Wetenschapsfinancier NWO heeft vier miljoen euro toegekend aan het publiek-private onderzoeksprogramma SALTISolutions. Hierbij gaat het om het tegengaan van verzilting. Om een beter inzicht in de effecten van maatregelen te krijgen, wordt er een virtueel model van de Rijn-Maasdelta gemaakt.

SALTISolutions richt zich op het voorkomen van de inmenging van zout water uit de zee met zoet water. Dit vraagt om meer wetenschappelijke kennis en slimme maatregelen. Een virtueel model (digital twin) van de Rijn-Maasdelta neemt binnen het onderzoeksprogramma een centrale plaats in. Het model wordt door de onderzoekers gemaakt samen met betrokkenen als Rijkswaterstaat, waterschappen, havenbedrijven en baggeraars.

Hiermee kunnen de effecten van maatregelen inzichtelijk worden gemaakt. Er wordt in het virtuele model kennis geïntegreerd over processen op verschillende ruimte- en tijdschalen: van turbulente stromingen op het kleinste schaalniveau tot de gevolgen van klimaatverandering op de lange termijn.

Dat maakt het mogelijk om te voorspellen hoe, waar, wanneer en hoe lang zout uit zeewater zal indringen en hoe maatregelen zoals het implementeren van op de natuur gebaseerde oplossingen de zoetwatervoorziening beïnvloeden.

Wereldwijd getest
De beschikbaarheid van zoet water is niet alleen in de Rijn-Maasdelta een steeds urgenter probleem, maar ook in andere delta’s. Zout zeewater komt verder de rivieren op door zowel menselijk ingrijpen (bijvoorbeeld het uitdiepen van waterwegen) als klimaatverandering. De inzichten binnen SALTISolutions zullen wereldwijd worden getest. Dat leidt tot verdere versterking van de positie van de Nederlandse deltatechnologie.

Julie PietrzakJulie Pietrzak

Het onderzoeksprogramma duurt zes jaar en bestaat uit negen deelprojecten. Programmaleider is professor Julie Pietrzak (Fysische Oceanografie) van de TU Delft. Zij omschrijft SALTISolutions als uniek. “Meerdere stakeholders leveren ons data aan. Daarmee kunnen wij niet alleen verbeteringen aanbrengen in onze modellen en voorspellingen, maar ook samen met onze partners oplossingen vinden.”

De lijst met deelnemende onderzoeksinstellingen, overheden en bedrijven is lang: Arcadis, ARK, Boskalis, Bureau Waardenburg, BAM, Deltares, Evides, Flanders Hydraulics, Havenbedrijf Amsterdam, Havenbedrijf Rotterdam, HKV, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hydrologic, Koninklijk NIOZ, Nortek-NL, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Royal HaskoningDHV, STOWA, Svasek, Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven, Universiteit Twente, Universiteit Utrecht, Van Oord, VEMW, VEWIN, Wageningen University & Research, Waterschap Hollandse Delta en WNF.

In totaal is er ruim zes miljoen euro beschikbaar voor het onderzoek. Vier miljoen euro komt van NWO en de rest dragen private partijen en de overheid bij. SALTISolutions is een van de vijf innovatieve onderzoeksprogramma’s, waarvoor NWO in 2019 geld beschikbaar stelt in het kader van Perspectief. Dit programma wordt gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en richt zich op economische kansen binnen maatschappelijke uitdagingen.

 

MEER INFORMATIE
NWO over toekenning geld
TU Delft over o.a. SALTISolutions
WUR over deelname
Universiteit Twente over eigen inbreng

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!