Is de essentiële ecologische informatie aanwezig voor het herstel van de natuur? Daarop gaat de net ingestelde Ecologische Autoriteit plannen toetsen, die onder meer door provincies en Rijkswaterstaat worden opgesteld. De kwaliteit van bodem, water en lucht speelt hierbij een rol.

De Ecologische Autoriteit start op 19 september met haar werkzaamheden. De nieuwe organisatie is onafhankelijk en kan gevraagd en ongevraagd advies geven. De focus ligt de komende tijd op het beoordelen van natuurdoelanalyses voor Natura 2000-gebieden en gebiedsprogramma’s, opgesteld door de provincies. Deze plannen zijn onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

Minister Christianne van der Wal-Zeggelink voor Natuur en Stikstof stuurde hierover op vrijdag 9 september een brief aan de Tweede Kamer, nadat de ministerraad groen licht had gegeven voor de instelling van de Ecologische Autoriteit voor een periode van acht jaar. “Dit houdt verband met het kabinetsvoornemen om met spoed de stikstofgevoelige natuur terug te brengen in een ‘gunstige staat van instandhouding’ ”, zegt Lourens Loeven. “Het doel is natuurherstel.” Loeven is directeur van de Ecologische Autoriteit en de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.).

Lourens LoevenLourens Loeven

Alle feiten op tafel
De natuur staat op veel plekken onder druk, vertelt Loeven. “Het kabinet wil de natuur uiteraard gezond hebben en dit moet ook gezien de PAS-uitspraak van de Raad van State. Wij kijken bij het toetsen van een plan voor natuurherstel eerst naar: is dit wat er aan de hand is in een gebied? En vervolgens naar: zijn de voorgestelde maatregelen de beste om de natuur gezond te maken?”

Volgens Loeven is de grootste meerwaarde van de inbreng van de Ecologische Autoriteit dat bevoegde gezagen goede besluiten nemen op basis van de juiste informatie. “Wij kijken of alle feiten voor zover die bekend zijn, op tafel liggen. Dit hoop je altijd, maar is in de praktijk best ingewikkeld. Door onze onafhankelijke toets gaat de kwaliteit van de besluitvorming omhoog. Dat is ook hard nodig omdat in gebiedsprogramma’s lastige maatregelen zullen zitten.”

Waterkwaliteit meegenomen
De maatregelen voor natuurherstel richten zich in de huidige eerste ronde vooral op stikstof en stikstofgerelateerde aspecten. Daarbij speelt de kwaliteit van bodem, water en lucht een rol. Willemijn Smal, werkgroepsecretaris bij de Ecologische Autoriteit, geeft een voorbeeld.

Willemijn SmalWillemijn Smal

“Droogte maakt de natuur nog gevoeliger voor stikstof en wordt daarom direct al meegenomen. Voor een robuuste natuur zullen rondom Natura 2000-gebieden vaak bufferzones moeten worden ingericht of uitgebreid. Dan gaat het ook om de watermaatregelen als het wijzigen van waterpeilen. Wij toetsen dan hoe geschikt dergelijke maatregelen zijn en of ze voldoende zijn.”

Op verzoek van het ministerie van LNV besteedt de Ecologische Autoriteit speciaal aandacht aan plannen voor beekdalen, waar ook maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) genomen worden. “Hier gaan maatregelen voor beekherstel en waterkwaliteit vaak hand in hand.”

 'Bij het beoordelen van een gebiedsprogramma kijken we naar de effecten van klimaat- en watermaatregelen op de ecologie'

In de gebiedsprogramma’s verwerken de provincies onder meer doelen op het gebied van klimaat en de KRW. Smal licht toe: “Zo’n programma kan bijvoorbeeld gelden voor Twente of de Veluwe of zelfs voor een hele provincie. Bij het beoordelen van een gebiedsprogramma kijken we dan naar de effecten van klimaat- en watermaatregelen op de ecologie en niet naar de effectiviteit van deze maatregelen op zich.”

Eerst natuurdoelanalyses beoordeeld
De Ecologische Autoriteit brengt advies uit aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de provincies, Rijkswaterstaat en het ministerie van Defensie. Andere partijen zoals waterschappen die behoefte hebben aan advies, kunnen dat via deze partijen aangeven.

