0
0
0
s2smodern

Waterschappen zijn organisatorisch over het algemeen goed in staat om adequaat bij wateroverlast na neerslag op te treden. Er zijn wel verbeterpunten zoals de beperkte bezetting tijdens calamiteiten en de soms ontoereikende informatievoorziening.

Dit beeld komt naar voren uit eigen evaluaties van waterschappen van gebeurtenissen van wateroverlast van de afgelopen tien jaar. In opdracht van kenniscentrum STOWA zijn 57 evaluaties geanalyseerd door de adviesbureaus Tauw en ORG-ID. Belangrijkste conclusie: waterschappen zijn goed georganiseerd om met extreme situaties om te kunnen gaan.

In het rapport Leren van wateroverlast wordt dit toegelicht: “De waterschappen handelen adequaat als er wateroverlast dreigt. Zowel bij de individuele waterschappen als in de samenwerking tussen de waterschappen zijn actuele protocollen en draaiboeken beschikbaar om calamiteiten het hoofd te bieden. Uit de evaluaties blijkt dat de Nederlandse watersystemen op dit moment aan de norm voldoen. Hierdoor wordt de situatie alleen echt penibel bij een neerslag groter dan 80 millimeter per 24 uur. Dat was bijvoorbeeld in 2010 in Oost-Nederland en in 2013 in West-Nederland het geval.”

Een sterk punt is dat de cultuur binnen waterschappen het aanpakken van een crisis bevordert. Medewerkers hebben een enorme drive om een situatie van wateroverlast te beheersen en de gevolgen tot een minimum te beperken. Het draagt bij aan goede aanpak wanneer de dijkgraaf gemakkelijk benaderbaar is. Dat is niet bij elk waterschap het geval.

Calamiteitenorganisatie punt van zorg
Volgens de analyse zijn er verbeteringen mogelijk bij de organisatie, communicatie en kennis van het watersysteem. Zo staat de tijdige en juiste informatievoorziening tijdens calamiteiten onder druk, zowel binnen het waterschap als in de samenwerking in de veiligheidsregio’s. Met goede afspraken en adequate communicatie kunnen onnodige vertragingen in de crisisbeheersing worden voorkomen. “Het komt tijdens crisisbeheersing aan op de kwaliteit van de relatie tussen waterschappen en andere overheden. Versterk deze kwaliteit door te bespreken hoe verschillende watersystemen met elkaar interacteren en waar dus mogelijke afhankelijkheden tussen partners bestaan”, aldus het rapport.

Een ander punt van zorg is dat het lastig kan zijn om personeel op tijd en langdurig in te zetten. Er is bij een wateroverlastsituatie een grote afhankelijkheid van een aantal sleutelpersonen. De mogelijkheden van waterschappen om de calamiteitenorganisatie goed bezet te houden zijn beperkt of al onder een kritische grens zijn gedaald. Tauw en ORG-ID bevelen aan om te zorgen voor voldoende personeel en financiële armslag en daarbij aandacht te besteden aan personele bezetting, behoud van gebiedskennis, ervaringsexperts en noodmateriaal.

Kwetsbaarheid bij opschaling
Het enige criterium dat waterschappen hebben om vooraf op te schalen, is de regionale weersverwachting. Dit maakt hen kwetsbaar want regionaal extreem weer is lastig, zo niet onmogelijk te voorspellen. De gemeten hoeveelheid neerslag was regelmatig twee à drie keer zo groot als verwacht. Onzekerheid in de regionale weersverwachtingen kan volgens het rapport leiden tot foutief handelen en communiceren. “In een aantal gevallen is er op basis van weersverwachtingen te laat opgeschaald en zijn er onterecht geen maatregelen genomen. In enkele gevallen zijn onterecht wel maatregelen genomen die niet nodig bleken.”

Er wordt aanbevolen dat calamiteitenorganisaties toegang hebben tot goede weerkundige informatie en getraind zijn in het interpreteren van de beschikbare informatie en het omgaan met onzekerheid en foutenmarges. Waterschappen moeten goede afspraken maken met meteodiensten over aard, tijdshorizon, frequentie en kwaliteit van verstrekte informatie, afhankelijk van de fase van opschaling. Ook wordt geadviseerd dat de waterschappen gezamenlijk onderzoek doen naar de relatie tussen weersverwachting en maatregelen. STOWA is betrokken bij een project van het KNMI om regionale verwachtingen te verbeteren.

