0
0
0
s2sdefault

Bij de vijf grootste investeringsopgaven tot 2050 houdt Nederland nauwelijks rekening met de toekomstige effecten van zeespiegelstijging, zo blijkt uit een rapport van Sweco. Mogelijk moeten deze investeringen, samen goed voor 900 miljard euro, hierdoor straks alsnog op de schop.

Alleen in de watersector worden de gevolgen van de zeespiegelstijging ‘tot op zekere hoogte’ meegewogen, constateert het ingenieursadviesbureau in het rapport ‘Ruimte voor de toekomst’. Het gaat vooral om hogere waterstanden op en langs de kust en de rivieren, verzilting in rivieren en polders en vernatting van de laaggelegen delen van Nederland.

Een nog groter risico van het huidige investerings- en planningsbeleid is volgens Sweco dat er straks helemaal geen flexibiliteit of (fysieke) ruimte meer is om de aanpassingen te kunnen doen die nodig zijn om ons land veilig en leefbaar te houden.

1102 Alex HekmanAlex Hekman"Er is veel meer regie nodig op ministerieel niveau", meent Alex Hekman, business director water bij Sweco. "Nu wordt er slecht gestuurd op dit soort risico’s, en dat komt mede door de decentralisatie van ruimtelijke ordening. Er mist samenhang in de keuzes die we maken."

100.000 hectare
Samen met zijn collega Nikéh Booister berekende Hekman dat de vijf grootste plannings- en investeringsopgaven in Nederland tot 2050 samen 904 miljard euro kosten. Hiervoor is zeker 100.000 hectare ruimte nodig.

Het gaat om infrastructuur (272 miljard euro), woningbouw (321 miljard euro, 26.000 hectare), energietransitie (189 miljard euro, 22.000 hectatre), klimaatadaptatie (118 miljard euro, 13.000 hectare waterberging) en natuur en landbouw (4 miljard euro, onder andere 37.000 hectare bos).

Volgens Sweco is het voor het eerst dat de nationale investeringsopgaven en de zeespiegelstijging op deze manier aan elkaar zijn gekoppeld. Hiervoor spraken de onderzoekers ook met vertegenwoordigers uit de verschillende sectoren.

Nieuwe woningen
In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Deltacommissaris, wel geïnventariseerd wat de mogelijke gevolgen van de zeespiegelstijging zijn en hoe we daarop kunnen anticiperen, vertelt Hekman.

"Toch wordt hier bij grote investeringen nog maar weinig rekening mee gehouden. De komende tien jaar worden er bijvoorbeeld 800.000 nieuwe woningen gebouwd, waarvan de helft in Noord- en Zuid-Holland. Maar als het om zo’n groot bedrag gaat, moet je kiezen voor oplossingen die onder alle toekomstscenario’s kunnen. Vooral in de laaggelegen delen moeten we niet alles dicht bouwen, zodat we voldoende flexibel blijven."

Reserveer ruimte voor de toekomst, bepleiten de onderzoekers. "We moeten in Nederland ruimte vrijhouden voor maatregelen die straks nodig zijn om ons beschermen tegen zeespiegelstijging. Langs de rivieren, langs de kust en in de polders om onze waterkeringen te verhogen en te verbreden, maar ook om water tijdelijk te kunnen bergen."

Beter afstemmen
Daarnaast moeten alle sectoren, en dus niet alleen de watersector, bij hun planvorming rekening houden met een mogelijke zeespiegelstijging. "Hierbij kan de planning van de verschillende investeringsopgaven veel beter op elkaar worden afgestemd", meent Hekman.

"Koppel de verschillende investeringsagenda’s om maatregelen tegen zeespiegelstijging betaalbaar en maatschappelijk acceptabel te houden. En als we toch gaan investeren, laten we dan gelijk een stap zetten richting een klimaatbestendig en een mooier Nederland."

 

MEER INFORMATIE
Nieuwsbericht Sweco + link naar rapport ‘Ruimte voor de toekomst’
H2O-bericht: Hollandse Delta laat klimaatrisico’s in Rijnmond onderzoeken

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.