De legionellanorm zal worden toegespitst op Legionella pneumophila voor de meeste prioritaire instellingen. De Europese Drinkwaterrichtlijn biedt deze ruimte, meldt minister Mark Harbers in een brief aan de Tweede Kamer. De aanpassing wordt pas doorgevoerd als er betrouwbare analysemethoden beschikbaar zijn om Legionella pneumophila in drinkwater vast te stellen. Het RIVM doet daarnaar literatuuronderzoek.

Zo’n 18.000 gebouwen zijn in ons land als prioritair aangemerkt, omdat er een relatief groot risico op een legionella-uitbraak bestaat. De versoepeling gaat gelden voor onder meer hotels, campings, zwembaden, sauna’s, gevangenissen en asielzoekerscentra. Hier kan straks de aandacht bij de legionellapreventie in leidingwater worden geconcentreerd op Legionella pneumophilia, de in Nederland verreweg gevaarlijkste soort.

Alleen voor ziekenhuizen en zorginstellingen verandert er niets. Bij deze prioritaire instellingen wordt de brede normstelling gehandhaafd waarbij behalve naar Legionella pneumophila tevens wordt gekeken naar een groot aantal andere kweekbare soorten, de groep van Legionella nonpneumophila. De reden is dat er veel mensen verblijven die door een ernstig verzwakt immuunsysteem of onderliggende aandoening ook hiervoor kwetsbaar zijn.

Ruimte in Drinkwaterrichtlijn
Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat neemt daarmee de aanbeveling van organisatieadviesbureau Berenschot en wateronderzoeksinstituut KWR over om de norm voor legionellabacteriën te differentiëren. Die deden zij in het vorig jaar uitgebrachte rapport Met recht naar een doeltreffende legionellapreventie. Zijn voorganger Barbara Visser liet in november 2021 al aan de Tweede Kamer weten positief tegenover het voorstel te staan.

De vraag was toen: biedt de Europese Drinkwaterrichtlijn ruimte om in de Nederlandse regelgeving voor specifieke locaties een normwaarde te hanteren voor Legionella pneumophila, op een niveau van lager dan honderd kolonievormende eenheden per liter (< 100 kve/l)? Dit blijkt na nadere bestudering het geval, schrijft Harbers in zijn gisteren aan de Tweede Kamer gestuurde brief.

Recent heeft Nederland de regelgeving voor legionella in leidingwater geëvalueerd en op deze manier volgens de bewindsman een algemene risicobeoordeling conform de Drinkwaterrichtlijn uitgevoerd. Ook moeten de controle- en beheersmaatregelen proportioneel zijn tot het risico, maar zijn dat nu niet voor een aanzienlijk deel van de prioritaire instellingen. Daarom kan er bij de normstelling een onderscheid worden gemaakt tussen locaties (zie tabel). De nieuwe normstelling wordt opgenomen in een wijziging van de Regeling legionellapreventie die naar verwachting medio dit jaar de internetconsultatie ingaat, aldus de minister.

Aanpassing legionellanorm
Nieuwe normstelling in verband met legionellapreventie in prioritaire instellingen I Bron: Tweede Kamerbrief van minister Mark Harbers (9 mei 2022)

Aanbeveling volledig overgenomen
Mooi dat de brief er nu ligt, reageert Paul van der Wielen, principal microbioloog bij KWR en hoofdauteur van het KWR/Berenschot-rapport. “Wij waren eigenlijk verrast want we wisten niet dat de brief eraan zat te komen. De strekking hadden we wel verwacht, gezien het eerdere positieve standpunt van minister Visser. We zijn blij dat de voorgestelde aanpassing van de legionellanorm volledig is overgenomen, want dat zien we als een belangrijke stap voor Nederland. Het wordt ook de grootste verandering in de wetgeving.”

Paul van der WielenPaul van der Wielen

Dat de meeste prioritaire instellingen niet meer hoeven te monitoren op alle kweekbare legionella, zal volgens Van der Wielen in de praktijk de nodige gevolgen hebben. “Bij ongeveer 60 procent van de monsters wordt geen Legionella pneumophila gevonden maar wel Legionella nonpneumophila. Deze zijn veel minder ziekteverwekkend, maar toch moet een instelling nu allerlei acties ondernemen. Wij verwachten dat instellingen veel minder vaak positief gaan testen, als ze alleen nog op Legionella pneumophila monitoren.”

Doelmatige focus in legionellabeleid
Daarmee wordt een goede en doelmatige focus aangebracht in het legionellabeleid voor leidingwaterinstallaties, zegt Van der Wielen. De beperkte middelen worden op het ogenblik niet effectief ingezet. “Instellingen maken veel kosten voor het bestrijden van bacteriën waarvan niemand ziek wordt. Dat levert dus voor de volksgezondheid bijzonder weinig op.”

