0
0
0
s2smodern

De drie langsdammen die Rijkswaterstaat bij wijze van proef in 2015 in de Waal aanlegde, functioneren goed. Dat blijkt uit onderzoek van Timo de Ruijsscher van Wageningen University & Research. Volgens hem vormt de langsdam een waardevolle aanvulling op bestaande maatregelen in het rivierbeheer.

De langsdammen liggen in de Waal tussen de Betuwse dorpen Wamel en Ophemert. Zij zijn lang en laag en bevinden zich tussen de oever en het midden van de rivier. Omdat de dammen evenwijdig aan de oever liggen, is de rivier gesplitst in een hoofd- en een oevergeul. De kribben erachter zijn verwijderd. Rijkswaterstaat heeft de langsdammen vijf jaar geleden aangelegd als pilotproject.

Timo de Ruijsscher heeft vanaf het begin de werking van de nieuwe riviermaatregel onderzocht en is daarop afgelopen vrijdag gepromoveerd aan Wageningen University & Research. In zijn proefschrift stelt hij dat langsdammen een waardevolle aanvulling vormen op de bestaande maatregelen in het rivierbeheer, met veel ruimte voor sturing van de water- en sedimentverdeling over de hoofd- en oevergeul.

Timo de RuijsscherTimo de Ruijsscher

De algemene conclusie is positief, licht De Ruijsscher toe. “De langsdammen doen waarvoor ze zijn ontworpen. Er is ook voldoende speelruimte voor aanpassingen aan specifieke omstandigheden.”

Oplossing voor meerdere rivierfuncties
De langsdam is een innovatieve oplossing voor meerdere rivierfuncties, vertelt De Ruijsscher. “Het is geen lokale maatregel maar een herinrichting van het riviergebied over een grote afstand. De drie breukstenen langsdammen in de Waal zijn over een lengte van tien kilometer aangelegd. Idealiter zijn ze nog langer, want op grote schaal is deze maatregel het meest effectief.”

De Ruijsscher noemt de twee belangrijkste functies van langsdammen, als het gaat om waterstanden. “De langsdam is gestroomlijnd in vergelijking met de kribben die er lagen. Hierdoor wordt water sneller afgevoerd bij hoogwater. Daarmee draagt de langsdam bij aan de waterveiligheid.” De langsdam bewerkstelligt ook een effectieve versmalling van de rivier tijdens droge periodes in de zomer, omdat er bijna geen water meer de oevergeul instroomt. “Dat zorgt voor een grotere vaardiepte voor de scheepvaart. Deze is anders vaak te gering bij een lage waterstand.”

De Radboud Universiteit heeft gekeken naar de ecologie. Tussen de dam en de oever ontstaat een natuurlijke omgeving voor waterflora en -fauna. “Niet mijn expertise, maar ik hoor dat de ecologische ontwikkeling in de oevergeul vanwege de rustige stroming erg positief is. Dat was bij de aanleg niet het primaire doel van de langsdammen, maar wel een gewenst bijeffect.”

Veel speelruimte bij sturing
De focus van zijn onderzoek lag op de stromingspatronen en de bodemontwikkeling bij langsdammen. De Ruijsscher gebruikte daarvoor een fysisch schaalmodel en voerde ter plekke in de Waal metingen uit. “De vraag was: heb je significante invloed op hoeveel water de oevergeul binnengaat of kun je dat maar een beetje bijsturen? Het blijkt het eerste. De speelruimte is groot. Je hebt ook een grote invloed op de plek waar het sediment in de oevergeul neerslaat.”

 'Je kunt goed sturen hoeveel water de oevergeul binnengaat'

Hij heeft het over een groot ‘regelbereik’ bij een langsdam. “Er ligt een drempel bij de instroom van de oevergeul die je op diverse manieren kunt instellen. Het blijkt mogelijk om deze drempel altijd zo in te stellen, bijvoorbeeld erg laag of juist heel hoog, dat de waterverdeling tussen beide geulen voldoet aan de eisen vanuit de verschillende rivierfuncties.”

Geen hinderlijke effecten voor scheepvaart
Verder heeft De Ruijsscher de ontwikkeling van de bodem in de hoofdgeul bestudeerd. Treden er hinderlijke effecten voor de scheepvaart op? “Dat lijkt niet aan de orde. Er zijn lokaal wat bodemveranderingen, maar de vaargeul blijft op diepte. Op de langere termijn zal ook moeten worden gekeken of bodemdaling in de rivier wordt tegengegaan. Daarop heb ik zelf niet specifiek gelet; dat onderzoek loopt nog.”

Zijn langsdammen een oplossing voor veel meer plekken in rivieren? “Rijkswaterstaat gaat dat verder onderzoeken”, zegt De Ruijsscher die sinds kort bij deze organisatie werkt als adviseur hydrometrie. “De huidige studies zijn gericht op laaglandrivieren met zandige bodems. Door de positieve resultaten wordt nu bekeken of langsdammen ook elders een goede riviermaatregel zijn.”

  

MEER INFORMATIE
In de komende Water Matters staat een artikel van Timo de Ruijsscher samen met medeauteurs over het onderzoek naar de langsdammen in de Waal. Dit nummer verschijnt op 11 december.

Bericht WUR over het onderzoek
Proefschrift van Timo de Ruijsscher
H2O-interview WUR-hoogleraar Ton Hoitink
Brochure langsdammen van PPS WaalSamen 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.