secundair logo knw 1

Foto: HKT

Ja vanwege geen of een zeer laag risico, ja mits met een grote opgave en nee, niet bouwen. Dat zijn drie van de mogelijkheden in het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee de toepassing van het principe ‘water en bodem sturend’ bij nieuwbouwprojecten wordt ondersteund. Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan er bijna overal nog worden gebouwd. Voor diverse locaties zijn wel extra maatregelen nodig.

Minister Mark Harbers heeft het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving op 9 april aan de Tweede Kamer gestuurd. Er zit een landelijke kaart bij waarmee een samenvattend beeld wordt gegeven van waar er goed gebouwd kan worden, waar er een opgave is vanuit het water- en bodemsysteem en waar het niet verstandig is om te bouwen.

Hieruit blijkt dat in Oost- en Zuid-Nederland – vooral op de hoger gelegen delen – meestal zonder risico kan worden gebouwd. In het westen, midden en noorden is daarentegen vaak een aanvullende inspanning nodig, variërend van klein tot groot.

Op sommige plekken in Zuid- en Noord-Holland en ook in een aantal andere delen van het land wordt bouwen als onwenselijk aangemerkt. Ook zijn er twee gebieden waar bouwen niet is toegestaan: uiterwaarden en buitendijks IJsselmeergebied.

Voor bepaalde locaties meer maatregelen nodig
Wat het algemene beeld betreft komt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in een bericht met een vrij optimistische boodschap: er zijn in ons land nog voldoende plekken om te bouwen, ook als er rekening wordt gehouden met waterveiligheid, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid. Maar kies wel verstandige locaties, wordt eraan toegevoegd.

Voor bepaalde locaties zijn meer maatregelen nodig, ook om ervoor te zorgen dat mensen er in de toekomst met een ander klimaat nog goed kunnen wonen. Als voorbeelden worden de kustprovincies en de locaties langs de rivieren en beekdalen genoemd. Hier kan sprake zijn van een slappe bodem, een grote kans op wateroverlast of meerdere risico’s samen.

 

Landelijke kaart afwegingskader loepLandelijke kaart van het afwegingskader I Bron: ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ondersteuning van decentrale overheden
Met het afwegingskader worden provincies, gemeenten en waterschappen ondersteund bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, schrijft minister Harbers in zijn begeleidende Kamerbrief. “Het instrument geeft inzicht op welke plekken, gegeven het water- en bodemsysteem, ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, eventueel met randvoorwaarden. Daarnaast maakt het ook duidelijk op welke plekken er niet gebouwd kan worden.”

Het ruimtelijk afwegingskader was al aangekondigd in de Kamerbrief van 25 november 2022, waarin het kabinet de uitgangspunten – met 33 keuzes – vaststelde voor de inrichting van Nederland met het beginsel water en bodem als sturend element. Het kader sluit aan op de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving die in maart 2023 is gepresenteerd. Hierin staat hoe er klimaatbestendig kan worden gebouwd.

In de Kamerbrief van anderhalf jaar geleden gaf het kabinet aan dat het afwegingskader gaat gelden voor woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen waarvoor op 1 januari 2025 nog geen bestemmingsplan is. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kijkt nu naar de mogelijkheden om dit juridisch te borgen. Logisch lijkt een verplichting om het instrument te gebruiken bij het proces rond locatiekeuzes. Daarover is echter nog geen beslissing genomen.

Themakaarten voor overstromingen, wateroverlast en bodemdaling
Het afwegingskader bestaat uit kaarten, een beslisboom, een toelichting bij het instrument en informatie over het handelingsperspectief en het verdere proces. Op zich gaat het om bestaande informatie, maar voor het eerst zijn wetenschappelijk onderbouwde data gecombineerd tot kaartmateriaal.

Dat hebben de adviesbureaus HKV lijn in water, TAUW en Defacto Stedenbouw gedaan in een onderzoeksrapport. Zij maakten een serie themakaarten voor overstromingen, wateroverlast (met een onderscheid in blootstelling en slachtofferrisico) en bodemdaling. Aan de hand hiervan is de landelijke ‘gecombineerde sturingskaart’ gemaakt.

Rood voor uiterwaarden en buitendijks IJsselmeergebied
Het afwegingskader is bedoeld voor heel Nederland. Er zijn echter twee uitzonderingen: uiterwaarden en buitendijks IJsselmeergebied. Hiervoor geldt al nationale regelgeving voor het bouwen.

Beide gebieden worden met rood (bouwen is niet toegestaan) aangegeven, omdat het risico op waterschade of -overlast heel groot is of omdat het belangrijk is om de gebieden vrij te houden voor waterfuncties. Denk bij het laatste aan ruimte voor waterberging in de rivieren en behoud van zoet water in het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren.

De regelgeving voor de gebieden wordt aangescherpt, zoals was aangegeven in de Kamerbrief van november 2022. Naar verwachting wordt dit voor het buitendijkse IJsselmeergebied eind 2026 afgerond.

Voor uiterwaarden is een deel van de aanscherping al op 1 april ingegaan door de nieuwe Beleidslijn Grote Rivieren. Hiermee is de uitzondering komen te vervallen waardoor het mogelijk was om te bouwen in het stroomvoerende deel van de rivier mits dit meer ruimte voor de rivier opleverde. Alleen vergevorderde projecten mogen nog worden afgemaakt. De rest van de aangescherpte regelgeving volgt later dit jaar.

