Op hoger gelegen zandgronden hebben waterschappen de eerste onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater ingesteld. Dat is erg vroeg, aldus de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling in de nieuwe droogtemonitor. Voor de rest van het land zijn de gevolgen van de droogte vooralsnog beperkt.

Het is droog in ons land en dat blijft het – uitgezonderd een korte storing aan het eind van de week – voorlopig nog wel even. Het neerslagtekort bedraagt momenteel 120 millimeter. Dat ligt ruim boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, constateert de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in de vandaag gepubliceerde droogtemonitor. Ook in 1976 en 2018 was dit tekort niet zo hoog. De verwachting is dat het neerslagtekort de komende vijftien dagen verder oploopt naar meer dan 150 millimeter.

De grondwaterstanden zijn sinds maart flink gedaald. Er zijn grote regionale verschillen. De standen variëren op het ogenblik van normaal tot zeer laag voor de tijd van het jaar. “Zeer lage grondwaterstanden komen met name voor op de hoger gelegen zandgronden, waar de aanvoer van rivierwater niet mogelijk is. In die gebieden vallen lokaal watergangen droog”, aldus de LCW.

Beperkte gevolgen van droogte
Volgens de commissie heeft de droogte op dit moment in het algemeen beperkte gevolgen voor landbouw en natuur. In West-Nederland zijn enkele waterschappen begonnen met het inspecteren van droogtegevoelige kaden of bereiden dit voor. De droogte heeft wel al grote gevolgen op de hoge zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland. Hier hebben waterschappen onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater ingesteld. Dat is eerder in het seizoen dan gebruikelijk.

De LCW meldt dat de waterschappen en Rijkswaterstaat de situatie nauwlettend in de gaten houden. Zij nemen waar mogelijk maatregelen, zoals het preventief opzetten van waterpeilen en het vasthouden van water. Dit gebeurt onder meer in het IJsselmeergebied, de Maas en door stuwen in regionale watersystemen.

Rijkswaterstaat stuurt sinds 15 mei op een IJsselmeerpeil en Markermeerpeil van 15 centimeter onder NAP. Dat is 5 centimeter hoger dan het normale zomerpeil, maar blijft wel binnen de bandbreedte van maximaal twintig centimeter van het flexibel peilbesluit uit 2018. De Maas wordt benedenstrooms van Maasbracht op een hoger peil gestuwd. Hiermee worden grondwaterstanden in de omgeving ondersteund en water gebufferd.

Rivierafvoer voldoende voor watervraag
De afvoer van de rivieren is nog voldoende om te voldoen aan de watervraag. Wel dalen de afvoeren van de Rijn en Maas. Zij zijn significant lager dan normaal rond deze tijd. Zo is de verwachting dat de Rijnafvoer de komende week daalt naar ongeveer 1.300 kubieke meter per seconde en dan begin juni naar 1.200 kubieke meter per seconde.

De LCW schrijft daarover: “Een afvoer onder de 1.300 m3/s eind mei is voor het laatst voorgekomen in 2011 en daarvoor in 1976.” De afvoer van de Maas is nu ongeveer 70 kubieke meter per seconde. De komende dagen is er een lichte daling.

Geen beregening op hoge zandgronden
De LCW gaat in de droogtemonitor specifiek in op de situatie van de landbouw. “Het is vroeg in het groeiseizoen en de watervraag van de jonge gewassen is nog relatief gering. Er is in het algemeen voldoende water beschikbaar voor beregening. Lokaal wordt overgegaan op beregening uit grondwater, wanneer onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater zijn ingesteld. Op diverse locaties op hoge zandgronden is geen beregening mogelijk. De voor melkveehouders belangrijke eerste en tweede snede gras zijn in 2020 minder, hetgeen na twee droge zomers een tegenvaller is voor het aanvullen van de voervoorraden voor het vee.”

De droogte heeft nog geen nadelige effecten op de drinkwatervoorziening. Er zijn geen knelpunten in de bronnen; zowel grond- als oppervlaktewater. De aanvoer vanuit de Rijn en Maas is voldoende en de waterpeilen in de bekkens, duinen en plassen zijn op orde. Ook is het IJsselmeer op peil en het chloridegehalte goed.

