Waterschapsbedrijf Limburg heeft met tien partijen raamcontracten afgesloten voor de vernieuwing en het groot onderhoud van de rioolwaterzuiveringsinstallaties, de rioolgemalen en het leidingennetwerk. De samenwerking geldt voor een periode van acht jaar. Hierin ligt het accent op projectoverschrijdend leren en gezamenlijk groeien.

De nieuwe samenwerking is eerder deze week formeel beklonken met een tekenmoment bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Weert. Volgens Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) wordt hiermee een versnelling ingezet van de eigen ambities, waaronder duurzaamheidsdoelen.

Nicole HendrixNicole Hendrix

“Door de intensieve samenwerking met onze contractpartners neemt de synergie en daarmee onze uitvoeringskracht toe”, zegt Nicole Hendrix, directeur bedrijfsondersteuning. “Wij kunnen over de hele linie sneller en beter resultaten behalen, omdat we eerder en beter kunnen gebruikmaken van elkaars kennis en ervaring.”

Drie samenwerkingsclusters
Waterschapsbedrijf Limburg is een dochterbedrijf van Waterschap Limburg en zorgt voor de zuivering van afvalwater en de omzetting van zuiveringsslib in waardevolle grondstoffen en energie. WBL is in zee gegaan met acht bedrijven en twee aannemerscombinaties (zie kader onderaan). Er wordt samengewerkt binnen drie clusters voor multidisciplinaire projecten, leidingwerk en onderhoud van gemalen. Bij de laatste twee clusters zitten ook nog enkele partijen op de reservebank, voor als hun inzet nodig is.

De raamcontractpartners zijn geselecteerd na een aanbestedingsprocedure waarin de criteria waren gericht op competenties, gedrag en houding in de samenwerking en het projectresultaat. Met verschillende partijen is de afgelopen vier jaar al samengewerkt, onder meer bij de ontwikkeling en bouw van installaties volgens het modulaire Verdygo-concept. Hendrix: “Een deel van de contractpartners zijn opnieuw gecontracteerd, al dan niet in combinatieverband. Er zijn ook contractanten afgevallen.”

Grote uitdagingen
Guus Pelzer, directeur van Waterschapsbedrijf Limburg, spreekt van een unieke samenwerking. “Het is bijzonder dat zo’n grote groep van aannemers met een publiek bedrijf de handen in elkaar slaat om naar de toekomst toe complexe projecten succesvol te gaan realiseren. En door te werken aan het succes van de ander bevorder je ook je eigen succes.”

Er is werk aan de winkel want de uitdagingen bij de instandhouding en verbetering van de Limburgse rioolwaterzuiveringsinstallaties, leidingen en rioolgemalen zijn groot. “Aan ons worden hoge eisen gesteld”, licht Hendrix toe. “De realisatie daarvan is een flinke opgave in het licht van de beschikbare middelen, in- en externe resources en materialen. Wij moeten niet alleen gaan voldoen aan hogere afspraken over afname, maar ook aan toekomstige eisen voor effluent en doelen voor duurzaamheid. Denk bij die doelen onder andere aan energieneutraliteit, circulariteit en klimaatbestendigheid.”

Programmatisch samenwerken
Het draait om programmatisch samenwerken, waarbij niet alles project voor project wordt opgepakt maar naar het integrale portfolio wordt gekeken. Dat gebeurt hoofdzakelijk in gezamenlijke bouwteams. Het accent ligt op projectoverschrijdend leren, gezamenlijk groeien en tot standaardiseringen komen.

WBL en de contractpartners die ook eerder meededen, hebben de laatste vier jaar al de nodige ervaring opgedaan met deze aanpak. Daardoor is het vertrouwen in elkaar toegenomen. Wim van der Westerlo, directeur van GW Leidingtechniek BV: “Wij moeten gericht zijn op het benutten van elkaars expertise en wegblijven van klassieke opdrachtgever- en opdrachtnemersrollen.”

Goede afstemming nodig
Volgens Hendrix kunnen de tijd en energie die de betrokkenen voorheen moesten besteden aan inkooptrajecten, aanbestedingen en contractuele afspraken, nu worden gestoken in samenwerken, kennisdelen, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten. “Hierdoor kunnen we sneller werken en een beter resultaat bereiken.”

Hendrix noemt een aandachtspunt. “Bij het verdelen van de projecten moeten we er samen op toezien dat alle betrokkenen een redelijk deel krijgen toebedeeld. Samen betekent hier niet alleen afstemmen tussen WBL en de contractpartners, maar ook tussen de contractpartners onderling. Daarbij wordt de samenwerking binnen afzonderlijke projecten nadrukkelijk gestimuleerd. Voorop staat wat het beste voor het project is.”


CONTRACTPARTNERS

  • Cluster multidisciplinaire projecten: GMB, ADS Groep Water B.V., EQUANS en combinatie Croonwolter&dros / RWB.
  • Cluster gemalen: Combinatie Van der Ven / REMONDIS Smart Infra B.V., GW Leidingtechniek BV en Modderkolk projects & maintenance B.V.
  • Cluster leidingen: Van den Heuvel, GW Leidingtechniek BV en Heijmans.

LEES OOK
H2O Techniek: WBL digitaliseert zuiveringsinfrastructuur

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!