Het innovatieprogramma van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) krijgt een andere focus. De komende jaren komt het accent te liggen op het ontwikkelen van nieuwe veiligheidsconcepten en adaptieve strategieën. Reeds ontwikkelde innovaties moeten op grote schaal geïmplementeerd worden in nieuwe dijkversterkingsprojecten.

Een en ander blijkt uit de nieuwe Kennis en Innovatieagenda (KIA) die het HWBP vandaag presenteert op de kennis- en innovatiedag in Utrecht.

Versterken van de dijk moet in een breder perspectief worden bekeken, zoals de kwaliteit van de leefomgeving, om zo (het gevoel van) veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid van het gebied te vergroten, schrijft het HWBP. Duurzaamheid speelt daarin een belangrijke rol.

JORG WILLEMS 180 vk Jorg Willems“We willen naar een integrale dijkversterking. En uiteindelijk naar een veerkrachtig systeem”, legt Jorg Willems van het HWBP uit. Willems is verantwoordelijk voor het innovatieprogramma.

Samenwerking
In de visie van de programmadirectie van het HWBP moet bij de ontwikkeling van dijkversterkingsprojecten samenwerking worden gezocht met andere partijen. “Meer dan nu al gebeurt.”

Tot dusverre waren de innovatietrajecten in de zogeheten project overstijgende verkenningen (POV’s) vooral gericht op faalmechanismen als piping, dijkbekleding en macroinstabiliteit. In de komende jaren zal daar de aandacht naar blijven uitgaan, maar daarnaast wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe veiligheidsconcepten.

Willems roept iedereen op die innovaties en slimme ideeën heeft die nadere uitwerking behoeven of verder aangescherpt, om zich te melden bij het HWBP. “Kom maar op met die ideeën.”

Laten renderen
In de komende jaren wordt ook nadrukkelijk ingezet op het laten renderen van de tot nu toe ontwikkelde innovaties. Dat betekent dat de vernieuwingen, inzichten en optimalisaties op grote schaal toegepast moeten gaan worden in versterkingsprojecten.

Om dat te stimuleren introduceert het HWBP de programmarichtlijn ‘pas toe of leg uit’. Dat betekent dat beheerders zelf mogen bepalen of ze nieuwe technieken gaan toepassen. Maar als ze dat niet doen, moeten ze uitleggen waarom. Risico’s bij toepassing van de nieuwe technieken worden collectief afgedekt, vertelt Willems.

 

MEER INFORMATIE
Lees in H2O december het uitgebreide verhaal over het nieuwe innovatieprogramma van het HWBP

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!