 

MEER INFORMATIE
STOWA over de analyse
Publicatie Leren van wateroverlast 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Beste waterschappers, als jullie de waterpeilen pas per 1 april opzetten, dan beginnen we het groeiseizoen dus met een nagenoeg leeg watersysteem. Het opzetten van de peilen moet minstens een maand eerder. En ja, dat kan plaatselijk enige natschade geven. Accepteren we dat niet, dan moeten we in mei en juni niet 'huilie-huilie' doen over droogte. Dan hebben we dat deels zelf veroorzaakt.
@RogerHallo Roger, dank voor je reactie. Ik help je graag verder en kan je voorzien van alle informatie waar je om vraagt. We hebben een aantal mooie referenties, artikelen in diverse vakbladen en uiteraard onze eigen website. Ik denk echter dat dit platform daar niet de aangewezen plaats voor is. Ik kom dan ook graag verder met je in contact. Zou je een mail kunnen sturen naar marketing@pathema.nl?
De recente berichtgeving rondom het watergebruik van datacenters is gebaseerd op onjuiste cijfers en aannames. Cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek en het waterleidingbedrijf PWN geven een heel ander beeld. Daarnaast is het in Nederland reeds wettelijk geregeld dat de levering van water voor drinkwater altijd voor de levering aan de industrie gaat. Door onjuiste berichtgeving wordt er onterecht een panieksituatie gecreëerd, met verstrekkende gevolgen.
Allereerst is er regelgeving die waterlevering regelt bij tekorten. Wettelijk is geregeld dat drinkwater altijd voor gaat middels de verdringings categorien. Dit is na te lezen op de Rijkswaterstaat, Infomil en wordt ook aangegeven door het waterleidingsbedrijf PWN die in Noord Holland levert.
PWN : https://www.pwn.nl/over-pwn/pers-en-nieuws/drinkwater/de-inwoners-van-noord-holland-kunnen-er-altijd-op-rekenen-dat-er?nid=1368
Daarnaast is er bij het watergebruik capaciteit van de aansluiting en verbruik door elkaar gehaald. Het werkelijke verbruik voor de alle industrie in Noord Holland wbt koelwater is volgens het waterbedrijf 0,6% van hun totale levering. Dit komt neer op 672 duizend m3 aan totaal industrie koelwater gezien PWN 112 miljoen m3 in totaal levert. Daarvan nemen die 2 datacenters maar een gedeelte van op. Iets geheel anders dan de 4,6 miljoen m3 die werd gesuggereerd in het artikel. Volgens het CBS gebruikt de hele IT sector in Nederland 1 miljoen m3 water, de 0,88% in het artikel hierboven. Dit is open data die volledig in het artikel is genegeerd.
Naar de toekomst toe streven we ernaar het waterverbruik naar nul te brengen. Nieuwe datacenters gebruiken al veel minder water en het ook in de media bekende project in Zeewolde gebruikt oppervlaktewater ipv drinkwater. Dus ook de extrapolaties naar de toekomst toe gaan mank.
De links naar het CBS en PWN kunt u hier vinden:
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82883NED/table?dl=1A42C
https://www.pwn.nl/over-pwn/pers-en-nieuws/drinkwater/de-inwoners-van-noord-holland-kunnen-er-altijd-op-rekenen-dat-er?nid=1368
https://www.pwn.nl/over-pwn
Het rapport was trouwens zo klein qua onderzochte datacenters en zo divers dat er geen enkel duidelijk beeld uit te halen was. Daarom heeft de provincie het niet gepubliceerd. Dat geven ze ook aan in hun reactie aan de NOS.
Wat betreft chemicaliën, die gaat om kleine hoeveelheden zout om het water zachter te maken om apparatuur te sparen. Het water wordt meerdere malen gebruikt. De toevoegingen vallen binnen de normen en milieu wetgeving en vergunning van het bedrijf gaf ook Microsoft aan.
Op onze website hebben we nog meer links staan naar openbare bronnen over water, energieverbruik, bebouwing, etc.
Zie: https://www.dutchdatacenters.nl/cijfers-1/

Indien er verder vragen zijn we als branche organisatie dit altijd bereid dit verder toe te lichten.
Er is onderzocht wat het effect is van een watertemperatuur voor zoetwater vissen. Een zeer relevant onderzoek. Is er ook onderzocht wat het effect is voor de zalmen en forellen die kuit schieten in de rivier waar hun ouders kuit hebben geschoten?
Als het zeewater warmer wordt kunnen deze vissen denk ik geen andere rivier (een meer noordelijke rivier) uitzoeken om die op te zwemmen en kuit te schieten.
Laten we uitkijken dat de Japanse bladvlo die nu ingezet is tegen de duizendknoop niet later een probleem gaat vormen wat we nu nog niet overzien. Soms is het middel erger dan de kwaal.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.