De zeespiegel stijgt langs de Nederlandse kust minder snel dan in de rest van de wereld. Sterker, vorig jaar daalde de gemiddelde zeespiegel ten opzichte van 2017 met 7,2 centimeter. Dat is de grootste daling sinds 1996, schrijft Deltares.

Het onderzoekinstituut publiceerde deze week de Zeespiegelmonitor 2018 dat het in opdracht van Rijkswaterstaat opstelde in samenwerking met adviesbureau HKV Lijn in water. Daarbij werd gebruik gemaakt van een nieuwe methode om de stijging nauwkeuriger te bepalen. Conclusie: de stijging voor de Nederlandse kust is niet versneld. “Dit hadden we wel verwacht op basis van oude projecties”, schrijven de onderzoekers.

En verder viel dus op dat de zeespiegel voor de Nederlandse kust vorig jaar daalde ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarbij moet gezegd dat de zeespiegel in 2017 voor de Nederlandse kust zijn hoogste stand ooit gemeten bereikte.

Fedor Baart vk 180Fedor Baart Kustexpert Fedor Baart van Deltares zegt op de website: “Wat verder opviel is dat in het jaar 2018 de gemiddelde zeespiegel langs de Nederlandse kust met 7,2 cm is gedaald ten opzichte van de gemiddelde stand in 2017. Dat is de grootste daling sinds 1996. In 2017 stond de zeespiegel relatief hoog vanwege twee grote noordwesterstormen (half januari en eind oktober), die het zeeniveau opstuwden richting de kust. In 2018 hadden we twee lange periodes met oostenwind, waardoor de waterstand lager werd.”

Nieuwe meetmethode
De nieuwe meetmethode behelst een combinatie van metingen, satellietwaarnemingen, modelberekeningen en bestudering van archieven. Door de combinatie van alle informatie kan beter dan vroeger de bijdrage van verschillende componenten zoals bodemdaling, wind en getij, aan de stijging worden aangetoond, aldus het instituut en het adviesbureau.

De daling in 2018 ten spijt, stijgt zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust gestaag. Deze stijging is wel lager dan de wereldwijde zeespiegelstijging. Die bedroeg in de periode van 1993, het jaar waarin voor eerst de wereldwijde zeespiegelstijging aan de hand van satellietmetingen werd bepaald, tot en met 2017 32 centimeter per eeuw.

Bodemdaling
De zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust wordt al veel langer gemeten. Met de nieuwe methode trekken de onderzoekers de conclusie dat in de periode 1890 tot en met 2017 de zeespiegelstijging met 18,6 cm per eeuw is gestegen tot 6 cm boven NAP. Een deel van die stijging wordt veroorzaakt door bodemdaling (4,5 centimeter per eeuw).

De belangrijkste reden dat de zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust minder hard gaat dan wereldwijd, is dat Nederland op een van de meest gunstige plekken ter wereld ligt ten opzichte van het smeltend ijs, staat in het onderzoek. Door het zwaartekrachteffect komt het ijs dat afkalft en smelt op Groenland niet voor de Nederlandse kust terecht. De stijging laat zich vooral gelden rondom de evenaar.

In de toekomst sneller
Die situatie kan veranderen. De onderzoekers stellen dat er rekening mee moet worden gehouden dat de zeespiegel voor de Nederlandse kust in de toekomst sneller kan stijgen. “Oorzaak hiervoor is dat het ijs op Antarctica steeds sneller afbreekt en smelt en onze kant op kan komen.”

De stijging van de Nederlandse zeespiegel wordt onder andere gebruikt om te bepalen met hoeveel zand de kust versterkt moet worden. De onderzoekers adviseren om de huidige zeespiegelstijging te gebruiken voor toepassingen tot maximaal 15 jaar vooruit.

Global Navigation Satellite System
Verder pleiten de onderzoekers ervoor om elk getijstation uit te rusten met een Global Navigation Satellite System, zodat gemakkelijker onderscheid te maken is tussen bodemdaling en zeespiegelstijging.

Ook adviseren de onderzoekers om gegevens en documenten van Rijkswaterstaat beter te ontsluiten. “Een deel van de conclusies was eerder, eenduidiger en makkelijker te trekken als de documenten en gegevens van RWS vollediger en opener publiek beschikbaar waren.”

 

Update 12 maart: toegevoegd aan de wereldwijze zeespiegelstijging: 32 centimeter per eeuw  

 

MEER INFORMATIE
Zeespiegelmonitor 2018
Nauwkeuriger inzicht in huidige zeespiegel langs de Nederlandse kust

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Harry Bosgoed · 3 years ago
    Wat mij opvalt in de Zeespiegelmonitor 2018 is dat de toename van de hoeveelheid water op aarde niet in de modellen is meegenomen. Door verbranding van fossiele brandstoffen wordt namelijk niet alleen CO2 geproduceerd maar ook H2O. Bij de verbranding van methaan (aardgas) zelfs 2x zoveel: CH4 + 2 O2 ---> CO2 + 2 H2O.
    De hoeveelheid water op aarde neemt hierdoor continu toe, net als de hoeveelheid CO2, waarbij CO2 echter grotendeels gefixeerd wordt en water niet. Ik schat daarom grofweg in dat de hoeveelheid geproduceerd water ongeveer gelijk is aan de hoeveelheid geëmitteerde CO2. Dit moet daarom wel leiden tot een significante bijdrage aan de stijging van de zeespiegel. Maar hoeveel precies? Hier zou ik heel graag een reactie van Deltares op zien.
    • This commment is unpublished.
      Fedor Baart · 3 years ago
      In figuur 2.1 van het rapport wordt aangegeven dat er ook nog andere bronnen van water zijn, denk aan veranderingen in rivierafvoer, grondwater, etc... Ook deze term valt daaronder.
      Ik heb zelf geen gegevens bij de hand van de totale massa aan verbrand methaan. In dit rapport is dat inderdaad buiten beschouwing gelaten.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!