secundair logo knw 1

Herstellen van schade aan een fundering op houten palen I Foto: Platform Slappe Bodem \ fotografie Vincent Basler

Komt er een verplicht uniform klimaatlabel voor woningen? Daarvoor wordt door de drie grootste banken in ons land gepleit. Experts van ingenieursbureau Aveco de Bondt zijn kritisch omdat er zeer specifieke informatie op het niveau van een gebouw nodig is. “Het nu voorgestelde klimaatlabel is te krachtig en te risicovol. Zo’n label heeft waarde maar dan moet het met de huidige modellen erg oppervlakkig en losjes zijn.”

Het funderingsprobleem staat momenteel flink in de belangstelling. Vorige week publiceerden ABN AMRO, ING en Rabobank een rapport over de gevolgen van klimaatverandering voor wonen. Hierdoor stijgen de kosten fors, met funderingsschade als een van de grootste kostenposten. Morgenmiddag (29 februari) komt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur met een advies voor het nieuwe kabinet waarin concrete aanbevelingen staan voor een doeltreffende nationale aanpak van de funderingsproblematiek.

De banken houden een pleidooi voor het ontwikkelen van een uniform klimaatlabel. Dat zou ook verplicht moeten worden gesteld. Het label zorgt ervoor dat klimaatrisico’s beter in de woningwaarde worden weerspiegeld. Dat vraagt wel om betrouwbare informatie op het niveau van de woning.

Klimaatstresstest door NOS gelanceerd
Naar aanleiding hiervan heeft de NOS al een proef van een klimaatlabel gepubliceerd. Op basis van openbare informatie ontwierp de NOS een app met een klimaatstresstest voor de buurt, met als motto Hoe klimaatbestendig woon jij? Geen gelukkige exercitie, vinden Wouter Kooijman (specialist bemaling, fundering & monitoring) en Maarten Kuiper (directeur water en klimaat) van ingenieursbureau Aveco de Bondt.

Wouter KooijmanWouter Kooijman

“De NOS stelt in de stresstest de klimaatrisico’s nogal zwart-wit voor. Het goede is dat de informatie wordt gedeeld op het niveau van de postcode. Maar eigenlijk is het onverantwoord om op basis van globale nationale informatie iets te zeggen over risico’s per postcode. Of je moet zeer zorgvuldig het volledige verhaal over de nauwkeurigheid van labels vertellen aan mensen die er geen verstand van hebben en hen ook handelingsperspectief geven.”

Dat doet de NOS volgens Kooijman en Kuiper niet. “Nu gaan veel mensen zich zorgen maken, terwijl dat voor hun woning niet hoeft. Of ze denken juist ten onrechte dat er niets aan de hand is. Of dat een label niet klopt, wat impact heeft op andere labels.”

Kooijman heeft de test bijvoorbeeld uitgeprobeerd voor een huis van vóór de Tweede Wereldoorlog in een grote stad. “Het risico zou hier groot zijn, vooral omdat de houten palen onder de woning geregeld droog komen te staan. Maar het huis staat helemaal niet op palen. Zo ontvangen we veel voorbeelden.”

Krachtig visueel middel
Kuiper is op zich blij dat er meer aandacht komt voor het vergroten van het bewustzijn en het creëren van een handelingsperspectief. “Het is van groot belang dat verkopers, kopers en woningeigenaren meer gaan nadenken over klimaatrisico’s en onder andere funderingsschade meenemen bij hun beslissingen.”

Maarten KuiperMaarten Kuiper

Hij begrijpt de aantrekkingskracht van een klimaatlabel. “Meerdere adviesbureaus en gemeenten zijn er al mee aan het experimenteren en soms worden gegevens beschikbaar gesteld aan bewoners. We staan achter het doel van het goed informeren van mensen. Het klimaatlabel is dan een krachtig visueel middel om bewustwording te bereiken en aan te zetten tot actie. Dat zie je bij het energielabel.”

