secundair logo knw 1

Sfeerbeeld van de conferentie

Met een uitgebreid voorproefje op de eindresultaten is tijdens een conferentie op Aquatech stilgestaan bij de afronding van het innovatieprogramma voor de verwijdering van microverontreinigingen - vooral medicijnresten - uit afvalwater. De uitdaging is nu om installaties op volledige schaal te realiseren die straks ook voldoen aan de nieuwe Europese richtlijn voor de behandeling van stedelijk afvalwater. “Dat is dan de nieuwe bril waarmee we naar technieken kijken.”

Het kenniscentrum STOWA van de waterschappen pakt in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze week stevig uit om de resultaten van het bijna afgelopen Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit Afvalwater (IPMV) en de voortgang bij het versnellingsprogramma onder de aandacht te brengen. Bij de twee dagen durende conferentie op de vakbeurs Aquatech in RAI Amsterdam wordt een breed beeld van de ervaringen met de geteste nieuwe technieken gegeven. Ook kunnen belangstellenden op dag drie nog twee full-scale installaties bezoeken. 

Sneak preview
In de programma’s gaat het om het verwijderen van organische microverontreinigingen bij rioolwaterzuiveringen en dan vooral van medicijnresten. Binnen het in 2019 gestarte innovatieprogramma zijn er 21 haalbaarheidsstudies verricht en 17 pilots gehouden met voor de waterschappen nieuwe technieken of combinatietechnologieën: poederkool, oxidatie, granulair actief kool, filtratie, natuurlijke systemen en overige adsorptie. “Wij vieren het einde van vijf jaar onderzoek met een ‘sneak preview’ van de eindresultaten”, trapt Cora Uijterlinde af bij de openingssessie op de eerste conferentiedag op 8 november.

Cora UijterlindeCora Uijterlinde

Het IMPV heeft veel inzicht opgeleverd in hoe en onder welke omstandigheden de innovatieve technieken werken, vertelt Uijterlinde. “Er zijn al rond de veertig publicaties verschenen en er komen nog veel aan.” Zij verwacht dat in het tweede kwartaal van 2024 het volledige overzicht van de eindresultaten kan worden gepubliceerd. Uijterlinde noemt ook de leergemeenschap die is opgebouwd. “Daar ben ik trots op. We zijn met zijn allen klaar om informatie met anderen te delen, zowel nationaal als internationaal.”

Groot probleem
Oscar Helsen, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en hier verantwoordelijk voor het dossier microverontreinigingen, begint zijn verhaal met een kort historisch overzicht. De waterkwaliteit is er aanzienlijk op vooruitgegaan sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar er is ook nog veel werk aan de winkel, benadrukt hij. “In verband met de Kaderrichtlijn Water zou Nederland blauw moeten zijn maar is in werkelijkheid bijna helemaal rood. En dan zitten geneesmiddelen nog niet eens in de KRW-beoordeling. We hebben echt een groot probleem.”

Bij farmaceutische producten is een bronaanpak lastig omdat mensen deze nodig hebben, al zijn er binnen de Ketenaanpak Medicijnresten uit Water wel initiatieven om het gebruik te beperken. “Daarom is het nodig om geneesmiddelen aan te pakken in afvalwater.” Ozon en actieve kool zijn in Nederland inmiddels gerealiseerd als technieken, zegt Helsen. “En verder sommige combinaties misschien en ook wat met granulair actief kool. Maar er zijn nog niet echt nieuwe technieken.”

Helsen wijst op de nieuwe Europese richtlijn voor de behandeling van stedelijk afvalwater die eraan komt. Zoals het er nu uitziet, moet de zuivering voor de verwijdering van microverontreinigingen vóór 2045 zijn gerealiseerd bij alle rioolwaterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van meer dan 200.000 inwonersequivalenten. En bij rwzi’s met meer dan 10.000 inwonersequivalenten gebeurt dit op basis van een risicobeoordeling. Daarvoor zal een nieuwe hotspotanalyse worden uitgevoerd; de laatste dateert van zes jaar geleden. Het verwijderingsrendement wordt vastgepind op 80 procent in plaats van 70 procent waarvan in het IMPV nog is uitgegaan.