De KWR-onderzoeker komt nog met een ander punt. “In een leidingwaterinstallatie kan zowel Legionella nonpneumophila als Legionella pneumophila zitten. Als het eerste in hogere aantallen voorkomt, mis je met de huidige detectiemethoden de Legionella pneumophila. Dan reageer je mogelijk niet zo snel als je zou willen. Dat is straks voorbij.”

Minister Harbers wijst erop dat de Nederlandse normwaarde een logeenheid strenger is dan de Europese norm. Het gaat om tien keer minder, licht Van der Wielen toe. “In de Drinkwaterrichtlijn wordt uitgegaan van lager dan duizend kolonievormende eenheden ofwel cellen per liter. Nederland hanteert een grenswaarde van honderd cellen per liter. Dat doen wij omdat de waterbedrijven drinkwater zonder chloor distribueren. Daarom vinden we een extra kwaliteitseis belangrijk.”

Geschikte analysemethoden onderzocht
De aanpassing van de legionellanorm treedt volgens de brief van de minister in werking, als er betrouwbare analysemethoden beschikbaar zijn waarmee de hoeveelheid Legionella pneumophila in drinkwater kan worden vastgesteld. Hiernaar doet het RIVM momenteel literatuuronderzoek; de resultaten worden in het najaar verwacht. Daarna volgt nog een acceptatietraject bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Hierbij moeten leveranciers aantonen dat hun detectietechnieken minstens gelijkwaardig zijn aan al bestaande methoden.

Verstandig dat deze uitgebreide procedure wordt gevolgd, vindt Van der Wielen. “Wij hadden in ons advies al geschreven dat je alleen moet overgaan als er een geschikte en gestandaardiseerde analysemethode is. Er zijn verschillende methoden in de literatuur beschreven, maar die zijn nog niet allemaal goed onderzocht. Wij geven in ons rapport een paar suggesties van methoden die dat wel zijn. Het is nu aan het RIVM om te bekijken wat de meest geschikte analysemethoden zijn. Daarna moeten ze ook nog worden getest. Het is een heel proces waar enige tijd overheen gaat.”

Ook onderzoek naar andere aanbevelingen
Andere aanbevelingen in het KWR/Berenschot-rapport staan nog open. Van der Wielen noemt als voorbeeld de temperatuur van warm water, die nu 60 graden Celsius bij de boiler en boven de 55 graden aan de warmwatertappunten is. “Die zou men vanwege de energietransitie het liefst verlagen. Bij warmwaternetten komt het water op een lagere temperatuur binnen, maar dat kan volgens ons onderzoek het legionellarisico vergroten.”

De vraag is of de noodzaak van 60 graden kan worden vermeden met innovatieve oplossingen voor de beheersing van legionella. KWR is van plan om dat samen met een consortium van warmteleveranciers, installatiebedrijven, technologieleveranciers, drinkwaterbedrijven en brancheorganisaties te onderzoeken onder de subsidieregeling MOOI 2022. “Daarnaast heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het voornemen om naar dit en enkele andere punten uit ons rapport vervolgonderzoek te laten doen. Dat wordt waarschijnlijk binnenkort uitgezet.”

Van der Wielen benadrukt tot slot het belang van voortdurende monitoring. “Als de legionellawetgeving verandert, moeten wij met zijn allen in de gaten blijven houden hoe het gaat met het aantal ziektegevallen. Op basis van de wetenschap is onze eigen inschatting dat de stap zonder enig risico kan worden genomen. Maar het is natuurlijk belangrijk om de effecten voor de volksgezondheid te bekijken.”


VERDEELD GEREAGEERD OP AANPASSING

De differentiatie van de legionellanorm kan niet rekenen op algemene instemming binnen de drinkwatersector. Egbert Leiting, voorzitter van de Expertgroep Legionella van ENVAQUA, toont zich in een interview in het maartnummer van magazine H2O bezorgd over de veiligheid als alleen Legionella pneumophila-bacteriën worden gemonitord. Volgens hem wordt het overgrote deel van de legionellabesmettingen hierdoor veroorzaakt, maar kunnen de andere bacteriën fungeren als een soort kanarie in de kolenmijn. Ceo Rogier van den Brink van Holland Water komt in een interview in hetzelfde H2O-nummer met kritiek op de regelgeving voor legionellapreventie en -bestrijding.

Als reactie hierop schreven Paul van der Wielen en zijn KWR-collega Frank Oesterholt een uitgebreid opiniestuk voor de site van H2O waarin ze ingaan op de opmerkingen. Overigens hebben de partijen elkaar inmiddels gesproken, zegt Van der Wielen. “We delen met elkaar de visie dat bij de aanpak van het legionellaprobleem in leidingwatersystemen gezocht moet worden naar de juiste proportionaliteit in de verbinding tussen volksgezondheid, duurzaamheid en maatschappelijke kosten.”

MEER INFORMATIE
Tweede Kamerbrief van minister Harbers 
H2O Actueel: uitkomsten KWR/Berenschot-rapport 
Toelichting KWR op het rapport 
H2O Actueel: toetsing methode NEN-EN-ISO 11731 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!