Het Hoogwaterbeschermingsprogramma bevindt zich in de overgang naar een fase waarin projecten technisch worden uitgewerkt en gerealiseerd, zegt directeur Erik Wagener naar aanleiding van het jaarbericht over 2019. Het doel van vijftig kilometer dijkversterking per jaar verschuift wel naar achteren. “Wij verwachten dit nu in 2024 te bereiken.” En over de coronacrisis: “Naast beperkingen zijn er ook nieuwe kansen. De projecten vinden zichzelf opnieuw uit.”

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een in 2014 gestarte alliantie van de waterschappen en Rijkswaterstaat. Zij versterken tot 2050 naar verwachting elfhonderd kilometer aan dijken. Ook pakken de partijen vijfhonderd sluizen en gemalen aan. Het jaarbericht over 2019 geeft daarvan een tussenstand. Het doel is dat over dertig jaar alle primaire keringen voldoen aan de nieuwe wettelijke veiligheidsnormen die in de Waterwet zijn vastgelegd.

Erik WagenerErik Wagener

De titel van het deze week verschenen jaarbericht is Meters maken. Het versterken van de dijken is echt een productieopgave, vertelt directeur Erik Wagener van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. “Een grote klus. Erg belangrijk is het besef dat elfhonderd kilometer dijk moet worden versterkt. De titel is ook een aansporing om naar dit doel toe te werken.”

HWBP in transitiefase
Volgens het jaarbericht 2019 is er op dit moment sprake van een aanloopfase naar een productie van gemiddeld vijftig kilometer per jaar. Van de nu bekende totale veiligheidsopgave van 1.274 kilometer dijk bevond 598 kilometer zich aan het eind van vorig jaar in een van de drie projectfases: verkenning, planuitwerking of realisatie (zie de projectenkaart onderaan dit bericht). Dat is 94 kilometer meer dan een jaar eerder. Verder is vastgesteld dat 88 kilometer dijk voldoet aan de wettelijke norm.

Het HWBP zit in een transitiefase, licht Wagener toe. “We bevinden ons midden in de overgang naar een fase waarin we projecten technisch kunnen uitwerken en realiseren. De doorlooptijd van een project is gemiddeld zes jaar. Het doel van vijftig kilometer dijkversterking per jaar verschuift wel wat naar achteren. Wij hadden gehoopt dit eerder te bereiken, maar nu verwachten we dat we in 2024 zover zijn.”

Eerste grote dijkversterking
In 2019 is al de dijk tussen Delfzijl en Eemshaven over een lengte van twaalf kilometer versterkt. “Dit is het eerste grote project van het HWBP waarbij is versterkt volgens de nieuwe normering”, zegt Wagener. “In een zeer krappe tijdspanne van vijf jaar is het gelukt. De dijk is niet alleen veilig, maar ook bestand tegen aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning.” Er worden meerdere van dergelijke grote projecten de komende jaren afgerond, vervolgt de HWBP-directeur. “Dit jaar wordt onder andere de versterkte Houtribdijk opgeleverd. Hopelijk kunnen we daar toch samen bij stilstaan ondanks de coronacrisis.”

Er is ook nog een apart uitvoeringsprogramma HWBP-2 voor 362 kilometer dijk. Daarvan voldoet 266 kilometer aan de wettelijke normen. Voor de resterende 96 kilometer lopen er vier dijkversterkingsprojecten.

Kosten hoger
Het jaarbericht noemt een bedrag van gemiddeld 7 miljoen euro voor een kilometer dijkversterking (gebaseerd op het prijspeil van 2014). Het is de vraag of dat haalbaar is, want de kosten van projecten zijn hoger dan oorspronkelijk geraamd. Er is nog een ander probleem: projecten starten en eindigen later dan voorzien. Dat kan in de toekomst gevolgen hebben voor het behalen van het programmadoel, wordt in het jaarbericht opgemerkt.

 'Het is pionieren met de toepassing van de nieuwe normen in de praktijk'

Het is pionieren, vertelt Wagener hierover. “We passen voor het eerst de nieuwe veiligheidsnormen in de praktijk toe bij dijkversterkingsprojecten. De uitdaging is om deze normen te vertalen in projectontwerpen. Wij zijn aan het uitvinden wat voor projecten we precies in handen hebben. Het gaat uitgerekend om de grotere, complexere projecten in het programma, omdat we met elkaar hebben afgesproken urgente projecten als eerste te doen.”

