Jantienne van der Meij-Kranendonk en Anne Hummelen vervullen sinds een maand in duo de rol van directeur voor het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Watertechnologie. Beiden zijn 1 januari begonnen.

Jantienne van der Meij 180 2Jantienne van der MeijVan der Meij-Kranendonk en Hummelen blijven naast hun nieuwe functie actief voor hun werkgevers, respectievelijk WaterCampus en KWR Water Research Institute.

Eerstgenoemde werkt als Liaison officer bij WaterCampus in Leeuwarden. Ze coördineert de werkzaamheden van de Water Alliance binnen de WaterCoalitie NL voor TKI Watertechnologie en is daarnaast bestuurslid van de stichting Wetskills.

Hummelen is bij KWR programmamanager van het Bedrijfstakonderzoek, het collectieve onderzoeksprogramma van de Nederlandse drinkwaterbedrijven en het Vlaamse De Watergroep. Sinds 2014 is ze ambtelijk secretaris van het bestuur van TKI Watertechnologie.

Anna Hummelen vk 180 Anne HummelenTKI Watertechnologie is een van de drie TKI’s binnen de Topsector Water & Maritiem. In 2019 stelde de overheid op vier maatschappelijke thema’s concrete missies vast voor 'een klimaatbestendig, waterrobuust, duurzaam, gezond en veilig Nederland'. Realiseren van die missies vraagt om samenwerking. Het bestuur van TKI Watertechnologie besloot daarop om - naar voorbeeld van andere TKI’s – een directeur aan te stellen.

Het werd een duobaan. Van der Meij en Hummelen richten zich op coördinatie en representeren de TKI in de contacten met de Topsector Water & Maritiem, departementen, kennisinstellingen, bedrijven, eindgebruikers, andere topsectoren en TKI’s. Daarnaast organiseren zij cross-sectorale activiteiten en zijn ze aanspreekpunt voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Met de Programmaraad van het TKI brengen ze het werkveld en onderzoeksactiviteiten gerelateerd aan watertechnologie in beeld.

Hummelen stelt vast dat de watertechnologiesector al veel samenwerkt: “Ons speerpunt voor 2020 is om die cross-sectorale samenwerking naar fase 2.0 te brengen door zowel in de kennisontwikkeling als de toepassing samen op te trekken.” Concreet: de watertechnologiesector laten meedoen aan verschillende relevante Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma’s, vooral op het gebied van landbouw, water en voedsel, circulaire economie en energie.

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!