secundair logo knw 1

Nevengeul | Foto Wim Eikelboom

Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft geen grip op de kosten van het Uitvoeringsprogramma Kaderrichtlijn Water (KRW), de herstelmaatregelen voor verbetering van de waterkwaliteit in de grote rivieren. Daardoor dreigt een budgetoverschrijding van 100 tot 150 miljoen euro.

Dat blijkt uit het onderzoeksrapport van adviesbureau Horvat & Partners naar de voortgang van de KRW-projecten bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Voor alle KRW-maatregelen in Gelderland en Overijssel is 270 miljoen euro begroot. Horvat schat dat de kosten mogelijk uitkomen op 438 miljoen euro. Er is onvoldoende grip op kosten, stellen de onderzoekers van Horvat. 

Marjolijn van de Zandschulp, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, had de hulp van externe consultants ingeroepen omdat ze zich zorgen maakte over het financiële verloop van het project binnen haar organisatie. Van de Zandschulp is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle KRW-projecten bij Rijkswaterstaat. “Ik kreeg intern signalen dat de planning en budgetten van het programma onder druk staan”, aldus Van de Zandschulp. “Het is een goed gebruik bij Rijkswaterstaat om de blik van buiten binnen te halen om kritisch met ons mee te kijken en aanbevelingen te doen.”

Het kritisch meekijken heeft een onthutsend rapport opgeleverd. Intern bij Rijkswaterstaat ontbreekt ‘een duidelijk, compleet en betrouwbaar overzicht van de KRW-maatregelen die worden uitgevoerd’, stelt Horvat. Ook blijken KRW-maatregelen vaak onverwacht duurder uit te vallen. “Planningen en ramingen voldoen structureel niet aan de gangbare eisen.”

Organisatiekosten
Wat opvalt is dat met name de organisatiekosten enorm uit de hand lopen. Circa 75 procent van de kosten in het KRW-programma gaan naar het schrijven van rapporten, ontwerpen, projectmanagement, contractmanagement, omgevingsmanagement en onderzoeken. Bij gelijksoortige projecten – zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma - liggen deze engineeringskosten op maximaal 25 procent, stelt Horvat. Ook de kosten van het management van het KRW-programma blijken vier keer zo hoog te zijn dan gebruikelijk. 

De voorbereiding, ontwerp en uitvoering van 120 KRW-projecten heeft Rijkswaterstaat in handen gelegd van GROW, een samenwerking van de ingenieursbureaus Arcadis, Antea Group, Bureau Waardenburg en HKV Lijn in Water. De kosten die GROW inschat voor de aanleg van nevengeulen zijn volgens Horvat veel te hoog, terwijl de kostenramingen die Rijkswaterstaat hanteert te laag zijn. 

Horvat adviseert Rijkswaterstaat om de vergoedingen aan GROW ‘beter beheersbaar te maken’. Bij GROW werken circa 150 mensen aan het KRW-programma.

Minister Harbers noemde de dreigende forse budgetoverschrijding in een Kamerbrief in januari ‘budgettaire spanning’. Het is nog onduidelijk hoe hoog de budgetoverschrijding precies gaat zijn. “Het bedrag van 438 miljoen euro is een inschatting en nog geen daadwerkelijke raming. De ramingen zijn namelijk nog niet herijkt waardoor de definitieve budgetspanning nog niet bekend is. Dit wordt nog bepaald na herijking van de raming”, laat een woordvoerder van Rijkswaterstaat weten. 

De KRW-maatregelen richten zich op verbetering van de ecologische waterkwaliteit door aanleg van natuurvriendelijke rivieroevers, bouw van vistrappen, aanleg van nevengeulen in uiterwaarden, herstel van beekmondingen in rivieren en plaatsing van rivierhout in de uiterwaarden. De uitvoering van alle projecten moet gereed zijn in 2027. Dat heeft Nederland vastgelegd in Europese afspraken.

Rivierhout
Horvat adviseert een aantal besparingen die tientallen miljoenen kunnen opleveren. Zoals: kijk kritisch naar de managementkosten van het KRW-programma en doe niet meer ingrepen in natuurherstel dan strikt nodig zijn. 

Ook op de uitvoering kan worden beknibbeld. Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers gaat de projectontwikkelaar bijvoorbeeld uit van het verstevigen van de vooroevers om verzanding van de vaargeul te voorkomen. Door dat op minder plekken toe te passen, kan dat een besparing opleveren van 25 miljoen euro.

Rivierhout - het aanbrengen van dode bomen in nevengeulen en vooroevers - blijkt duurder dan was ingeschat. Als er minder dode bomen worden verankerd, kan dat een besparing opleveren van 15 miljoen euro. Rijkswaterstaat gaan nu van geval tot geval bekijken of rivierhout nog moet worden geplaatst.  

Scherpere sturing
Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft inmiddels intern de financiële teugels aangetrokken, laat de woordvoerder weten. “Om de financiële gegevens te kunnen beheersen worden alle ramingen de komende periode geüniformeerd, zodat de verschillende bedragen en bandbreedtes optelbaar weergegeven worden. Op deze manier is een kostenbewuste en scherpere sturing mogelijk.” Grondverwering blijft nog een onzekere factor.

Op de website van Horvat&Partners vertelt Marjolijn van de Zandschulp -coördinerend hoofdingenieur-directeur voor het Rijkswaterstaat Uitvoeringsprogramma Kaderrichtlijn Water - dat ze blij is met de uitkomsten van het onderzoek: “Horvat & Partners heeft in korte tijd zo’n 150 projecten doorgelicht. Dat heeft hele waardevolle informatie opgeleverd over de organisatie, sturing en rapportages. En over de kosten en de planning en hoe deze te beheersen. Rijkswaterstaat gebruikt de bevindingen van Horvat & Partners om tot een versnelde en verbeterde aanpak te komen. We zetten alles op alles om alle maatregelen voor eind 2027 te realiseren.”

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.