D66 en GroenLinks hebben het meest toekomstbestendige waterbeleid, afgaande op hun verkiezingsprogramma’s. Dat stelt de landelijke waterschapspartij Water Natuurlijk op basis van een programmavergelijking van dertien politieke partijen. Dat D66 en GroenLinks goed scoren is niet geheel toevallig, beide partijen steunen de landelijke waterschapspartij en zijn verweven door het geven van stemadviezen en het leveren van kandidaten voor de waterschapsbesturen.

Logo stemmen voor water kader door Bert Westenbrink

Water Natuurlijk heeft de verkiezingsprogramma’s van dertien politieke partijen langs een meetlat gelegd. De partij, die zich afficheert als ‘de groene stem in de waterschappen’, heeft bij het bestuderen van de programma’s de eigen standpunten als uitgangspunt genomen voor de meetlat, het 'WaterRad'. Die standpunten, beschreven in een manifest voor de Tweede Kamerverkiezingen (zie kader), moeten nationaal geregeld worden voor een toekomstbestendig waterbeleid in Nederland, aldus de waterschapspartij. "Met het WaterRad laat Water Natuurlijk zien hoe politieke partijen over de watertoekomst van ons land denken”, stelt voorzitter Peter Snoeren.

WaterRad
Het WaterRad dat de partij voor de vergelijking heeft ontwikkeld is verdeeld in vier hoofdthema’s: natuur, klimaat, bestuur en water. Die zijn elk weer opgesplitst in drie onderwerpen, zoals aanpak droogte, klimaat in de stad, geborgde zetels en schoon water. Hoe de scores worden bepaald, wordt niet toegelicht. Partijen kregen de gelegenheid om te reageren op de beoordeling.

GroenLinks en D66 halen respectievelijk 97 en 94 procent. De best presterende partij GroenLinks scoort onder andere goed op de onderwerpen aanpak watervervuiling (Kaderrichtlijn Water), visie op de natuur en biodiversiteit. Ook krijgt de partij een groen duimpje voor het afschaffen van de geborgde zetels waar ze op inzet. Op thema’s als water als sturend principe en aanpak verdroging kan de partij beter, aldus Water Natuurlijk. Deze thema's blijven ‘impliciet’. 

In een reactie schrijft GroenLinks dat droogte wel degelijk aandacht krijgt: “GroenLinks wil dat in heel Nederland ‘Functie volgt peil’ het uitgangspunt wordt. Dat betekent dat we het waterpeil kiezen dat past bij het bodem- en watersysteem van een gebied en niet het peil dat past bij het huidige grondgebruik.”

D66 scoort ook een min op het thema 'water als sturend principe'. “D66 wil dat de landelijke overheid meer regie neemt bij de ruimtelijke ordening, daarbij wordt het watersysteem als een ordenend principe over het hoofd gezien”, schrijft Water Natuurlijk. De sociaal-liberalen krijgen wel een pluim voor de plannen om de watervervuiling en het herstel van natuur en biodiversiteit aan te pakken. 

ChristenUnie, PvdD en PvdA
In de ranglijst scoren ook de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en de PvdA goed, met respectievelijk 92, 91 en 90 procent. De ChristenUnie bekent geen kleur inzake de geborgde zetels, wat de reden is dat ze niet net zo goed scoren als D66 en GroenLinks. De PvdD scoort veel groen op de thema’s natuur en klimaat, maar ‘schenkt onvoldoende aandacht aan het belang van water bij klimaatadaptatie in het stedelijke gebied’. De PvdA krijgt in feite op dezelfde thema’s als D66 en GroenLinks een groene duim, de socialisten laten het liggen op de onderwerpen ‘subsidie lokale partijen’ en ‘ruimte voor water’.

De SP is de best of the rest, met een score van 76 procent. De grootste partij, de VVD, is met 55 procent een middenmoter. Op geen enkel onderdeel scoren de liberalen donkergroen (100 procent), wel hebben ze oog voor het waterbelang bij de ruimtelijke inrichting. Het CDA komt met 48 procent het slechtst uit de bus van de vier huidige coalitiepartijen. “De partij besteedt weinig aandacht aan de kwaliteit van het water en hoe de vervuiling van water moet worden aangepakt. Evenmin heeft het CDA het principe ‘de vervuiler betaalt’ uitgewerkt”, schrijft Water Natuurlijk. 

Niet onafhankelijk
In een reactie stellen de christen-democraten het vreemd te vinden dat Water Natuurlijk zich opwerpt als 'een onafhankelijke beoordelaar van verkiezingsprogramma’s' gezien de banden met GroenLinks en D66. “Wij hebben daarom moeite met de gekozen methodiek, die geen enkele onafhankelijke afweging uitstraalt’, zo schrijven ze, waarbij ze ook inhoudelijk kritisch reageren op de beoordeling van Water Natuurlijk. “Het is feitelijk onjuist dat het CDA geen uitspraken over herstel van biodiversiteit doet.” 

De partijen die in het WaterRad rood kleuren zijn de rechtse partijen PVV en Forum voor Democratie, beide scoren 34 procent. Toch krijgen ze allebei een (klein) groen duimpje: de PVV koestert het landschap, FvD geeft een ‘aanzetje’ tot duurzame landbouw. 


MANIFEST
Water Natuurlijk schreef vorig jaar een manifest om politieke partijen ‘handvatten te bieden voor hun verkiezingsprogramma’s’. “Het betreft water onderwerpen die op nationaal (en soms internationaal) niveau geregeld moeten worden”, zo staat geschreven.

In het manifest neemt de partij zelf stelling, wat betekent dat de aangereikte ‘handvatten’ voor ‘een goed en efficiënt waterbeheer’ politiek geladen zijn.

Thema’s die aan de orde komen zijn waterkwaliteit (‘verleng Kaderrichtlijn Water met 7 jaar’), governance (‘schaf geborgde zetels op termijn af’, ‘herzie het belastingstelsel’) en specifieke thema’s als bodemdaling (“maak bodemdaling onderdeel van het Deltaprogramma') en klimaatadaptatie (‘geef de waterschappen een coördinerende verantwoordelijkheid voor klimaatadaptatie in hun gebied‘).


Kijk hier naar de scores in het WaterRad van Water Natuurlijk:

WaterRad-.gif

 

MEER INFORMATIE
Het WaterRad

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!