h2ologoprimair


knw uitgever h2o

  • Home
  • H2O nieuws
  • Onderzoek naar bochten in veenbeken levert nuttige kennis op voor beekherstel

H2O nieuws


Foto: Jasper Candel

Onderzoek naar bochten in veenbeken levert nuttige kennis op voor beekherstel

In het begin van de twintigste eeuw werden verreweg de meeste beken in Nederland ’genormaliseerd’ ten behoeve van de landbouw en veranderden in rechte kanaaltjes. De afgelopen twintig jaar is er veel tijd en energie gestoken om de beken weer in hun oude, bochtige glorie te herstellen en door het landschap te laten slingeren.

Maar hoe zijn de bochtige lopen die op historische kaarten staan – en als blauwdruk dienen voor beekherstelprojecten - ooit gevormd? Dat onderzocht Jasper Candel, promovendus aan Wageningen University & Research, als onderdeel van RiverCare, een groot Nederlands onderzoek naar rivierherstel. Hij publiceerde zijn bevindingen vorige week in het tijdschrift 'Earth Surface Processes and Landforms'. De promovendus verrichtte boringen bij de Drentsche Aa, een van de weinige beken die voor het grootste gedeelte nooit gekanaliseerd is.

Candel kwam tot de conclusie dat de bochten in de Drentsche Aa niet het gevolg zijn van normale meandering zoals we die tot dusver kennen. "Gedurende de laatste ijstijd werden beekdalen uitgesleten, tot wel acht meter diep. Toen het warmer en natter werd, circa 12.000 jaar geleden, ging daar veen in groeien. De beek die eerst op de bodem van het dal lag is met die veengroei mee omhoog gekomen."

Veen is een heel stug materiaal, het is vrijwel niet te eroderen. De bochten in de Drentsche Aa lijken volgens Candel dan ook het gevolg van het ‘kleven’ van de beek aan de dalwand. "Omdat het veen meer weerstand biedt tegen erosie dan de zandige dalwand, kwam de beek mee omhoog langs de oplopende dalwand. Dit gebeurde afwisselend aan beide kanten van het dal, daartussen stak de beek het dal over. Zo zijn de bochten ontstaan."

Dat betekent dat de Drentsche Aa al millennia lang dezelfde loop heeft. Dit brengt Candel – die zijn onderzoek nu op zandgrond herhaalt bij de Dommel en de Overijsselse Vecht – tot de conclusie dat er goed nagedacht moet worden over de manier van beekherstel. "Op veengronden hebben beken dus geen behoefte aan veel ruimte, omdat ze zich nauwelijks verplaatsen. Dus dat maakt landaankoop om beken de ruimte te geven overbodig."

Beekherstel wordt gestimuleerd omdat het een bijdrage zou leveren aan de ecologie en aan het waterbeheer. Omdat de beek door het landschap slingert, wordt het water immers minder snel afgevoerd. "Het is daarbij wel belangrijk om ons te blijven afvragen of deze maatregelen wel effectief zijn", aldus Candel "Er gaat veel geld zitten in beekherstel. Veenbeken meanderen niet. Het is dus de vraag of we moeten investeren in een slingerende beek of dat er andere mogelijkheden zijn om ecologie en waterbeheer optimaal te bedienen."

Het artikel leest u hier

Waternetwerk maakt gebruik van coockies om de gebruikerservaring te verbeteren. Als u onze site bezoekt, gaat u akkoord met het gebruik hiervan. Ik snap het