Oscar HelsenOscar Helsen

Een punt van groot belang bij dit alles is de financiering. Dat heeft te maken met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vertelt Helsen. “Hiermee wordt in de richtlijn het op ‘de vervuiler betaalt’ gebaseerde principe geïntroduceerd. De farmaceutische en cosmetische industrie moeten gaan betalen en wij moeten dit binnen drie jaar organiseren. Ik denk dat het leuk is voor de waterschappen om te horen, omdat zij hun belastingen niet hoeven te verhogen. Maar we zijn er nog niet, dus ‘hold your horses’. ”

In antwoord op een vraag uit de zaal geeft Helsen aan dat het belangrijk is om niet te wachten op het geld. “We moeten echt doorgaan want we zijn nu goed bezig.” Daarop gaat Helsen naderhand in een interview nog wat verder in.

Het ministerie heeft vijf miljoen euro bijgedragen aan het innovatieprogramma. Is het geld goed besteed?
“Ja, dat denk ik wel. Ik had alleen er nog iets meer van verwacht. Het is misschien wel hopen op een soort heilige graal. Ik had gehoopt dat naast actief kool en oxidatie er andere technieken bij waren gekomen. Zo is een biologisch systeem onderzocht maar daarmee zijn niet de hoge verwijderingsrendementen te behalen. Jammer maar hiervoor is een innovatieprogramma natuurlijk ook bedoeld. Sommige zaken lukken niet maar dat moet worden uitgezocht.”

De eerste tranche van het versnellingsprogramma loopt door tot eind 2024 in plaats van eind dit jaar, zoals oorspronkelijk voorzien. Waarom deze verlenging?
“Tijdens de coronaperiode zijn zaken echt stilgevallen. Ik wilde er een jaar bijdoen en de minister was het daarmee eens. We zien hoe lastig het in de opstartfase is voor de waterschappen om alles in te regelen, zeker door corona. Het was geen onwil.”

Volgens u is het belangrijk is dat waterschappen die nu nog afwachten, een tandje bij gaan zetten.
“De waterschappen die gestart zijn met de pilots en het full scale bouwen van installaties, leren ontzettend veel. Dit levert volgens mij een veel reëlere planning op. Waterschappen die nu alleen meekijken, hebben die ervaring niet. Ik verwacht dat ze wellicht wat te optimistisch gaan plannen en dan eigenlijk de deadline van 2045 niet halen. Daarom wil ik kijken of we er met de waterschappen een nationaal programma met een realistische planning van kunnen maken. Misschien moeten er zelfs nog wat jaartjes vanaf. We weten gewoon dat zoiets meer tijd kost dan aanvankelijk wordt gedacht. Ik denk ook dat we er niet zullen zijn met de aanvullende zuivering voor microverontreinigingen. Er zijn nog andere stoffen waar we iets mee moeten.”

Wat ziet u als de grote uitdagingen in verband met de Europese richtlijn?
“Qua ambitie is het mooi dat de extra zuiveringsstap nu breed wordt geïntroduceerd in Nederland. Wel bijzonder lastig is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we geld weghalen bij de farmaceutische en cosmetische industrie en dat eerlijk verdelen onder de waterschappen? Dit wordt een bureaucratische en technische puzzel. Het zal een enorme uitdaging worden waarvan ik hoop dat het goed gaat.”

Hoe gaat het ministerie hierbij ondersteunen?
“We krijgen het als ministerie op ons bordje. Wij moeten zorgen dat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet een rem wordt op het daadwerkelijk realiseren van de aanvullende zuivering. We zullen de waterschappen vooral moeten vragen om door te gaan met het goede werk en met de bouw van de aanvullende of vergaande zuiveringen. Het zou zonde zijn als waterschappen afwachten tot het geld er komt. Het is belangrijk om dat in ieder geval te voorkomen.”

Een slotsom over het innovatieprogramma?
“Aan de ene kant is er heel veel bereikt, aan de andere kant ligt er nog heel veel werk. Het innovatieprogramma wordt nu afgerond en de subsidie houdt op, maar eigenlijk zouden we door willen gaan. Dat proef ik ook bij veel mensen. Wellicht gaat het nieuwe kabinet weer geld vrijmaken om toch verder in te zetten op innovatie.”

