Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening in de toekomst vraagt om meer ambitie dan het kabinet tijdens Prinsjesdag etaleerde, zegt Vewin-directeur Hans de Groene. Hij rekent erop dat deze ambitie wordt bewaard voor de Beleidsnota Drinkwater die begin 2021 verschijnt. “Daar zullen we op letten want rondom waterkwaliteit moet echt het nodige gebeuren.”

Het kabinet maakte gisteren bekend versneld te investeren in het onderhoud van onder andere vaarwegen en dijken en extra geld uit te trekken voor droogteaanpak en klimaatadaptatie en voor zoetwatermaatregelen. De gepresenteerde plannen markeren volgens Hans de Groene vooral een tussenstand bij zowel waterbeschikbaarheid als waterkwaliteit. “Deze tussenstand moet nog worden gevolgd door erg veel inspanningen om doelen te bereiken.”

Het woord ‘drinkwater’ kwam dit keer niet vaak voor, merkt de directeur van de Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland (Vewin) op. “Laten we het maar toeschrijven aan het feit dat begin volgend jaar een nieuwe Beleidsnota Drinkwater wordt gepubliceerd. Deze nota verschijnt eens in de zes jaar.”

Halen waterkwaliteitsdoelen nog niet in zicht
De Groene vindt het tegenvallen wat er in de Prinsjesdagstukken te vinden is over waterkwaliteit. Hij wijst op de nieuwe plannen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW), die momenteel voor de periode 2022 - 2027 worden gemaakt. “Deze zijn erg belangrijk, want er is nog geen zicht op het halen van de KRW-doelen aan het eind van de periode. Dat geldt zeker voor de drinkwaterbronnen. De in het voorjaar verschenen Nationale Analyse Waterkwaliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft zeer duidelijk bevestigd wat we al langer zeggen, namelijk dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen onder toenemende druk staat. Sommige problemen zoals nitraat en gewasbescherming blijken zeer hardnekkig, terwijl er zich nieuwe problemen voordoen zoals medicijnresten en opkomende stoffen.”

 'De kwaliteit van drinkwaterbronnen staat onder toenemende druk'

De Tweede Kamer heeft in november 2019 het kabinet opgeroepen hierbij de regie te pakken en prioriteit aan drinkwaterbronnen te geven. Dat ziet De Groene nog niet erg terug. “Er spreekt wat dit betreft geen brandende ambitie uit de kabinetsplannen. Mogelijk wordt dat bewaard voor de nieuwe Beleidsnota Drinkwater die begin 2021 verschijnt. Daar zullen we op letten want rondom waterkwaliteit moet echt het nodige gebeuren.” Al wil De Groene niet somberen. “Er zijn ook goed lopende trajecten in verband met waterkwaliteit, bijvoorbeeld de ketenaanpak voor medicijnresten en de inspanningen om emissies van zeer zorgwekkende stoffen tegen te gaan.”

Volgens De Groene heeft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat toegezegd dat in de nota duidelijk wordt gemaakt dat alle beleidsterreinen binnen het Rijk en ook de andere overheden moeten bijdragen aan de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Ook is afgesproken dat er een uitvoeringsprogramma volgt waaraan alle betrokken partijen meedoen. “Dat ontbrak er bij de vorige beleidsnota aan.”

Ruime aandacht voor waterbeschikbaarheid
De Groene is te spreken over de ruime aandacht voor waterbeschikbaarheid in de Prinsjesdagplannen en het tegelijkertijd uitgebrachte herijkte Deltaprogramma 2021. Hiermee wordt volgens hem duidelijk ingespeeld op de lessen van de droogte van de laatste drie jaar en de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte. “Het Deltaprogramma legt een voorkeursvolgorde vast, waarin water leidend is bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Functie volgt peil in plaats van omgekeerd. De nadruk ligt op de volgorde van beter vasthouden van water, zuinig hiermee zijn en water regionaal verdelen. Dit sluit aan bij onze oproep om fundamenteel anders naar het watersysteem te kijken, die we samen met waterschappen eerder dit jaar deden.”

Minister Van Nieuwenhuizen heeft aangekondigd 200 miljoen euro extra te investeren in de aanpak van droogte en klimaatadaptatie en 100 miljoen extra beschikbaar te stellen voor zoetwatermaatregelen in de periode 2022 – 2027. “Dat beoordelen we als positief”, zegt De Groene. “Drinkwaterbedrijven doen hieraan ook mee. Zo zijn zij betrokken bij een aantal regionale projecten voor zoetwater.”

Grote opgaven voor drinkwaterbedrijven
De drinkwaterbedrijven worden geconfronteerd met een aantal grote opgaven. Zij moeten onder meer hun capaciteit en infrastructuur uitbreiden en vernieuwen en op de klimaatverandering inspelen. “Het is niet alleen een kwestie van capaciteit, maar ook van diversificatie. Het is belangrijk om niet meer afhankelijk te zijn van één soort bron of een bepaald inlaatpunt. De drinkwaterbedrijven zullen een rol moeten spelen bij het verder uitwerken van klimaatrobuust grondwaterbeheer. In het algemeen staan zij voor een sterk stijgende investeringsopgave. Het kost de nodige hoofdbrekens om die te financieren.”

 'Het publieke drinkwaterbelang moet bij de energietransitie in het vizier worden gehouden'

De energietransitie die hoog op de kabinetsagenda staat, raakt de drinkwatersector. “De scheiding tussen geothermie en grondwatervoorraden is voor ons van groot belang”, zegt De Groene. “Het wordt ook veel drukker in de ondergrond. Hierdoor ontstaat in de toekomst mogelijk het probleem dat warmtenetten de temperatuur in drinkwaterleidingen en daarmee de waterkwaliteit kunnen beïnvloeden. Het publieke drinkwaterbelang moet bij de energietransitie in het vizier worden gehouden. Dit is voor ons echt een aandachtspunt geworden.”

 

MEER INFORMATIE
Reactie Vewin op Prinsjesdagplannen
Lobby-agenda 2020-2021 van Vewin
H2O-bericht over Prinsjesdag
H2O-bericht over Deltaprogramma 2021
H2O-bericht over oproep hervorming van watersysteem

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!