Het kenniscentrum STOWA coördineert diverse omvangrijke onderzoeksprogramma’s en daarbij wordt veel nieuwe kennis opgedaan. Maar wordt die ook gebruikt? Dat kan beter, zegt directeur Joost Buntsma naar aanleiding van de publicatie van het jaarverslag 2019. “De komende jaren willen we ons nadrukkelijk gaan richten op de verspreiding van deze onderzoekskennis.”

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) heeft een vinger in de pap bij allerlei projecten. Dat bleek gisteren weer, toen het RIVM een verbeterde methode voor de rioolwatermeting op het coronadashboard introduceerde. De aanpassing gebeurde op advies van STOWA, vertelt directeur Joost Buntsma. 

Joost Buntsma STOWAJoost Buntsma

“Wij hebben bij de rioolwaterscreening een coördinerende rol namens de waterschappen waar het gaat om de inbreng van kennis en zijn er al vanaf het begin bij betrokken. We staan waar nodig het RIVM bij met kennis over het functioneren van de riolering en het afvalwater dat daar doorheen stroomt richting de rioolwaterzuivering. In het coronadashboard van de rijksoverheid wordt nu het aantal virusdeeltjes omgerekend naar het aantal inwoners in plaats van milliliters water.”

De aanpassing van de meetmethode is volgens Buntsma een belangrijke stap om eerder dan de dokter een toename van besmettingen te signaleren. “De vraag is wel of deze vroegsignalering echt kan. Het is nu wachten op praktijkervaringen. Ik vind het zelf erg innovatief en spannend.”

Destructieve proeven op dijk
De aanleiding voor het gesprek is het net verschenen jaarverslag over 2019, waarin het coronavirus uiteraard nog niet voorkomt. Zo’n verslag was al jaren niet meer gepubliceerd. Waarom nu dan wel? Buntsma: “Vooral vanwege de relatie met onze achterban: waterschappen, provincies en de andere financiers. Wij vinden dat deze relatie moet worden versterkt. We doen bij STOWA zoveel dat het goed is om dit te belichten. We gaan het weer elk jaar doen. Het jaarverslag zal voortaan natuurlijk ook vóór de zomer verschijnen.” 

 'We willen de relatie met de achterban versterken'

Buntsma licht twee activiteiten die in het jaarverslag 2019 worden genoemd, er speciaal uit. Vorig jaar is het Living Lab Hedwige- Prosperpolder op de grens van Nederland en België voorbereid en momenteel vinden de eerste proeven plaats. “Wij mogen destructieve proeven doen op een dijk. Zoiets is zelden mogelijk en gewoon hartstikke leuk. Er wordt nu een proef met een overslaggenerator gehouden, waarbij kubieke meters water over de dijk stromen. De bedoeling is te testen hoe de grasmat zich houdt.”

De coördinatie van dit living lab ligt in handen van STOWA en het Waterbouwkundig Laboratorium in Antwerpen. Ook partijen uit Frankrijk en Engeland en via Rijkswaterstaat zelfs het US Army Corps zijn erbij betrokken. “Het enthousiasme is erg groot. Vorige week kwamen onder anderen deltacommissaris Peter Glas, dijkgraaf Toine Poppelaars van Scheldestromen en secretaris-generaal Filip Boelaert van het Vlaams departement van Mobiliteit en Openbare Werken een kijkje nemen. Boelaert omschreef het doen van zulke proeven eerder treffend als een natte droom voor een civiel ingenieur.”

Innovaties bij microverontreinigingen
De andere activiteit die Buntsma wil noemen, is het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IPMV). Dit wordt gefinancierd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de deelnemende waterschappen. Het innovatieprogramma hangt samen met het uitvoeringsprogramma voor de ketenaanpak Medicijnresten uit water. Buntsma: “De eerste haalbaarheidsonderzoeken zijn uitgevoerd en daarvan zien de meeste innovaties er veelbelovend uit. Ze werken beter dan referentietechnieken.”

