Volgens Stichting RIONED ligt het voor de hand om rioleringsbeheer en afvalwaterzuivering aan te merken als processen die cruciaal zijn in het kader van de omgang met het coronavirus. Gemeenten en waterschappen kunnen zelf medewerkers aanwijzen die hierbij een cruciale rol spelen.

De verzorging van het drinkwater en het keren en beheren van waterkwantiteit zijn aangewezen als vitale processen (beide in de hoogste categorie A), maar rioleringsbeheer en rioolwaterzuivering niet. Gemeenten en waterschappen bepalen zelf of zij deze processen als cruciaal zien. De categorie ‘noodzakelijke overheidsprocessen (Rijk, provincie en gemeente)’ in de specifiek voor het coronavirus COVID-19 opgestelde lijst van cruciale beroepsgroepen biedt hiervoor het aanknopingspunt.

Hugo GastkemperHugo Gastkemper

Stichting RIONED, de koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer, vindt dat het in verband met de omgang met het coronavirus voor de hand ligt om riolering als vitaal proces te beschouwen. “De afvoer van afvalwater is de belangrijkste manier om niet besmet te worden door ontlasting en om het milieu te beschermen”, licht directeur Hugo Gastkemper toe. “Er is een zeer groot maatschappelijk belang gediend bij het goed blijven draaien van rioleringen en rioolwaterzuiveringen.”

Toegang tot kinderopvang
Stichting RIONED heeft over de problematiek veel vragen van rioleringsbeheerders en andere betrokken medewerkers van gemeenten en waterschappen gekregen. Gastkemper: “Zijn riolering en waterzuivering niet belangrijk genoeg om expliciet als vitale processen te worden aangemerkt? Maar belangrijker is dat medewerkers hun verantwoordelijkheid willen blijven uitoefenen. Het gaat in essentie om de toegang tot kinderopvang, waarvan op dit moment alleen medewerkers in cruciale beroepsgroepen gebruik kunnen maken. Als deze toegang ontbreekt, wordt het functioneren van een medewerker met kinderen belemmerd.”

De gemeenten en waterschappen gaan nu voor zichzelf na wat cruciale processen, beroepen en functies zijn. Zij zijn volgens Gastkemper goed bezig. “De vraag is: welke mensen zijn persoonlijk of als groep nodig? Er zijn gemeenten die dit apart voor het proces van riolering bekijken. Ik hoor ook van gemeenten dat zij rioleringsbeheer plaatsen in het veel bredere verband van de zorg voor de openbare ruimte. Dat kan een goede aanpak zijn.”

Mogelijke cruciale processen
Stichting RIONED noemt - zonder uitputtend of richtinggevend te willen zijn - een aantal mogelijke cruciale processen in de riolering en op de waterzuivering:
• functioneren van (hoofd)gemalen;
• sturing van het rioolstelsel, waaronder gemalen en stuwen;
• functioneren van de hoofdriolering;
• functioneren van persleidingen;
• functioneren van rioolwaterzuiveringsinrichtingen;
• rioolverstoppingen bij de door de rijksoverheid aangewezen vitale processen.

Deze opsomming geeft niet alleen feitelijke duidelijkheid, zegt Gastkemper. “De lijst is ook bedoeld als een steun in de rug voor rioleringsbeheerders. Zij kunnen hiermee aan managers en collega’s uitleggen wat er zo belangrijk is aan riolering.”

Algemene voorschriften
De rijksoverheid heeft afgelopen jaar in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen een impactanalyse van riolering en afvalwaterzuivering uitgevoerd. Toen is ervan afgezien om ze als vitale processen aan te merken, vertelt Gastkemper. “Dat brengt grote inspanningen bij onder andere de administratie en het screenen van mensen en dus grote kosten met zich mee. De voordelen van zo’n algemene aanwijzing wegen voor riolering en zuivering niet op tegen de nadelen. Dat zien we nu. Gemeenten en waterschappen zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te organiseren welke processen en personen cruciaal zijn.”

Er is in verband met het coronavirus COVID-19 geen ‘lockdown’, benadrukt Gastkemper. “Mensen kunnen nog de weg op, ook medewerkers van leveranciers, rioolontstoppingsbedrijven en bedrijven die pompen onderhouden. Mits zij zich natuurlijk houden aan de algemene voorschriften voor de omgang met het coronavirus, bijvoorbeeld voor hygiëne. Dat geldt extra voor wie met afvalwater werkt.”

Gastkemper wijst op het advies van professor Ana Maria de Roda Husman van het RIVM en Heleen de Man van Sanitas Water over hoe medewerkers op het moment veilig om kunnen gaan met afvalwater. Zij moeten altijd direct contact en het inslikken en/of inademen van nevel van afvalwater vermijden. Dit houdt in dat medewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen dragen die bij hun werkzaamheden passen.

MEER INFORMATIE
Standpunt van Stichting RIONED
Veilig omgaan met afvalwater i.v.m. coronavirus
Watersector in tijden van corona
Vitale beroepen in watersector
Informatie RIVM over coronavirus
 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!