0
0
0
s2sdefault

Moderne techniek maakt steeds betere sturing van de waterhuishouding mogelijk. Maar daarmee zijn droge voeten zeker niet gegarandeerd, zo werd deze zomer weer overweldigend duidelijk in Limburg. En ook in Noord-Holland was eind juni na extreme regenval sprake van forse wateroverlast. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zegt al het mogelijke gedaan te hebben om de schade te beperken, maar de agrariërs in het gebied zien dat anders. Wat gebeurde er precies, en vooral: wat valt er te leren, ook voor overlastsituaties elders in het land? De kijk van bestuurders Siem Jan Schenk (HHNK) en Kees Stoop (LTO-Noord).

 door Mirjam Jochemsen

KEES STOOP: WATERSCHAP WAS NIET VOORBEREID

Wat gebeurde er die bewuste vrijdagavond in juni?
Kees Stoop 180 vk Kees Stoop"Het was noodweer. In korte tijd viel er in Noord-Holland extreem veel regen. Het waterschap kreeg al dat water niet snel genoeg weggepompt, dus op verschillende plaatsen ontstond er grote wateroverlast. Het leidde tot chaotische en zelfs paniekerige situaties."

Was de aanpak van HHNK tijdig en adequaat?
"Volgens ons niet. Er was zware neerslag voorspeld, maar het waterschap was hier niet op voorbereid. Veel sloten zijn ook slecht onderhouden, die zijn te veel dichtgegroeid. Daarnaast werden de waterbergingen te laat opengezet. Ze functioneerden ook niet naar behoren. Dat kwam deels door falende automatisering, deels ook doordat ze niet op de goede plek liggen. En ten slotte: HHNK was telefonisch slecht bereikbaar. Hoe kan je dan als waterschap de regie houden? Tientallen agrarisch ondernemers en loonwerkers zijn wel meteen zelf aan het pompen gegaan."

Wat zijn de gevolgen voor de boeren en tuinders?
"Er zijn zo’n honderd boeren getroffen. Bij een flink aantal van hen heeft het land twee etmalen onder water gestaan, dus de schade is enorm, die kan per bedrijf tot in de tonnen lopen. Sommigen vrezen dan ook voor het voortbestaan van hun bedrijf. Bij zulk noodweer is enige overlast en schade niet te voorkomen, maar zo erg als nu had het niet hoeven zijn."

Hoe nu verder?
"LTO Noord is in gesprek met het waterschap. We zetten nu op een rijtje wat volgens ons de feiten zijn, in september praten we verder. Er is volgens ons een kritische kijk nodig op het watersysteem. Zijn de waterbergingen in hun huidige vorm wel een oplossing bij plensbuien? Moeten misschien de waterpeilen op meer plekken gemeten worden, zodat het water beter gestuurd kan worden? Is het onderhoud van het systeem wel op orde? Heeft HHNK de crisisorganisatie wel op orde? We vinden het sterk dat het waterschap dit nu door een externe partij laat toetsen. Ook de communicatie in dergelijke noodsituaties moet echt beter. Het waterschap moet de regie willen en kunnen nemen. De ondernemers moeten weten waar ze aan toe zijn en wat hen te doen staat."


SIEM JAN SCHENK: WEGWERKEN WATER KOST TIJD

Wat gebeurde er die bewuste vrijdagavond in juni?
Siem Jan Schenk 180 vk Siem Jan Schenk"We hadden te maken met onverwachte clusterbuien, waarbij in korte tijd extreem veel water valt. Die vielen bovendien op een ongewoon groot oppervlak: in het kustgebied vanaf Castricum tot de Zijper polder, een strook van zo’n 35 km lengte. Dat er veel regen ging vallen, 20-30 mm, wisten we van tevoren. Maar dat het lokaal veel meer zou worden, dat werd pas enkele uren van tevoren duidelijk. Ons systeem is ingericht om buien op te vangen die eens in de 10-100 jaar voorkomen. Daarmee voldoen we aan de wettelijke normen. Wat er werkelijk in een paar uur tijd op ons neerdaalde was 100 tot lokaal wel 150 mm. Dat gebeurt statistisch gezien eenmaal in de 1.000 jaar! Dat kon niemand voorzien. Dat er de dagen daarna ook nog heel veel water naar beneden kwam, hielp niet."

Was de aanpak van HHNK tijdig en adequaat?
"We hebben er alles aan gedaan het water zo snel mogelijk weg te werken, door extra pompen in te zetten en waterbergingen te openen. Ook de boeren en de tuinders in het gebied hebben extra pompcapaciteit ingezet, waar we heel blij mee zijn. Maar het wegwerken van het water en het verplaatsen naar de waterbergingen kost tijd. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden was schade niet te voorkomen, alleen te beperken."

LTO-Noord ziet dit anders.
“Het is duidelijk dat we een verschillende kijk op het gebeurde hebben. Aan de discussie daarover willen we ruimte en tijd geven. We hebben al enkele gesprekken met de agrariërs gehad, op bestuurlijk niveau en ‘in de polder’. We werken nu aan een gezamenlijke evaluatie. Wat is ieders feitenrelaas? Dat moet naar drie belangrijke aspecten kijken: is het watersysteem fundamenteel op orde, heeft het waterschap adequaat gereageerd, en hoe verliep de communicatie tussen de betrokkenen?”

Hoe nu verder?
"In september gaan we weer samen aan tafel zitten, om het onafhankelijke evaluatierapport te bespreken. Wij denken dat er sowieso duidelijke afspraken moeten komen over de particuliere inzet van pompen en de coördinatie daarvan. Ook denken we dat de communicatie, intern en extern, beter kan in de toekomst. Voor het overige wachten we de gesprekken in september af.
Los van dit alles laten de verschillende overlastsituaties van deze zomer, ook elders in het land, opnieuw de urgentie zien van meer oog voor de rol van water in de verdere inrichting van ons land. Er is echt een gezamenlijke aanpak nodig, van vooral de stedelijke ontwikkeling. Het landelijke Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie zet ons allemaal daarmee aan het werk. De waterschappen kunnen waterproblemen niet in hun eentje voorkomen, ook projectontwikkelaars, gemeenten en provincies hebben een grote verantwoordelijkheid."

Deze bijdrage verscheen in de printuitgave van H2O september

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.