 

Neerslagtekort 20 5 2020

Situatie per waterschap
Het grootste deel van de waterschappen heeft droogtemaatregelen genomen. Een overzicht van wat zij hierover te melden hebben (situatie op woensdagmiddag 20 mei).

• Aa en Maas: Heeft als laatste Brabantse waterschap een verbod op onttrekking uit oppervlaktewater ingesteld. Dat gebeurde vandaag. In het gebied ten zuiden van de lijn ’s-Hertogenbosch, Nuland en Herpen mag geen water meer uit sloten en beken worden gehaald om akkers te beregenen en tuinen en sportvelden te besproeien. Dit geldt tot het moment dat het waterpeil weer op niveau is. Het waterschap heeft nog nooit zo vroeg in het jaar een onttrekkingsverbod ingesteld. Aa en Maas heeft een pomp tussen de Maas en de Sambeekse Uitwatering geplaatst om het achterliggende gebied van water te kunnen blijven voorzien. De Brabantse waterschappen (naast Aa en Maas ook Brabantse Delta en De Dommel) hebben een regeling om bij aanhoudende droogte tijdelijke beregening met grondwater toe te staan. Dit is de zogenaamde 5%-regeling. Deze regeling is tot nu toe alleen in het gebied van De Dommel toegepast.

• Amstel, Gooi en Vecht: Waterschap AGV houdt polders in droge periode op peil door extra water in te laten.

• Brabantse Delta: Stelde op 11 mei de eerste onttrekkingsverboden voor oppervlaktewater in. Zij gelden voor de stroomgebieden van de Brandse Vaart en Zijbeken en in de stroomgebieden Kibbelvaart, Lokkervaart en Bosloop. Sindsdien zijn er onttrekkingsverboden bijgekomen in het stroomgebied de Wouwse gronden (vanaf 18 mei), het stroomgebied Beekloop en Zoom (vanaf 20 mei) en de stroomgebieden Bijloop, Oude Bijloop en Turfvaart Breda (vanaf 20 mei). Al deze verboden duren tot een nog nader vast te stellen tijdstip. Voor beregenen uit grondwater, zie bij Aa en Maas.

• De Dommel: Sinds 15 mei is het in de meeste delen van het gebied niet meer toegestaan om water uit sloten en beken te gebruiken voor beregening. Dit mag alleen nog uit de Dommel ten noorden van het Wilhelminakanaal, de Tongelreep en de Zandleij. Boeren in het zeer droge deelgebied Boven-Dommel mochten tijdelijk (in de eerste tien dagen van mei) grasland beregenen. Op dit moment is graslandberegening toegestaan in het deelgebied Beerze Reusel (van 18 tot en met 27 mei). Zie bij Aa en Maas voor meer informatie over deze Brabantse 5%-regeling. Er is sinds afgelopen maandag een vaarverbod voor de Dommel op het traject vanaf de Belgische grens tot aan de Venbergse watermolen. Het waterschap is hiertoe overgegaan vanwege het lage waterpeil en lage zuurstofgehalte van het water op dit traject.

• De Stichtse Rijnlanden: Geen bijzonderheden.

• Delfland: Is op 28 april gestart met inspecties van veendijken die droogtegevoelig zijn. Dat kreeg veel aandacht in de media. De controles worden nu uitgebreid naar in totaal 64 kilometer dijk. Het hoogheemraadschap kan op dit moment nog voldoende zoet water aanvoeren.

• Drents Overijsselse Delta: Houdt water vast en voert meer water aan dan normaal in deze periode. Er is voldoende aanvoer vanuit de IJssel, de Vecht en het IJsselmeer. De grondwaterstanden zijn laag in het noordelijke deel van het werkgebied en normaal tot laag in het zuidelijke deel.

• Hollandse Delta: Geen bijzonderheden.

• Hollands Noorderkwartier: Mogelijk gaat het waterschap in de eerste helft van juni de droogtegevoelige veendijken inspecteren. Dat gebeurt zodra het neerslagtekort in het gebied 150 millimeter is. Er kan voorlopig nog voldoende zoet water vanuit de Rijn worden ingelaten in de polders.

