Huishoudens met een eigen woning zijn dit jaar gemiddeld 392 euro kwijt aan waterschapsbelastingen, terwijl huurders 280 euro betalen. Dat betekent een stijging met respectievelijk 3,4 en 1,8 procent ten opzichte van 2021. Er zijn wel aanzienlijke verschillen tussen waterschappen volgens de Atlas van de lokale lasten 2022 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).

Het onderzoeksinstituut dat verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen brengt jaarlijks in beeld wat Nederlanders betalen aan belastingen van hun gemeente, provincie en waterschap. De lokale lasten voor huishoudens met een eigen woning zijn in 2022 gemiddeld 1.486 euro, een toename met 2,9 procent ten opzichte van 2021. Door de bank genomen gaat 904 euro naar de gemeente, 189 euro naar de provincie en 392 euro naar het waterschap.

Huurders betalen in doorsnee 893 euro, 1,9 procent meer. De verdeling is 424 euro aan gemeente, 189 euro aan provincie en 280 euro aan waterschap. Huurders zijn minder kwijt, omdat ze geen onroerendezaakbelasting aan de gemeente betalen, geen heffing gebouwd aan het waterschap en in een deel van de gemeenten ook geen rioolheffing.

COELO heeft ook een overzicht van de belastingen per gemeente gemaakt. De verschillen zijn groot. De lokale lasten variëren voor woningeigenaren tussen 1.162 euro (Tilburg) en 2.405 euro (Bloemendaal) en voor huurders tussen 544 euro (Nijmegen) en 1.226 euro (Wassenaar). Iedereen kan het voor zijn eigen situatie geldende bedrag gemakkelijk uitrekenen met de online Lokale lasten calculator op de website van COELO.

Waterschapslasten gemiddeld met 3 procent omhoog
De waterschapslasten bedragen in 2022 in totaal 3.249 miljoen euro. Dat houdt een stijging met 3,0 procent in vergeleken met afgelopen jaar. Toen ging het nog om 3.138 miljoen euro.

Wie een eigen woning bezit en deze zelf bewoont, betaalt gemiddeld 392 euro (zuiveringsheffing, ingezetenenheffing en heffing gebouwd). Dat is 3,4 procent meer dan in 2021. Voor een huishouden met een huurwoning gaat het om een gemiddeld bedrag van 280 euro (zuiveringsheffing en ingezetenenheffing). De stijging is 5 euro ofwel 1,8 procent (zie het tarievenoverzicht).

Een huishouden met meer personen betaalt door de bank genomen 185 euro voor de zuiveringsheffing, 2,9 procent meer dan vorig jaar. De ingezetenenheffing is in doorsnee 93 euro (plus 2,2 procent). De heffing gebouwd voor eigenaren van gebouwen is gemiddeld 0,0283 procent van de WOZ-waarde. Gecorrigeerd voor de verandering van de WOZ-waarde gaat het om een toename met 6,2 procent ten opzichte van 2021.

Flinke variatie tussen waterschappen
De kosten van waterbeheer verschillen aanzienlijk in Nederland. Zo moet volgens de COELO-publicatie in het westen vanwege de lage ligging veel meer worden gedaan om droge voeten te houden dan in andere delen van het land die niet onder zeeniveau liggen. Hierdoor zijn er flinke verschillen in de tarieven van waterschappen.

In het gebied van het Hoogheemraadschap van Delfland betalen huurders het meest: 368 euro. Bij de Dommel zijn ze met 207 euro het goedkoopst uit. Wie zelf een eigen woning bewoont, is het meest kwijt in Landsmeer, in het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: gemiddeld 588 euro. Daarentegen betalen huiseigenaren het minst in Cranendonck, in waterschap De Dommel. Daar is het bedrag gemiddeld 277 euro.

Soms daling van tarieven
De waterschapslasten gaan voor huurders het meest omhoog in Rijn en IJssel: 8,7 procent. Het waterschapsbestuur wil hiermee de schuldenlast verminderen. Ook voor huishoudens met een koopwoning is in Rijn en IJssel de grootste stijging te zien. Het gaat om 11,7 procent erbij in de gemeente Bronckhorst, waar de WOZ-waarde relatief hoog is en ook relatief sterk stijgt.

In sommige gebieden dalen de waterschapslasten in plaats van dat ze stijgen. Zo is een huurder bij vier waterschappen goedkoper uit. De daling is in Delfland het sterkst met 8,8 procent. Een eigenaar-bewoner in Dordrecht in waterschap Hollandse Delta betaalt 1,8 procent minder. Dat is voor deze categorie de grootste afname.

In de publicatie wordt kort ingegaan op de voorstellen voor aanpassingen van het belastingstelsel van de waterschappen, die zijn opgesteld door een stuurgroep met vertegenwoordigers uit alle waterschappen. Het is volgens de onderzoekers van COELO de vraag of deze wijzigingen nodig zijn. Sommige knelpunten in de huidige wetgeving kunnen naar hun mening ook met eenvoudigere aanpassingen worden opgelost.

