verschillende rwzi’s getest. In alle onderzochte effluenten werden hoge aantallen antibioticaresistente bacteriën (in dit geval ESBL) aangetroffen. Die werden door de meeste technieken niet of nauwelijks verwijderd; alleen nanofiltratie, keramische microfiltratie en hoge ozondoseringen bleken in min of meerdere mate effectief.  

“Bij ozon hangt het echt af van de dosering”, zegt microbioloog Imke Leenen, die het onderzoek in opdracht van STOWA uitvoerde. “Als die te laag is, gebeurt er niet veel. Daar hadden we misschien iets meer van verwacht. Wil je ook de genen elimineren, dan moet je echt met grof geweld aan de gang. En de methodes met actief kool, die heel goed werken bij microverontreinigingen, doen eigenlijk niets voor antibioticaresistentie.”

Dat is gelijk de makke van het onderzoek. “De technologieën waren redelijk goed geoptimaliseerd voor de verwijdering van microverontreinigingen, want dat was het hoofddoel van het IPMV. Maar niet voor antibioticaresistentie of bijvoorbeeld PFAS”, legt Leenen uit. “Bovendien hebben we bij allemaal maar een paar keer bemonsterd, dat maakt het lastig om goede conclusies te trekken. Daarom noemen we het ook een verkennend onderzoek.”

Zwemwater
Wat wel duidelijk is geworden, is dat E. coli (Escherichia coli) een goede graadmeter is voor de aanwezigheid van antibioticaresistente bacteriën (ESBL). Dat is belangrijk, want E. coli is eenvoudiger en goedkoper te analyseren. “In nagenoeg alle onderzochte pilots waren de logaritmische waarden van E. coli ongeveer tweemaal de waarden van ESBL, onafhankelijk van de soort techniek. Deze verhouding bleef gelijk na de zuiveringsstap.”

E. coli, in de volksmond ‘poepbacterie’, is meestal niet ziekteverwekkend maar wel altijd aanwezig in de fecaliën van mens en dier. In de Europese zwemwater- en drinkwaterrichtlijnen wordt E. coli daarom ook als indicator gebruikt voor de aanwezigheid van fecale pathogenen (ziekteverwekkers).

'Zwemmers die geregeld in oppervlaktewater verkeren zijn iets vaker drager van resistente bacteriën'

Antibioticaresistente bacteriën en genen verspreiden zich op allerlei manieren en zwemmen in open water is daar een van, zegt RIVM-onderzoeker Schmitt, die ook meewerkte aan de STOWA-verkenning. “Maar het is zeker niet de belangrijkste, dat is menselijk contact. Volgens een schatting uit 2019 wordt 5,7 procent van alle ESBL’s via zwemwater overgedragen. Voor het ministerie was dat reden om niet direct te interveniëren.” 

Toch is ook deze route er volgens haar, gezien de toenemende resistentie, wel een om in de gaten te houden. “Zwemmers die geregeld in oppervlaktewater verkeren zijn iets vaker drager van resistente bacteriën, dat blijkt ook uit internationaal onderzoek. Maar het is lastig om duidelijke conclusies over de ziektelast te trekken, want je wordt er niet meteen ziek van. En er is een grote diversiteit aan resistente bacteriën, met verschillende risico’s.”

Drinkwater
Wie in open water zwemt, moet dat water inslikken om besmet te raken of met de hand de mond aanraken. Maar hoe zit het dan met ons drinkwater, dat deels ook uit oppervlaktewater wordt gewonnen? Dat is in principe veilig, zegt microbioloog Gertjan Medema van onderzoeksinstituut KWR. Hij wijst op de ontstaansgeschiedenis van de drinkwaterbedrijven, die eind negentiende eeuw de strijd aangingen tegen de cholerabacterie in het water. 

“Daar hebben we een zuiveringssysteem voor opgezet en daarmee kunnen we die poepbacteriën, en dus ook antibioticaresistente bacteriën, nog wel aan. Het oppervlaktewater voor Amsterdam bijvoorbeeld gaat eerst de duinen in. Die zandfiltratie is heel effectief in het verwijderen van bacteriën. En het meeste grondwater is goed beschermd; daar ga je ze niet tegenkomen.”   

Dat neemt niet weg dat ook de drinkwatersector zich zorgen maakt, zegt Medema. “We moeten niet alleen de problemen van vandaag oplossen, maar ook die van morgen. Iedereen verwacht dat het probleem van antibioticaresistentie groter wordt omdat we grijzer worden. Wat zit er in het water en halen wij het er voldoende uit?” 

Daarbij helpt het uiteraard als de antibioticaresistente bacteriën en genen op de rwzi al uit het afvalwater verwijderd zijn. Maar, waarschuwt Medema, het is ook een beetje een kip-en-ei-verhaal. “ESBL’s in het zwemwater komen deels overeen met die in patiënten. Maar is dat omdat ze die daar opgelopen hebben of omdat ze ze thuis uitgepoept hebben en ze via het riool of de overstort in het water terechtgekomen zijn?”

Klimaatverandering
Daarnaast zorgt het effluent van de rwzi’s slechts voor een deel van de vracht; ook mest en overstorten tikken flink aan. RIVM-onderzoeker Schmitt werpt de vraag op wat klimaatverandering kan gaan betekenen. “Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen van veel regen voor de afspoeling van mest en de overstorten?”

Er moet op alle drie de routes iets gebeuren, stelt Uijterlinde van STOWA. “Dat maakt het probleem ook zo complex. Voor de waterschappen is het belangrijk om de gezondheidsrisico’s mee te wegen als zij gaan investeren, bijvoorbeeld of het effluent als zwemwater wordt gebruikt of als irrigatiewater voor de landbouw. Maar het beste blijft natuurlijk om zo min mogelijk antibiotica voor te schrijven. Het is niet alleen een filter aan het einde van de keten.”