Unie van Waterschappen: concreet handvat
De Unie van Waterschappen laat in een reactie weten blij te zijn dat het ruimtelijk afwegingskader nu beschikbaar is. Dit biedt een concreet handvat.

Wel geeft volgens de Unie de landelijke kaart vooral aan waar bouwen gepaard gaat met met extra opgaven. “Hiermee dient de kaart als de start van een proces. Het is dan aan de initiatiefnemers en waterbeheerders om met elkaar in gesprek te gaan over wat er nodig is voor een toekomstbestendige oplossing. Daarnaast kunnen er regionaal aanvullende randvoorwaarden gelden voor de geschiktheid van een bouwlocatie.”

Vewin: tijdig gesprek over drinkwaterbeschikbaarheid
De drinkwatersector is positief over het afwegingskader, laat Vewin weten in een bericht. De vereniging van waterbedrijven wijst op de problematiek rondom waterbeschikbaarheid, waardoor er een reële kans is dat nieuwbouwwoningen niet tijdig kunnen worden aangesloten op het drinkwaternet.

“Het afwegingskader bevat daarom onder meer een sturingskaart drinkwater waarop te zien is in welke regio's in Nederland het zekerstellen van de drinkwatervoorziening vanwege onvoldoende beschikbare en benutbare drinkwaterbronnen onder druk staat. De drinkwatersector is blij met het afwegingskader, omdat het de decentrale overheden oproept tijdig in gesprek te gaan met drinkwaterbedrijven om mogelijke knelpunten op te lossen. Zo kan voorkomen worden dat de beschikbaarheid van drinkwater de woningbouwopgave belemmert.”

Volgens Vewin is het belangrijk dat de decentrale overheden commitment uitspreken om het ruimtelijk afwegingskader toe te passen. “De drinkwatersector ziet graag dat het voor decentrale overheden bindend wordt om in gebieden met (dreigende) tekorten vroegtijdig in gesprek te gaan met drinkwaterbedrijven om knelpunten op te lossen.”

VNG: veel gemeenten gemotiveerd
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert in een reactie haar leden om het afwegingskader samen met de maatlat te gebruiken bij ruimtelijke beslissingen over locatie, inrichting en bouwmethode van nieuwbouwprojecten. Volgens de VNG zijn veel gemeenten gemotiveerd om de woningbouwopgave in lijn te brengen met het principe ‘water en bodem sturend’, bijvoorbeeld om toekomstige problemen met funderingen of wateroverlast te voorkomen.

Dit blijkt echter in de praktijk vaak ingewikkeld, omdat er een tekort aan geschikte bouwlocaties zonder grote uitdagingen is. Gemeenten overwegen dan alternatieve bouwmethoden en extra maatregelen, maar worden hierin vaak belemmerd door financiële beperkingen. Daarom doen ze steeds vaker een beroep op het Rijk voor financiële steun. De VNG blijft hierover in gesprek met het Rijk.


UPDATE 11 april, 14.00 uur
De reacties van Vewin en VNG zijn toegevoegd.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Tja Jos, Nederland weer van “ons”. Het lijkt mij dat er verschillende “ons” zijn. In veel herken ik mij niet. Kennelijk behoor ik tot een ander “ons”. De “plannen”, ik word er nogal verdrietig van. Ik heb veel bewondering voor jou strijd en lees jouw publicaties graag.
Ik zal nader onderzoek doen naar de feitelijke cijfers die hierbij horen Dit weet ik wel dat mn veelal graslanden die grenzen aan Natura-2000 gebieden vrijwel 100% vrij zijn van toepassing chemische gewasbeschermingsmiddelen. Deze ondernemers moeten zoiets via loonwerkers laten uitvoeren en dat zijn relatief hoge kosten EN zij hebben weinig problemen met wat kruiden in get gras. Uitgezonderd wel daar waar distelvelden jaren zijn gekweekt door onzorgvuldig natuurbeheer!
Goed dat er naar de toelatingseisen voor individuele middelen wordt gekeken, maar realiseer je dat de giftigheid in het water veroorzaakt wordt door de cocktail aan middelen. Voor het waterleven zijn het naast de bestrijdingsmiddelen ook de PAK's, zware metalen en ammoniak die schade aanrichten. Gezamenlijk zijn ze er voor verantwoordelijk dat meer dan een derde van de Nederlandse oppervlaktewateren zo giftig is dat de biologische doelen niet gehaald kunnen worden. En dan zijn er nog de 'nieuwe stoffen' die vanwege persistentie en specifieke gevaren voor de mens en het milieu schadelijk zijn.
@Bertha AntonissenDat lijkt me uitgesloten. Die bufferstroken zijn Europees voorgeschreven en dienen ook ter voorkoming van afspoeling meststoffen naar het oppervlaktewater. Overschrijding van de nitraatnorm voor KRW-wateren is voor zo ver ik weet de veruit grootste / meest algemene oorzaak van het niet halen van de KRW-normen voor de KRW-wateren. 
Mooi initiatief! We hebben nog 2,5 jaar.....