• Hunze en Aa’s: Voorziet voor de komende periode nog geen grote problemen. Het waterschap heeft vroeg een verhoging naar het zomerpeil doorgevoerd in de watergangen. Ook wordt sinds eind maart water vanuit het IJsselmeer aangevoerd. Grondwaterstanden zijn aan het dalen, maar nog wel redelijk op peil.

• Limburg: Vanaf vrijdag 22 mei mogen zowel bedrijven als particulieren geen water uit sloten en beken meer halen. Dit onttrekkingsverbod geldt tot het moment dat de waterafvoer van de beken weer op niveau is en uiterlijk tot 1 oktober. Hiermee wil het waterschap verdere daling van het waterpeil voorkomen, acute schade in beken tegengaan en zorgen voor voldoende watervoorraad in de aanloop naar de zomer. Het waterschap gaat ook water in de beken vasthouden door stuwen op te zetten en zoveel mogelijk water vanuit de Maas aan te voeren.

• Noorderzijlvest: Voert de gebruikelijke maatregelen bij droogte uit, zoals verhoging van waterstanden en regelmatige controle van hoe zout het water in de kustpolders is.

• Rijn en IJssel: Maakt zich steeds meer zorgen over de droogte. De grondwaterstanden zijn al vrijwel overal laag tot zeer laag. Doordat veel stuwen hoger zijn gezet, zijn de waterpeilen in beken en sloten nog grotendeels normaal. De waterafvoeren daarentegen dalen snel. Veel beken hebben een lage afvoer of zijn tot stilstand gekomen. Er geldt momenteel nog geen onttrekkingsverbod. Het waterschap controleert de komende tijd extra op het naleven van de regels voor beregening.

• Rijnland: Houdt de vinger stevig aan de pols, maar heeft nog geen extra maatregelen hoeven te nemen. Vanwege het grote neerslagtekort zijn er wel voor het eerst dit jaar grondboringen op drie referentielocaties geweest. Deze boringen vormen de basis voor het beheerdersoordeel of er al dan niet moet worden opgeschaald vanwege droogte.

• Rivierenland: Voert relatief veel water vanuit de grote rivieren aan voor de tijd van het jaar. Dat lukt over het algemeen goed, meldt het waterschap. De waterpeilen in de watersystemen staan op de zomerpeilen of iets daarboven.

• Scheldestromen: Voert water zo weinig mogelijk af en houdt water zoveel mogelijk vast. Het waterschap wil ook inzetten op structurele oplossingen om schade door droogte te beperken.

• Schieland en de Krimpenerwaard: Heeft eind april een aantal dagen lang rivierwater ingelaten. Dit kwam uit het gebied van het hoogheemraadschap van Delfland.

• Vallei en Veluwe: Houdt het water in sloten en beken zo lang mogelijk vast met diverse maatregelen. Het waterschap roept ook boeren en particuliere grondeigenaren op om watergangen gedeeltelijk af te sluiten met houten schotbalken, stuwtjes en duikers. Op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug en alle flanken hiervan is het sinds afgelopen maandag verboden om water te onttrekken aan het oppervlaktewater. Vallei en Veluwe overweegt om ook grondwateronttrekkingen te beperken of verbieden.

• Vechtstromen: Er vallen waterlopen droog op de hoge zandgronden. Stuwen staan hoog ingesteld om water vast te houden. Hieraan draagt ook gericht maaien bij.

• Wetterskip Fryslân: Houdt de waterstanden in poldersloten en -vaarten waar mogelijk hoog. Hiermee wordt het water in de bodem zo goed mogelijk vastgehouden en het grondwater – door de droogte steeds verder aan het dalen – enigszins aangevuld. De rayonbeheerders zijn dagelijks in touw om te zorgen voor een goede wateraanvoer naar polders en natuurgebieden.

• Zuiderzeeland: Verhoogt het waterpeil in het beheergebied om water te bufferen en daling van het grondwaterpeil te vertragen. Ook in enkele stedelijke gebieden gaat het waterpeil omhoog.

 

MEER INFORMATIE
Droogtemonitoren LCW in 2020
Bericht van Unie van Waterschappen
Onttrekkingsverbod Vallei en Veluwe
Eerste onttrekkingsverboden Brabantse Delta
Vorige droogtemonitor LCW (7 mei)

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!