Op stoom
Het versnellingsprogramma is nu op stoom aan het raken. Dit is begonnen in 2021 en duurt tot en met 2027. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft hiervoor 60 miljoen euro beschikbaar gesteld. Binnen de eerste tranche van het versnellingsprogramma die tot eind 2024 duurt, brengen momenteel negen waterschappen de zuiveringstechnieken van ozon en actief kool verder in demonstratie- en full-scale installaties. Het principe van ‘learning by doing’ staat centraal. “Wij zijn al met de implementatie gestart terwijl de innovatieve technologieën hopelijk hun intrede doen”, zegt programmamanager Maarten Nederlof. Hij verwacht dat er bij ongeveer honderd rioolwaterzuiveringen actie nodig zal zijn.

btfMaarten Nederlof

Nederlof noemt een aantal uitdagingen voor de toekomst. Zoals: focus op medicijnresten of ook op andere stoffen? Bij welke rioolwaterzuiveringen is een installatie nodig? Hoe om te gaan met het energieverbruik en de CO2-voetafdruk? Zullen er voldoende medewerkers en producenten beschikbaar zijn? Hoe zit het met de volgende planperiodes?

Is het niet zorgelijk dat maar een deel van de waterschappen actief is in het versnellingsprogramma? De rest is nog niet bezig met een extra zuiveringsstap voor microverontreinigingen, erkent Nederlof. Hij wil het echter omdraaien. “Als duidelijk is wat de toekomstige wetgeving zal zijn, zullen de andere waterschappen begrijpen dat zij ook aan zet zijn. Misschien niet zo snel als het ministerie wenst maar ze zullen volgen.” Hij geeft in een gesprek na afloop nog een toelichting.

Hoe gaat het nu verder met het versnellingsprogramma?
“Wij hebben de eerste tranche hiervan op de rit. Iedereen werkt zijn plannen uit in verband met de deadline die nu officieel is vastgesteld. Deze deadline is verlengd tot en met 31 december 2024, met dank aan Oscar. Komend jaar rollen echt de voorbeelden over tafel.”

Wat gebeurt er na 2024?
“Dan gaat de tweede tranche van start. Vanwege de komst van de nieuwe EU-richtlijn voor stedelijk afvalwater kunnen waterschappen niet blind kopiëren wat eerder bedacht is. De verwachting is dat in het voorjaar echt de klap op de richtlijn wordt gegeven. De Europese discussie gaat verrassend genoeg meer over nutriënten dan over medicijnresten. Er wordt nog wel gediscussieerd over de grens van 200.000 inwonersequivalenten, maar de ambitie van 80 procent verwijdering van medicijnresten blijft staan. Dat is dan ook de nieuwe bril waarmee we naar technieken kijken. PACAS (poederkooldosering aan actiefslibsystemen, red.) zit dan op het randje. Ik kan me voorstellen dat waterschappen die nu de keuze maken, zullen aarzelen om PACAS toe te passen. Want er hoeft maar iets meer ambitie bij te komen en je hebt een probleem.”

Welke andere uitdagingen zijn er?
“Straks komen er ook normen voor individuele stoffen vanwege de richtlijn voor ‘priority compounds’. Mijn voorspelling is dat dan een aantal technieken door de hoeven zakt. Het waterschap dat een technologie kiest, moet eigenlijk nog iets verder kijken dan de 80 procent en misschien wel naar alle elf gidsstoffen. Je zit het meest safe als je een breed spectrum aan stoffen verwijdert. Dat proberen we in de tweede tranche van het programma vorm te geven. Hoe weet ik nog niet, maar deze tranche is wel de voorbereiding op de Europese richtlijn.”

De tweede tranche loopt toch tot en met 2027?
“Ja, met een uitloopje in 2028. Het Rijk mag subsidie geven zolang er geen wettelijke verplichting is. Als de richtlijn echt van kracht wordt en dan hebben we het over 2026 of 2027, is er eigenlijk geen subsidie meer toegestaan.”

Welke boodschap heb je voor waterschappen die er nog niet zo mee bezig zijn?
“Wacht niet tot het laatst maar begin in de volgende planperiode. In de huidige planperiode zijn waterschappen nog heel druk met het huiswerk van de Kaderrichtlijn Water. De waterschappen zullen in de komende planperiodes flink moeten investeren.”

Vandaag (9 november) staat op de tweede dag van de conferentie de schijnwerper op de ervaringen in verschillende pilots, terwijl morgen twee full-scale installaties worden bezocht. Bekijk het
programma.


LEES MEER
H2O-artikel (september 2023): Na innovatie de versnelling, maar levert het ook iets op?
Site STOWA: Thema Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.