Het voorbeeld van de klimaatstresstest van de NOS laat echter volgens Kuiper ook zien hoe lastig het is om een goed klimaatlabel te ontwikkelen. “Het energielabel gaat echt over een gebouw en is vrij tastbaar. In vergelijking daarmee gaat het bij het klimaatlabel over veel meer aspecten. Denk bijvoorbeeld aan bodem, grondwater en waterveiligheid. Hierover is op het niveau van een gebouw vaak niet zoveel bekend. Zulke aspecten spelen zich ook dikwijls geheel of gedeeltelijk ondergronds af, wat het voor mensen moeilijk maakt om ze te begrijpen. En dus om een eventueel onjuist label te duiden.”

Dit geldt specifiek voor schade aan de fundering, laat Kooijman weten. “Dat probleem is heel complex en voor iedere woning weer anders, bijvoorbeeld vanwege de bodemopbouw en de grondwaterstand. Er is geen enkel model in Nederland die de funderingsschade op woningniveau kan voorspellen. De informatie is altijd met een steekproef gevoed.”

Omslagpunt bij gebouwen rond 1980
Bij gebouwen uit 1980 ligt volgens Kooijman ongeveer het omslagpunt wat betreft het funderingsprobleem. “Bij moderne woningen loop je een kleiner risico op schade dan als je een woning van vóór 1980 koopt. Bij een oudere woning neemt het risico snel toe. Maar ook bij een woning van pakweg dertig jaar geleden kan de kans op funderingsschade al aanzienlijk zijn door verzakkingen in de omgeving. Dat nieuwe woningen weinig risico lopen, is eenvoudig met een label te duiden. Maar zo’n genuanceerd beeld bij oudere bebouwing kun je onmogelijk met nationale modellen verwerken in een klimaatlabel.”

Kuiper was een van de sprekers bij de Steenwegsessie Verzakkingen en Natte voeten, een debatavond over de funderingsproblematiek die de Unie van Waterschappen op 19 februari organiseerde. Het gaat bij funderingsschade vaak om enorme bedragen en dus om grote belangen bij de verkoop of koop van een huis, zegt Kuiper. “Als je niet oppast, creëer je met het klimaatlabel verwachtingen die toch anders kunnen zijn dan je in eerste instantie denkt. Een label is dan een goed vertrekpunt. Als vervolgstap is bijna altijd maatwerk per woning nodig wanneer er consequenties aan een label vastzitten.”

Beeld grondwaterstand in wijkAfbeelding van een wijk met de grondwaterstand onder het oppervlak (in meters). Dit laat zien dat binnen een buurt de grondwaterstand vaak erg varieert. I Beeld: Aveco de Bondt



Hij haalt een collega aan die onlangs met pensioen is gegaan. “Een hardcore funderingsonderzoeker. Hij geeft ons mee: je kunt niet gokken met funderingen en de stabiliteit van iemands woning. Het is heel precies en verantwoordelijk werk. In dat licht moet je een klimaatlabel ook zien. Die kan op zich waarde hebben maar je kunt niet aan de hand van een globaal model ervan uitgaan dat een constructie wel blijft staan. Het juiste verhaal is daarom heel belangrijk.”

Funderingsspook in Den Haag ontmaskerd
Het tweetal geeft het voorbeeld van Den Haag. Volgens de Klimaatschadeschatter waarmee een inschatting van verwachte schadekosten wordt gemaakt als er niets aan klimaatadaptatie zou gebeuren, zijn er aanzienlijke risico’s op funderingsschade in grote delen van de stad. De gemeente Den Haag vroeg zich af of dit wel klopte.

Kooijman licht toe: “Het beeld dat op basis van nationale modellen wordt geschetst, herkende de gemeente zelf helemaal niet. We hebben het gedetailleerd onderzocht en toen bleven alleen delen van een paar specifieke wijken over. In de meeste gebieden vallen de klimaatrisico’s enorm mee, omdat de bodemopbouw anders is dan volgens nationale modellen. Dat hebben wij ‘het funderingsspook ontmaskerd’ genoemd.”

