Het Hoogwaterbeschermingsprogramma begint nu op stoom te komen ondanks de coronatijd, zegt directeur Erik Wagener naar aanleiding van de publicatie van het jaarbericht over 2020. Bij veel dijkversterkingsprojecten wordt duidelijker hoe ze eruit gaan zien. “We willen toewerken naar een situatie dat jaarlijks een reeks projecten wordt aanbesteed, gestart en opgeleverd. Het moet als het ware een treintje worden.”

Het jaarbericht 2020 heeft de titel Dijkwerkers Werken Door! gekregen. Dit geeft volgens Erik Wagener goed weer hoe het Hoogwaterbeschermingsprogramma een lastig jaar is doorgekomen. “Bij mij overheerst een gevoel van trots. Wij konden het elan binnen het HWBP bewaren. De coronacrisis was natuurlijk een dreigende verrassing, maar we hebben ons goed aangepast aan de veranderde omstandigheden. De beperkingen bieden ook ruimte voor creativiteit. Er is vrij snel een nieuwe aanpak bij projecten ontstaan, waardoor de vertraging beperkt bleef.”

Erik WagenerErik Wagener

Voor alle belangrijke processen zoals aanbesteding, inspraak en kennisdeling zijn digitale varianten ontwikkeld, vertelt Wagener. Zo zijn er bij een aantal projecten digitale voorlichtingscentra ingericht en digitale dijktafels voor het gesprek met bewoners georganiseerd. Ook zijn er landelijke talkshows en kleinschalige ontmoetingen op de dijk gehouden. “Zulke oplossingen getuigen van veerkracht. We zullen ze ook na coronatijd gebruiken, omdat de nieuwe manieren soms veel effectiever zijn voor communicatie en samenwerking.”

Dertienhonderd kilometer versterkt
Het in 2014 gestarte Hoogwaterbeschermingsprogramma is een alliantie tussen waterschappen en Rijkswaterstaat. Het samenwerkingsverband gaat dertienhonderd kilometer aan dijken, dammen en duinen en vijfhonderd sluizen en gemalen versterken. Het doel is dat in 2050 alle primaire keringen voldoen aan de nieuwe veiligheidsnormen die in 2017 in de Waterwet zijn opgenomen.

Vorig jaar is 38,3 kilometer dijk versterkt en inmiddels in totaal 126,5 kilometer (stand van zaken eind 2020), aldus het jaarbericht. Momenteel bevindt ongeveer 600 kilometer dijk zich in een van de drie projectfases: verkenning, planuitwerking of realisatie. Het betreft zo’n 75 projecten. Los daarvan loopt er ook nog tot en met 2023 het Hoogwaterbeschermingsprogramma-2. In het kader hiervan wordt 362 kilometer aan dijken, dammen en duinen versterkt. Er is al 309 kilometer opgeleverd.

“Het HWBP komt op stoom”, licht Wagener toe. “Bij veel dijkversterkingsprojecten wordt concreter hoe ze eruit gaan zien. Er komt een reeks grote uitvoeringsprojecten aan en het aantal planningsmijlpalen neemt toe. Zo hebben we in 2020 een recordaantal subsidiebeschikkingen afgegeven.”

Structureel jaarlijks minstens vijftig kilometer
Deltacommissaris Peter Glas sprak afgelopen jaar bij de presentatie van het Deltaprogramma 2021 zijn zorgen uit over geluiden dat het bij de uitvoering van het HWBP wel iets langzamer kan. Ook Wagener ziet niets in het terugschroeven van het tempo. “Verslappen is geen optie. Iedereen die zich met waterveiligheid bezighoudt, is ervan doordrongen dat de komende dertig jaar een heleboel werk moet worden verricht. Daarom gaan we voortvarend aan de slag met projecten.”

 'De komende dertig jaar moet een heleboel werk worden verricht'

De aanvankelijke ambitie was om vanaf 2021 minstens vijftig kilometer dijk per jaar te versterken, voor een gemiddelde prijs van 7 miljoen euro per kilometer (op basis van het prijspeil van 2014). Dat wordt later. Vorig jaar ging Wagener uit van 2024 en nu is sprake van 2026. “De planning is nog niet stabiel. Dit hoort een beetje bij de huidige fase van het programma. Veel projecten zitten in de overgang van verkenning naar planvorming en realisatie. Ook is de opzet van het HWBP om te beginnen met de meest complexe en urgente projecten. Het zijn vaak grote projecten met wat meer bandbreedte wat betreft planning.”

