secundair logo knw 1

Petra van Dam, hoogleraar water- en milieugeschiedenis

De ontdekking van duizenden waterkelders onder woningen in de binnenstad van Amsterdam werpt een nieuw licht op de drinkwatervoorziening in de tijd voorafgaand aan het waterleidingnet. 

Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek naar drinkwater in steden van 1500 tot 1850, onder leiding van Petra van Dam, hoogleraar water- en milieugeschiedenis aan de Vrije Universiteit. Van Dam vertelt erover in de podcast ‘De Toekomst van ons Water’. 

Vanaf 1850 raakte de publieke waterleiding in zwang. Hoe de drinkwatervoorziening zich daarvoor voltrok, was tot nog toe nooit goed uitgezocht. Onder leiding van Van Dam is daar nu verandering in gebracht met ‘een verbazende ontdekking’. 

“Alle kustbewoners van Groningen tot en met Zeeland leefden vroeger op regenwater. Dat regenwater werd opgevangen op ieder gebouw en dat werd via regenpijpen geleid naar een kelder, een grote bakstenen doos. Vrijwel elk huis langs de kust had een waterkelder, soms wel voor tienduizenden liters”, vertelt Van Dam.

Belasting
In het oosten van het land waren bewoners eeuwenlang aangewezen op waterputten voor drinkwater. Langs de kust was dat niet mogelijk. Want verzilting van de ondergrond door zoutintrek, zorgde voor zout grondwater. Ook was het grondwater vaak vervuild, omdat de beerputten lekten. “Mensen moesten dus creatieve manieren zoek om regenwater te verzamelen. De talrijke waterkelders zijn daar het bewijs van.”

Het onderzoeksteam van Van Dam dook in de archieven van Amsterdam en bracht nauwgezet in kaart hoeveel waterkelders de stad telde in 16e, 17e en 18e eeuw. “We vonden een belastingregister waarin alle kleine regenbakken stonden vermeld, die voor huizen onder de stoep lagen. Iedereen moest daar gemeentelijke belasting over afdragen, zogeheten precario. We kwamen op zo’n vijfduizend kleine waterkelders. Daarnaast was er nog een onbekend aantal grote waterkelders onder en achter de huizen van de rijken.” 

In kringen van waterhistorici geldt dit als een ontdekking. “Waterkelders zijn een bekend fenomeen in Zuid-Europese steden. Het was tot op heden niet bekend dat er in Noord-Europa op grote schaal ook zulke particuliere waterreservoirs waren.”

Van Dam ziet mogelijkheden om een aantal reusachtige publieke Amsterdamse waterkelders te hergebruiken. “Onder 20 pleinen in Amsterdam liggen gigantische waterkelders. Die zijn ontdekt bij het aanleggen van de metro in de jaren zeventig. Daarna zijn ze dichtgegooid. Mijn oproep aan de gemeente Amsterdam is: stel een goed voorbeeld, maak een kelder open en benut die om regenwater op te vangen om stadsparken te irrigeren in droge tijden.”

Waterschuit
Het meerjarige onderzoek naar de geschiedenis van de drinkwaterwinning leverde nog een opmerkelijke uitkomst op. “We ontdekten dat de meeste huizen twee of zelfs drie verschillende watervoorzieningen kenden. Naast de waterkelder voor regenwater was er ook een put.” Op oude afbeeldingen van waterpompen in steden zijn vaak twee zwengels te zien: eentje was verbonden met de waterkelder en de ander met een grondwaterput.

“Daarnaast hadden heel veel huizen de mogelijkheid om oppervlaktewater te gebruiken. In Rotterdam en Gouda werd het grachtenwater gespoeld met rivierwater, dan werden de kleren gewassen met water uit de grachten. In Amsterdam waren de grachten smerig. Met name in Amsterdam, Alkmaar en Leiden was er nog een vierde waterbron: de zogeheten waterschuiten. Die voeren naar een rivier met schoon water, bijvoorbeeld de Vecht. Ze bunkerden schoon water en brachten dat naar de binnensteden. Daar werd het in een waterkelder gepompt of opgeslagen in drijvende dozen, zogenaamde leggers. Per emmer kon je dan water kopen uit zo’n legger.” 

Waterbewustzijn
“Die pluriformiteit in de drinkwatervoorziening duidt op een hoog waterbewustzijn”, concludeert professor Van Dam. “Er is dus een tijd geweest dat mensen misschien wel duurzamer met het water omgingen dan nu. De beste waterkwaliteit werd gebruikt voor voedselbereiding, drinken en witte was. Ander water voor was het drenken van vee en huishoudelijk werk. Mensen kozen heel bewust het doel als ze wisselden van waterkwaliteit.”

Differentiatie van waterstromen is vandaag de dag weer actueel. Er is wetgeving in aantocht die het mogelijk maakt om binnenshuis opgevangen regenwater in te zetten voor het spoelen van het toilet. Ook gaan mensen in stadstuinen in grote steden er steeds vaker toe over om regenwater op te vangen in ondergrondse kratten, zodat het kan worden benut in droge zomers.

Van Dam: “Ons onderzoek maakt duidelijk dat mensen heel goed in staat zijn om meer soorten water in 1 huishouden te werken. Dus meerdere leidingen in 1 huis is heel goed mogelijk. Het regent steeds meer in Nederland, dus het is verstandig als we dat meer opvangen en bewaren.”


Beluister het volledige gesprek van Wim Eikelboom met hoogleraar Petra van Dam in de H2O-podcast De Toekomst van ons Water:

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.