Waarom wordt advies uitgebracht aan Rijkswaterstaat en niet aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat? Dat heeft te maken met de verantwoordelijkheid voor de 162 Natura 2000-gebieden in ons land. Loeven: “De partij die een natuurgebied in beheer heeft of als zogeheten voortouwnemer optreedt, vraagt ons om te adviseren over de natuurdoelanalyse. Het gaat meestal om een provincie en in een aantal gevallen om Rijkswaterstaat of Defensie.”

De Ecologische Autoriteit begint met het beoordelen van de natuurdoelanalyses en gaat zich daarna richten op de gebiedsplannen en -programma’s. Deze plannen zijn momenteel in de maak, vertelt Loeven. “De minister wil dat ze uiterlijk 1 juli 2023 af zijn. Dat is behoorlijk ambitieus. De provincies zijn er nu volop mee bezig. De regie-organisatie voor de transitie van het landelijke gebied op het ministerie van LNV helpt hen daarbij. Op basis van de plannen worden middelen verstrekt. Dat is ook een van de redenen dat de minister wil dat de plannen onafhankelijk worden gecontroleerd.”

Snelle start
De Ecologische Autoriteit is er gekomen op aanraden van het Planbureau voor de Leefomgeving. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd om een plan van aanpak hiervoor op te stellen. “Dat hebben we gedaan samen met het kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit en de Taakgroep Ecologische Onderbouwing.”

Logo Ecologische Autoriteit

De uitvoering is neergelegd bij de Stichting Bureau Commissie voor de milieueffectrapportage. “De Ecologische Autoriteit hoeft niet vanaf nul te beginnen en kan daarom snel starten. We kunnen terugvallen op de bestaande werkwijzen van de Commissie m.e.r.”

Deskundigheid flexibel ingeschakeld
Steeds is een van de zeven voorzitters van de Commissie m.e.r. verantwoordelijk voor een advies van de Ecologische Autoriteit over een plan. “De inhoudelijke deskundigheid wordt van buiten gehaald”, zegt Loeven. “Bij elk advies zorgen we voor een werkgroep op maat. Hierin zitten deskundigen van kennisinstellingen die de voor een gebied relevante expertise hebben. We kijken dus flexibel naar wat er nodig is. Er is nu een bestand van zo’n 350 deskundigen en dat breiden we uit met ecologen van de samenwerkingspartners en andere kennisinstellingen.”

 'Onze adviezen zijn altijd openbaar en ook de stukken waarover we adviseren'

De onafhankelijkheid is gewaarborgd, benadrukt Loeven. “De voorzitters en externe deskundigen mogen op geen enkele manier betrokken zijn geweest bij het opstellen van een plan. Zij mogen zelfs niet in het gebied wonen waarover ze een advies geven. Ook is belangrijk dat onze adviezen altijd openbaar zijn. Dat geldt eveneens voor de stukken waarover we adviseren.”

Later ook brede ecologische vraagstukken
De eerste klus voor de Ecologische Autoriteit is het beoordelen van de handreiking voor het maken van een natuurdoelanalyse. “Hierin staat hoe zo’n analyse het beste kan worden gemaakt en welke inhoudelijke elementen erin thuishoren. Provincies en adviesbureaus hebben daarmee een vertrekpunt. Wij gaan adviseren over de handreiking die al is opgesteld. Dit advies publiceren we waarschijnlijk half oktober.”

Als het toetsen van natuurdoelanalyses en gebiedsprogramma’s goed verloopt, zal de Ecologische Autoriteit ook advies gaan geven over wetenschappelijke inzichten voor de besluitvorming van brede ecologische vraagstukken. Loeven: “Dan kunnen we integraler de Kaderrichtlijn Water en mogelijk de klimaatdoelen meenemen. Maar dit is nog toekomstmuziek. We vonden het verstandig om onszelf niet meteen te overladen.” 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het is mijn ervaring dat als je de dikke stengels onder een knoop op zeg 30 cm hoogte afknipt, de stengel opvult met paar procentige glyfosaat, alles in de directe omgeving aan plant mee gaat. Je dood dan via de wortel ipv het blad en er naast spuiten...
Heet water, electrocutie, afdekken, allemaal leuk, maar beperkt effectief en mega duur.
Over zulke grote hoeveelheden gif hebben we het nou ook weer niet......
De zeespiegelstijging is onder de 20 cm per eeuw.
Er is geen reden aan te nemen dat hier een versnelling in gaande is. Artikel lijkt iets verergering te suggereren. Dat lijkt dan dus niet zo.
Oprukkend zout blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt, geen reden tot paniek.
Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!