De kosten van projecten vallen daardoor nu hoger uit dan de inschatting van een aantal jaar geleden. “Toen wisten we nog niet goed hoe duur ze eigenlijk zouden zijn. Hetzelfde geldt voor de vertraging bij projecten. Ik zie het als aanloopinvesteringen. Als we later meer ervaring met de nieuwe manier van denken en werken hebben opgedaan, kunnen we er ons voordeel mee doen.”

Partnerschappen bij innovatie
Innovatie is een belangrijke pijler van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. “Dat is een hefboom om dijken effectief te versterken en de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken.” Wagener wijst op de innovatiepartnerschappen die Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Rivierenland in 2019 met andere partijen zijn aangegaan. “Zij hebben een methode ontwikkeld waarmee aannemers en ingenieursbureaus worden uitgedaagd om maximaal in te zetten op innovatie.”

De inzet van innovatieve technieken en werkmethoden levert volgens het jaarbericht veel geld op. De gerealiseerde besparingen bedroegen 170 miljoen euro aan het eind van 2019. Dat is beduidend meer dan de investering van 112 miljoen euro tussen 2014 en 2019.

Evaluatie van subsidieregeling
Waterschappen die een HWBP-project uitvoeren, krijgen een financiële bijdrage van 90 procent van de geraamde projectkosten. De subsidieregeling is voor de eerste keer na vijf jaar geëvalueerd. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat stuurde daarover deze week een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister constateert het onderzoeksbureau dat er geen noodzaak is om de regeling aan te passen. De subsidieregeling is doeltreffend, omdat deze bijdraagt aan het laten voldoen van keringen aan de norm. Wel zijn er vanwege de doelmatigheid verbeteringen in de uitvoering nodig, met name door een eenduidig beoordelingskader voor subsidies.

“Met de afspraken voelt iedereen zich nog happy”, zegt Wagener. “De praktische uitwerking van de subsidieregeling moet echter gedetailleerder worden uitgewerkt. Belangrijk punt is hoe om te gaan met projectrisico’s, waarvan de kans klein is maar de potentiële gevolgen groot. Waterschappen worstelen hiermee omdat deze risico’s nu bij henzelf liggen. In de evaluatie staat dat we het misschien meer moeten zoeken in het collectief dragen hiervan. We gaan bekijken hoe dat er precies uit kan zien.”

Nieuwe werkvormen vanwege coronacrisis
Wat denkt Wagener dat volgend jaar de titel van het jaarbericht wordt? “Belangrijk daarvoor is natuurlijk wat de coronacrisis voor gevolgen voor ons werk heeft”, is zijn antwoord. “De beperkingen werken belemmerend, maar ik zie ook nieuwe kansen en perspectieven.”

Wagener is onder de indruk van hoe waterschappen het aanpakken. “De projecten vinden zichzelf opnieuw uit. Hoe doe je een aanbestedingsprocedure en hoe geef je een ontwerpproces vorm zonder dat mensen elkaar fysiek kunnen treffen? Hoe ga je om met omgevingsmanagement, nu keukentafelgesprekken en inloopbijeenkomsten niet mogelijk zijn? Daarvoor bedenken waterschappen nieuwe werkvormen. Het zou mooi zijn als we straks in het jaarbericht over 2020 kunnen vertellen, dat we ondanks deze zeer vervelende tijd erin zijn geslaagd om het HWBP verder te brengen.”

Projectenkaart HWBP eind 2019Stand van zaken bij HWBP-projecten aan het eind van 2019 (Bron: Jaarbericht 2019 HWBP)

 

MEER INFORMATIE
Jaarbericht 2019 van HWBP
Website van Hoogwaterbeschermingsprogramma
Kamerbrief minister over evaluatie subsidieregeling
HWBP verlegt focus naar integrale dijkversterking
H2O-artikel over de nieuwe focus van HWBP
Versterking Amsterdamse Ringdijk met klapankers

Versterking zeedijk tussen Eemshaven en Delfzijl
Zandoevers langs helft Houtribdijk
Nieuwe directie van HWBP in 2018 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!