De partijen binnen de alliantie vinden dat de productie van het programma als geheel voorspelbaarder moet worden. “We zijn op bestuurlijk niveau met elkaar in gesprek hoe we de trefzekerheid van planningen en ramingen van projecten kunnen verbeteren. Een van de instrumenten is een ingangstoets bij de start van een project. Dan bekijken professionals van de programmadirectie, waterschappen en kennisinstellingen wat er precies moet gebeuren, zodat het project beter kan worden geprogrammeerd. Dit past bij het idee van het HWBP: produceren en leren tegelijk. De uitvoering wordt daarmee steeds effectiever en efficiënter.”

Integrale veiligheidsprojecten
De afronding van de versterking van de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen was een belangrijke mijlpaal in 2020. Dat kon in de zomer coronaproof met een feestelijke bijeenkomst ter plekke worden gevierd. Wagener: “Het is een prachtig voorbeeld van een integraal veiligheidsproject binnen het HWBP. Er is 26 kilometer aan dijk versterkt met innovatieve technieken, terwijl er ook fors is geïnvesteerd in natuur en recreatie.”

In 2020 zwengelde het College van Rijksadviseurs de discussie aan of ruimtelijke kwaliteit niet een ondergeschoven kindje is bij waterveiligheidsprojecten. Ook verschillende watervoordvoerders van partijen in de Tweede Kamer lieten in aanloop naar de verkiezingen weten – met een verwijzing naar het vroegere programma Ruimte voor de Rivier – dat er meer aandacht voor maatschappelijke meerwaarde moet komen.

 'Er is veel aandacht voor de kansen in de omgeving'

“Ik zie eerlijk gezegd nog niet dat we hiervoor onvoldoende oog zouden hebben”, reageert Wagener. “Binnen het HWBP worden projecten gebiedsgericht aangepakt. Er is veel aandacht voor de kansen in de omgeving. Dat is bijvoorbeeld goed te zien in de vorig jaar door tien organisaties afgesloten samenwerkingsovereenkomst voor het project Meanderende Maas, dat door Waterschap Aa en Maas wordt uitgevoerd.”

De HWBP-directeur wijst wel op een belangrijk verschil met Ruimte voor de Rivier. “Hierin was ruimtelijke kwaliteit een specifiek doel, terwijl in ons programma waterveiligheid meer centraal staat. Het gaat dus om andersoortige projecten, maar in de praktijk is de ambitie vergelijkbaar.”

Veelbelovende experimenten met innovaties
Dit jaar worden een paar dijkversterkingsprojecten afgerond: onder meer het deel van de Lekdijk bij Vianen en de Lauwersmeerdijk. Verder gaat de realisatie van het grote project Gorinchem-Waardenburg van start. In het kader van het HWBP-2 wordt de Westdijk opgeleverd, vertelt Wagener. “Het project heeft vertraging opgelopen, omdat een deel van de dijk moest worden afgegraven vanwege het gebruik van verontreinigde grond. Hiervoor is gelukkig uiteindelijk een oplossing gevonden. Die wordt nu uitgevoerd.”

Innovatie is een van de pijlers van het HWBP. Volgens Wagener worden nieuwe technieken en strategieën bedacht om de impact van projecten te verminderen en de kosten te drukken. “Dat gaat onverminderd door. Wij zijn bezig met allerlei veelbelovende experimenten buiten als gras op zand en de grofzandbarrière. Bij deze barrière zijn we al ver gevorderd en kijken we nu naar de commerciële maakbaarheid.”

Jaarlijks een reeks projecten
Wat denkt Wagener dat volgend jaar het verhaal van het bericht over 2021 gaat worden? “Ons programma is er eentje van de lange lijnen, dus het beeld zal vergelijkbaar zijn. Ik verwacht wel dat er weer een groot project is uitgevoerd en een aantal andere projecten naar de markt is gebracht. We willen de druk op de ketel houden en toewerken naar een situatie dat jaarlijks een reeks projecten wordt aanbesteed, gestart en opgeleverd. Het moet als het ware een treintje worden. Hiermee zal het HWBP over een paar jaar een stuk zichtbaarder zijn voor mensen die op wat grotere afstand staan.”

Stand van zaken HWBP eind 2020Voortgang bij de projecten van het HWBP in beeld gebracht (bron: Jaarbericht 2020)

 

MEER INFORMATIE
Online jaarbericht 2020 van HWBP
H2O-interview Erik Wagener i.v.m. jaarbericht 2019
H2O Actueel: rijksadviseurs over HWBP
H2O Actueel: project Houtribdijk afgerond
H2O Actueel: samenwerking Meanderende Maas
H2O Actueel: sanering Westdijk
H2O Actueel: grofzandbarrière in Gameren

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!