0
0
0
s2sdefault

De droogtemonitor van de Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) heeft een gedaantewisseling ondergegaan. De pdf-vorm is na jaren afgedankt en vervangen door een digitale versie. Van droogte is momenteel amper sprake. Het landelijk gemiddelde neerslagtekort is lager dan normaal voor de tijd van het jaar en de grondwaterstanden zijn normaal te noemen, behalve lokaal in Zuid-Nederland.

Actueler, toegankelijker en meer regionale informatie. Dat zijn belangrijke redenen voor de vernieuwing. “Het was al langer mijn wens om de actuele informatie over de droogtesituatie voor iedereen beschikbaar te stellen”, meldt demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer. “De nieuwe online droogtemonitor maakt dit mogelijk. Ik hoop dat deze nieuwe wijze van informatievoorziening bijdraagt aan het vergroten van het bewustzijn over de gevolgen van de droogte in (delen van) Nederland.”

Veel regionale informatie
De online droogtemonitor van de Landelijke Commissie Waterverdeling van het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) is te vinden op de site over waterberichtgeving van Rijkswaterstaat. De monitor presenteert het landelijke en het regionale beeld. De regio’s worden onderscheiden op basis van de regionale droogte-overleggen, waaraan waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat-regio’s meedoen: Noord, West-Midden, Twentekanalen, Gelderland, Zuid-West en Zuid-Oost.

Er is aandacht voor maatregelen door waterbeheerders en gevolgen voor gebruikers. Tevens worden verschillende thema’s uitgediept, zoals weer en neerslagtekort, grondwater en bodemvocht, waterkwaliteit en verzilting, en de afvoeren van Rijn en Maas.

Monitor semi-continu geactualiseerd
De informatie in de digitale droogtemonitor komt van een aantal partijen: KNMI (verwachtingen voor het weer), WMCN (verwachtingen voor rivieren), provincies (grondwater), ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (natuur en landbouw), Vewin (drinkwater) en Rijkswaterstaat (scheepvaart). Er zijn enkele nieuwe onderdelen toegevoegd ten opzichte van de oude pdf-versie, zoals de Standardized Precipation Index (SPI) van het KNMI. Deze neerslagindex vergelijkt de hoeveelheid regen die is gevallen met wat er normaal aan regen volgens de klimatologie mag worden verwacht.

De nieuwe droogtemonitor wordt semi-continu geactualiseerd. Dat gebeurt niet bij ieder onderwerp met dezelfde frequentie. Zo worden meetgegevens als de waterstanden elke tien minuten ververst. De kernboodschap en regionale toelichtingen van waterbeheerders worden daarentegen alleen aangepast als daarvoor aanleiding is. Per onderwerp is de laatste update te zien.

Neerslagtekort lager dan normaal
De makeover komt op een moment dat er eigenlijk van droogte geen sprake is door de vele regenval in de voorbije maand, met name in het westen. Waar de afgelopen jaren aan het begin van de zomer het landelijk gemiddelde neerslagtekort erg hoog was, is deze nu juist lager dan normaal. Naar verwachting blijft het nog wel een tijdje regenachtig. Daarom zal het neerslagtekort in de komende twee weken niet of nauwelijks toenemen.

De LCW laat weten dat er voldoende water beschikbaar is om aan de watervraag te voldoen. De aanvoer vanuit de Rijn en de Maas is normaal voor de tijd van het jaar. Dat is in ieder geval tot half juli zo.

Grondwaterstanden zijn in het algemeen normaal tot licht verhoogd. Alleen op de hoge zandgronden zonder aanvoermogelijkheden in Zuid-Nederland wijkt de situatie af. Hier komen lokaal verlaagde grondwaterstanden voor. Waterschappen hebben in juni onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater ingesteld voor delen van Limburg en Noord-Brabant. Dat is volgens de LCW normaal voor deze periode van het jaar.

 

Neerslagtekort 30 juni 2021


MEER INFORMATIE
Online droogtemonitor LCW
Toelichting door Rijkswaterstaat
Kamerbrief van minister 
H2O Actueel: start droogteseizoen
H2O Actueel: onttrekkingsverboden zuiden

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.