0
0
0
s2sdefault

Verplichte duurzame bouwplannen voor de teelt en bredere bufferstroken langs watergangen. Deze nieuwe maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren zijn opgenomen in het ontwerp 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. LTO ziet er geen heil in.

De eenvoudige maatregelen die al zijn genomen, blijken ontoereikend om de beoogde verbetering van de waterkwaliteit te realiseren. Daarom is een stevig maatregelenpakket nodig, stelt demissionair minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zij bood deze week het ontwerp van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn aan de Tweede Kamer aan, mede namens de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

Dit actieprogramma gaat gelden voor de periode van 2022 tot en met 2025. Er vindt nu een publieke internetconsultatie plaats; belangstellenden kunnen tot 18 oktober reageren. Nog voor het eind van het jaar wordt de definitieve versie ingeleverd bij de Europese Commissie.

Waterkwaliteit onvoldoende verbeterd
De Nitraatrichtlijn die dertig jaar geleden in werking trad, heeft als doel waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Centraal staat het beperken van het uit- en afspoelen van nutriënten door de landbouwsector. Volgens Schouten is de afgelopen decennia de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater flink verbeterd, maar is dat nog onvoldoende. Zeker omdat de laatste jaren verdere verbetering van de waterkwaliteit uitgebleven is, onder meer als gevolg van de droogte tussen 2018 en 2020.

Zo is bij meer dan de helft van de landbouwbedrijven in de zuidelijke zand- en lössregio momenteel sprake van een te hoge nitraatconcentratie – de norm is 50 milligram nitraat per liter – in het bovenste deel van het grondwater. Hetzelfde geldt voor ruim dertig van de ongeveer tweehonderd grondwaterbeschermingsgebieden voor drinkwater. In een groot deel van de oppervlaktewateren worden de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) nog niet gehaald, mede omdat hierin te veel meststoffen uit de landbouw terechtkomen.

Invoering van duurzame bouwplannen
De opgave is dan ook nog steeds groot, aldus Schouten. Daarom zijn meer ingrijpende maatregelen nodig. De minister omschrijft het 7e actieprogramma als een mix van verplichten en faciliteren met zowel landelijk geldende als gebiedsspecifieke maatregelen. De invoering van duurzame bouwplannen in de gehele landbouwsector ziet ze als de cruciale maatregel.

In zo’n bouwplan legt een boer zijn teelt voor een aantal jaren vast. Het gaat vooral om blijvend grasland, rustgewassen (met name grassen en granen) en vanggewassen (bijvoorbeeld bladkool, raaigras en winterrogge), die zorgen voor een betere bodemkwaliteit en daarmee bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Bij de duurzame bouwplannen is er een groeipad, met het basisniveau in 2023 en het eindniveau in 2027.

Boeren op zand- en lössgrond moeten vanaf 2023 jaarlijks vóór 1 oktober – na de hoofdteelt – een vanggewas of winterteelt inzaaien op 60 procent van hun areaal. Vanaf 2027 gaat dat gelden voor de volle 100 procent. Voor rustgewassen wordt roteren verplicht: eens in de vier jaar op alle percelen per 2023 en eens in de drie jaar op alle percelen per 2027.

Bredere bufferstroken
Het verplichten van bredere bufferstroken is een andere maatregel. Langs ecologisch kwetsbare watergangen en KRW-wateren moeten teelvrije zones van vijf meter breed worden aangelegd. Hier is het gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Bij andere watergangen zijn de stroken in ieder geval twee meter breed.

Hoe effectief teelvrije zones zijn bij het verminderen van de uit- en afspoeling van nutriënten, hangt af van lokale omstandigheden. Waterschappen krijgen de bevoegdheid om te bepalen waar bufferstroken smaller kunnen zijn, als de waterkwaliteit het toelaat. Dit is mogelijk voor KRW-wateren en andere wateren. Er komt hiervoor een wetenschappelijk onderbouwde leidraad.

Geen perspectief voor boeren volgens LTO
De agrarische ondernemersorganisatie LTO is niet te spreken over de conceptversie van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Dit zou ondernemers geen enkel perspectief bieden en een potentiële bom leggen onder gezamenlijke initiatieven als het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en de Vruchtbare Kringloopprojecten. Er is te veel opgehangen aan zware middelvoorschriften die vaak voor heel het land gelden.

Het is volgens LTO duidelijk dat het actieprogramma een negatieve impact heeft op het verdienvermogen van boeren en tuinders. Er is maar één weg die uitkomst biedt, vindt de organisatie. De overheid zou nu echt eens de boeren en tuinders moeten motiveren en stimuleren tot nog beter beheer van bodem en gewas. Want de inzet van het vakmanschap van de agariërs is  onontbeerlijk voor een gezonde bodem en schoon water.

Update 9-9, 11.00 uur
De Vereniging van waterbedrijven in Nederland heeft inmiddels op de eigen website een eerste reactie gegeven. Volgens Vewin worden er interessante maatregelen voorgesteld op het gebied van onder andere aanpassing van de landbouwpraktijk richting duurzamere teelten. Een ander punt is dat er wordt ingezet op een gebiedsspecifieke aanpak in gebieden waar de waterkwaliteit nog onvoldoende is. Desondanks wordt er onvoldoende uitzicht geboden op het halen van de genoemde waterkwaliteitsdoelen, iets wat de minister zelf ook aangeeft in haar aanbiedingsbrief. Specifiek voor de drinkwatersector is het belangrijk dat de eerder afgesproken doelen voor de nitraatbelasting in grondwaterbeschermingsgebieden worden gerealiseerd. Een link naar de volledige reactie van Vewin is hieronder toegevoegd. De Unie van Waterschappen heeft eveneens een bericht op de eigen site geplaatst, maar laat zich nog niet inhoudelijk uit. Ook daarvan is een link opgenomen.

 

MEER INFORMATIE
Bericht ministerie van LNV
Ontwerp 7e actieprogramma
Reactie van LTO
Reactie van Vewin
Bericht Unie van Waterschappen
H2O Actueel: uitspoeling nitraat toegenomen

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.