Zo’n 10 procent van de oorspronkelijk geschatte schade is overgebleven, zegt Kooijman. “Er zijn alleen maar een paar spookjes in Den Haag. Door het doembeeld rennen mensen weg voor de problematiek. Nu is het overzichtelijk wat een gerichte aanpak van het funderingsprobleem mogelijk maakt.”

Voorgesteld klimaatlabel te risicovol
Is een verplicht uniform klimaatlabel op gebouwniveau zoals de banken bepleiten, dan een illusie? Kooijman en Kuiper: “Wij maken er ons zorgen over. Zoals nu over een klimaatlabel wordt gesproken, zeggen we: doe het alleen als je ook een vervolgstap per woning zet. Zonder deze stap is het voorgestelde klimaatlabel te krachtig en te risicovol.”

Volgens Kuiper is grofweg 10 procent van de woningen in ons land gebouwd op een ongunstige plek gezien de klimaatverandering. “Bij deze woningen is er een reëel risico op funderingsschade, en vaak valt dat samen met andere risico’s zoals overstroming en wateroverlast. Die 10 procent is best goed in beeld bij gemeenten. Kunnen we in de communicatie niet beter op een andere manier op deze kleinere groep richten dan met een klimaatlabel? Ik zou liever willen dat we focussen op de bekende aandachtsbuurten.”

Vrij globaal klimaatlabel wel mogelijk
Een vrij globaal klimaatlabel is naar de mening van Kuiper wel mogelijk. “Dat geeft een indicatie van wat er aan de hand is, zonder de pretentie om werkelijk op het niveau van een woning informatie te geven. Daar denken we meer aan. Een klimaatlabel kan echt wel, maar dan moet het erg oppervlakkig en losjes zijn en handelingsperspectief bieden voor verdere detaillering en maatregelen.”

Dus nooit iets in centimeters of andere eenheden kwantificeren maar alleen kwalitatieve informatie opnemen, vult Kooijman aan. “Dat betekent wel dat het klimaatlabel ‘hoog over’ is. Je doet op gebiedsniveau uitspraken over een woning. Hoe verleidelijk het ook is om heel concreet te worden voor een woning.”

Het voordeel is dat zo’n label de bewustwording over de klimaatrisico’s stimuleert, besluit Kuiper. “Ik hoop dat we doorgaan met hierover praten en informatie delen. Maar dan moeten we ook vertellen wat het klimaatlabel wel en niet zegt. De dialoog over de gevolgen van de klimaatverandering voor wonen is belangrijk omdat we hiermee mensen kunnen helpen.”

Beeld fundering 2 woningen Aveco de BondtSchematische weergave van de funderingen van twee nagenoeg identieke woningen die niet naast maar wel vlak bij elkaar liggen. Het beeld toont hoe veranderlijk de grondwaterstand en bodemopbouw kunnen zijn in een gebied. Zo is op het ene hoekpunt van de woning aan de rechterkant veen aanwezig, dat bij droogte zakt, en op het andere hoekpunt niet. Terwijl de bodem bij het links afgebeelde huis weer anders is. Dit laat zien dat lokale kennis nodig is voor een eventueel klimaatlabel op het niveau van een gebouw. I Beeld: Aveco de Bondt

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • Je reactie is nog niet geplaatst. We checken hem eerst.
    Hans Geerse · 1 months ago
    Heel goed dat hier de nuance wordt gezocht! En verder..., verzekeren doe je toch om gezamenlijk de risico's te dragen. Dan blijft de verzekering betaalbaar. Als we precies weten wie risico loopt haken de andere eigenaren af. Wordt dan de remie niet verl te hoog? Begin met nieuwe woning klimaatproof te bouwen...
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.