secundair logo knw 1

  • Colors: Blue Color

Een deel van het Nederlandse drinkwater wordt geproduceerd uit oeverfiltraat. De vraag is in hoeverre oeverfiltratie organische microverontreinigingen kan verwijderen. In deze studie is een voorspellend model ontwikkeld op basis van functionele groepen in de molecuulstructuur van deze stoffen. Het model bleek in staat de biodegradeerbaarheid van minstens 70 procent van de organische microverontreinigingen goed te kunnen voorspellen. Het model was minder betrouwbaar voor stoffen waarvan de voorspelde biodegradatiesnelheid zeer laag was en voor stoffen die amide- of aminegroepen bevatten. De bredere praktische toepasbaarheid van het model werd onderzocht met behulp van pyrazool en dimethoaat.

Onderzoekers van het KNMI en adviesbureau HKV hebben in opdracht van STOWA nieuwe neerslagstatistieken afgeleid. Nieuw is dat de meetreeksen van De Bilt voor zowel neerslag als verdamping zijn gecorrigeerd voor de klimaattrend. Hierdoor geven de nieuwe statistieken een beter beeld van het klimaat van nu (rond 2014). Dit beeld bevestigt wat we in de praktijk al ervaren: extreme neerslaggebeurtenissen vinden vaker plaats en de hoeveelheden neerslag liggen hoger (orde 10 tot 15 procent, afhankelijk van seizoen, duur en herhalingstijd). De nieuwe statistieken zijn ook bepaald voor het klimaat rond 2030, 2050 en 2085 op basis van de zogenoemde KNMI’14-klimaatscenario’s.

Zandfiltratie wordt regelmatig ingezet als effectieve maatregel om verregaande fosfaatverwijdering op rioolwaterzuiveringsinstallaties te realiseren. Een nadeel is echter de hoogte van de investering die is gemoeid met de bouw van een zandfilter. Dit is voor waterschap De Dommel de reden geweest om te zoeken naar een alternatief met minimaal een gelijke effectiviteit tegen lagere investeringskosten. Dit alternatief is gevonden in de vorm van een aanpassing van de beluchtingsregeling in combinatie met het doseren van een aluminiumoplossing in het actiefslibsysteem.

Arseen is één van de meest giftige stoffen op aarde. Toch worden miljoenen mensen er wereldwijd aan blootgesteld via hun drinkwater. Arseenconcentraties hierin kunnen van nature te hoog zijn, maar ook als gevolg van menselijke activiteiten. De gevaren hiervan worden steeds duidelijker en daarom worden er steeds meer technieken ontwikkeld om arseen uit drinkwater te verwijderen. Welke techniek het meest geschikt is, hangt echter af van lokale technische en socio-economische omstandigheden.

Er is behoefte aan een meetmethode van de waterbodemhoogte die nauwkeurig, arbeidsextensief en gebiedsdekkend is. De techniek is er voor mariene doeleinden, maar werkt deze ook voor smalle en ondiepe sloten in veenweide- of kleigebieden? Waternet heeft in 2015 een pilot laten uitvoeren in veenweidegebied. Dit heeft meer inzicht opgeleverd in de invloedsfactoren, maar de omstandigheden in veenweidegebied blijken lastig. Er is vervolgonderzoek nodig om de meetmethode te verbeteren en naar hetzelfde bruikbaarheidsniveau te brengen als de infrarode laseraltimetrie voor het AHN. Het onderzoek richt zich op mogelijke verbetering van de groene laser en de ontwikkeling van een gele laser.

KWR heeft onlangs in samenwerking met Brabant Water en Vitens onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van datamining voor de drinkwatersector. Een inventarisatie van assetmanagement-kennisvragen, een literatuurstudie naar datamining en de eerste praktijkervaringen uit twee pilotprojecten vormen voor drinkwaterbedrijven een eerste, voorzichtige stap richting een datagedreven bedrijfsvoering. Drinkwaterbedrijven kunnen de verzamelde kennis inzetten om hun operationele processen (bijvoorbeeld assetmanagement) te verbeteren. Het onderzoek heeft geleid tot waardevolle inzichten voor toekomstige projecten en nieuwe kansen. Daarbij blijft het wel zaak om de kwaliteit en kwantiteit van beschikbare data met datamining-ambities af te stemmen en experts van verschillende vakgebieden samen te laten werken.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het CEC-programma van STOWA en NWO heeft een aantal technieken onderzocht. Bekijk dit filmpje over een combinatie van bio assay en massaspectrometer om verontreiniging snel te kunnen duiden uit de database: RoutinEDA
https://vimeo.com/712902086
Is er een directe link naar de uitspraak beschikbaar? Ik vind de volgend passage van jullie artikel bijzonder verwoord: "Behalve over het gebruik van chemicaliën in het koelwater ging de rechtszaak ook over de voorwaarden van het waterschap voor lozingen in geval van onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan installaties. Maar toestemming vooraf vond de rechter te ver gaan en een zogenoemde immissietoets (welke stoffen zitten erin) niet effectief." Lijkt me namelijk zeker niet in lijn met geldend waterkwaliteitsbeleid en ook niet met het oog op de uitspraak m.b.t. de tijdelijke achteruitgang. Wanneer een activiteit, en daarmee de lozing, invloed heeft op de waterkwaliteit is het uitgangspunt dat de impact van te voren bepaald en onderbouwd moet worden. Indien dit leidt tot een verslechtering van de situatie, moet voor de impactsbeoordeling (van een industriële lozing) het Handboek Immissietoets gebruikt worden om de impact te bepalen. 
Falend management is de reden niet de organisatorische complexiteit. En bij definitief splitsen komt er nog extra bestuurlijke complexiteit bij van publieke organisaties die moeten -maar slecht kunnen- samenwerken.
Aangezien de burger de rekening krijgt is het makkelijk om een beslissing te nemen. Lekker uit elkaar en opnieuw beginnen met een schone lei. Op naar het volgende wanbeleid. Men voelt zich niet aansprakelijk. 
Dag Manfred, 
kijk eens op www.pathema.nl 
Dat bedrijf levert al jaren apparatuur voor chemievrije koelwaterbehandeling. Ook bij grotere bedrijven. Niet zo groot als bij Chemelot waarschijnlijk, maar meer dan voldoende bewezen. Het principe is cavitatie, dus geen chloorelektrolyse. Voor de duidelijkheid, ik heb geen relatie met dit bedrijf.Jan Koning