Gematigde stijging van rioolheffing
De rioolheffing door de gemeenten brengt in totaal 1.772 miljoen euro in het laatje. De belasting wordt betaald door zowel huishoudens als bedrijven. De gemiddelde rioolheffing voor een eenpersoonshuishouden stijgt dit jaar met 2,1 procent naar 191 euro en voor een meerpersoonshuishouden met 1,7 procent naar 207 euro. Gemeenten hanteren wel verschillende bedragen. Zo varieert het tarief van 91 (Overbetuwe) tot 500 euro (Gouda) voor een huishouden met meer personen.

Een bedrijf betaalt bij een waterverbruik van 100 kubieke meter gemiddeld 207 euro aan rioolheffing en bij 500 kubieke meter water 366 euro. De ontwikkeling loopt uiteen van een stijging met 1,6 procent voor bedrijven die 100 kubieke meter water gebruiken tot een stijging met 7,7 procent voor bedrijven met een waterverbruik van 30.000 kubieke meter.

Waterschapsbelastingen 2022 COELOBron: Atlas van de lokale lasten 2022 (COELO)

Aanpassing 7 april
In het bericht was het gemiddelde bedrag van 392 euro aan waterschapslasten voor een eigenaar-bewoner in 2022 vergeleken met het bedrag van 362 euro in 2021 (zoals vermeld in de atlas van 2021), wat een verhoging met 30 euro zou inhouden. Dan klopt een stijgingspercentage van 3,4 procent niet, merkt Marien Abspoel in een reactie op. De 362 euro voor 2021 is verouderd, geeft onderzoeker Corine Hoeben van COELO bij navraag aan. Dit komt omdat COELO nu een andere manier van berekenen hanteert in verband met de heffing verbouwd. Zie de toelichting van Hoeben hieronder bij de reacties. We hebben het bericht daarom aangepast; het bedrag van 362 euro is komen te vervallen.

 

MEER INFORMATIE
COELO Atlas van de lokale lasten 2022
Online Lokale lasten calculator
H2O Actueel: verwachting van UvW voor 2022
H2O Actueel: lokale lasten in 2021

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Marien Abspoel · 4 months ago
    Beste redactie, als de belasting dit jaar 30 euro hoger is en nu 392 euro gemiddeld is, dan was het 362 euro en dan is 30 euro meer niet 3,4% maar 8,3%. Graag deze correctie. Marien Abspoel
    • This commment is unpublished.
      Redactie H2O · 4 months ago
      Beste Marien,
      Terechte opmerking dat dit niet klopt. De stijging met 3,4 procent van de waterschapslasten voor de eigenaar-bewoner is correct, een verhoging met 30 euro ten opzichte van 2021 echter niet. Dat komt omdat het bedrag van gemiddeld 362 euro (door ons overgenomen uit de Atlas lokale lasten 2021) verouderd is, geeft onderzoeker Corine Hoeben van COELO aan. Daarom hebben we het bericht op dit punt nu aangepast.

      Hoeben heeft naar aanleiding van jouw opmerking deze toelichting gestuurd:
      Bij de waterschappen is het belangrijkste verschil tussen huurders en eigenaar-bewoners dat de laatsten de heffing gebouwd betalen en huurders niet. De grondslag voor de heffing gebouwd is de woz-waarde. We gaan uit van de gemiddelde woz-waarde in een gemeente om te berekenen welk bedrag huishoudens gemiddeld betalen voor de heffing gebouwd. Hiervoor nemen we de gemiddelde woz-waarde per gemeente die het CBS publiceert op Statline. De meest recente cijfers hebben betrekking op 2021. Om de woz-waarde van 2022 te berekenen verhogen we de bedragen van 2021 met de stijging volgens de Waarderingskamer.
      Tot en met 2021 publiceerde het CBS alleen de gemiddelde woz-waarde voor zowel koop- als huurwoningen. De waarde van huurwoningen is over het algemeen lager dan die van koopwoningen. Huishoudens die de heffing gebouwd betalen zijn huishoudens met een koopwoning. Als je uitgaat van de gemiddelde woz-waarde van koop- en huurwoningen samen, dan ga je dus in de meeste gemeenten eigenlijk uit van een te lage waarde als je wilt laten zien wat een huishouden met een koopwoning gemiddeld betaalt. Er waren echter geen andere gegevens beschikbaar.
      Sinds kort (december 2021) publiceert het CBS ook de afzonderlijke gemiddelde woz-waarde van koop- en huurwoningen. Omdat de gemiddelde woz-waarde van koopwoningen een beter beeld geeft van de gemiddeld betaalde ozb door huishoudens met een koopwoning gaan we voortaan uit van deze waarde (zie de verantwoording in het rapport, https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/bijlagen).
      Om aan te geven in welke mate het betaalde bedrag is gestegen ten opzichte van 2022, hebben we de waterschapslasten opnieuw berekend op basis van de gemiddelde woz-waarde van koopwoningen in 2021. Het bedrag in de Atlas 2021 is dus verouderd.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!