 'Meeste innovaties voor microverontreinigingen zijn veelbelovend'

Er volgen nu pilotonderzoeken, waarbij aanvullende technieken worden geïnstalleerd op bestaande waterzuiveringen. De Waterfabriek Wilp is een voorbeeld. “Deze innovaties kunnen leiden tot een systeemverandering.”

Meer aandacht voor nieuwe thema’s
De twee activiteiten vallen onder de noemers waterveiligheid en waterkwaliteit, onderwerpen waarmee STOWA zich vanouds bezighoudt. In de vorig jaar gepubliceerde strategienota Energie in Synergie! (2019–2023) zijn drie thema’s toegevoegd, waarmee de stichting ook veel meer aan de slag gaat: klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. Buntsma komt met een voorbeeld van een nieuw project dat met klimaatadaptatie verband houdt. Hieraan doen STOWA en Het Waterschapshuis namens de waterschappen en verder Rijkswaterstaat en het Netherlands Space Office mee.

Deze partijen zijn op zoek naar innovatieve en technologische oplossingen, die helpen om met behulp van satellietdata veranderingen bij waterlopen en waterkeringen en het gebied daaromheen sneller en efficiënter in beeld te brengen. Zij dagen daarom ondernemers uit hiervoor nieuwe informatieproducten te ontwikkelen. “Dit onderzoeksproject sluit erg goed aan bij de digitale transitie die we binnen de waterschappen vorm gaan geven.”

In 2021 vijftigjarig jubileum
In het jaarverslag worden nog diverse andere omvangrijke meerjarenprogramma’s genoemd die STOWA coördineert en faciliteert, met al dan niet een eigen financiële bijdrage: Nederlands Hydrologisch Instrumentarium, Kennisimpuls Waterkwaliteit, Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgasemissies Veenweiden, platform Samen Klimaatbestendig en Adviesteam Dijkontwerp. Behalve Buntsma zijn er nog zeven mensen bij STOWA in dienst, onder wie vijf inhoudelijke projectleiders. Hoe speelt dit kleine team het eigenlijk allemaal klaar? “Er is een grote flexibele schil van experts waarop we een beroep kunnen doen. We willen dan ook dat de onderzoeken worden begeleid door echte vakspecialisten.”

Volgend jaar viert STOWA feest; dan bestaat de onderzoeksstichting vijftig jaar. “We staan er gelukkig goed op bij onze achterban”, zegt Buntsma. “Daar ben ik trots op.” De STOWA-directeur heeft een duidelijke ambitie: “We willen ons de komende jaren nadrukkelijk gaan richten op de verspreiding van de vele vakkennis die wordt ontwikkeld. Deze kennis moet ook worden gebruikt. Dat is voor ons de uitdaging.”

 

MEER INFORMATIE
Jaarverslag 2019 STOWA
H2O-interview met Buntsma over strategie STOWA
H2O-bericht: verbeterde rioolwatermeting corona
Informatie Living Lab Hedwige-Prosperpolder
Toelichting op IPMV
H2O-bericht over Waterfabriek Wilp

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Guido Ritskes · 1 years ago
    Goed punt dat dhr Buntsma hier aanhaalt. Er bestaan meerdere initiatieven om de terabytes aan waterkennis centraal te ontsluiten, zoals Deltafacts en Flows. De uitdaging daarbij is een logische structuur aan te brengen zodat de kennis die gezocht wordt daadwerkelijk gevonden wordt. bijvoorbeeld: welke plaats heeft een bepaald onderzoek in alle (werk)processen rondom waterbeheer?
    Ikzelf denk dat de processen- en rollenstructuur van assetmanagement daarbij kan helpen. Zeker nu AM echt zijn intrede doet in waterbeherend Nederland. Mooie uitdaging voor Stowa in 2021 lijkt me!
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!