De Vlaamse regering heeft deze week de aftrap gegeven van de zogeheten Blue Deal, het plan van aanpak dat Vlaanderen weerbaar moet maken tegen droogte. De Vlaamse regering heeft daarvoor vooralsnog 75 miljoen euro vrijgemaakt. De taskforce droogte moet het plan uitvoeren.

"Met deze Blue Deal slaat Vlaanderen de weg in van minder verharding, meer vernatting en maximaal circulair watergebruik", zei minister van Omgeving Zuhal Demir deze week. Zij leidt de taskforce. Daarin zitten verder ministers, provincie- en gemeentebestuurders en de wetenschappers Patrick Willems (KU Leuven) en Marijke Huysmans (VUB en KU Leuven). De agentschappen Vlaamse Milieumaatschappij en Vlaamse Waterweg en het waterbedrijf Aquafin zorgen voor ondersteuning.

Vlaanderen wordt de laatste jaren steeds meer geconfronteerd met de gevolgen van aanhoudende droogte. Het Belgische landsdeel kampt met extreem lage grondwaterstanden, in internationale vergelijkingen scoort het slecht op de beschikbaarheid van water. Een en ander is toe te schrijven aan de flink toegenomen verharding en ver doorgevoerde drainage voor snelle afvoer van water ten behoeve van de landbouw en bebouwing. 

Minister Demir maakte afgelopen zomer 75 miljoen euro vrij voor de plannen. Het bedrag wordt gezien als een begin. Voor de uitvoering is minstens het tienvoudige nodig, zei Patrick Willems, hoogleraar waterbeheer aan de KU Leuven, in augustus tegen het Vlaamse magazine Trends. Dat geld moet worden opgebracht door overheden, industrie, bouw en landbouw.

Dit najaar beslist de Vlaamse overheid hoeveel extra geld er beschikbaar komt. Er is in ieder geval afgesproken dat er in het kader van het economisch herstelplan extra budgetten worden vrijgemaakt voor de droogteproblematiek.

Droogte Vlaanderen kaart 900 3 Droogtegevoeligheid Vlaamse bodem | Bron Klimaatportaal Vlaanderen

70 maatregelen
De Blue Deal bevat 70 maatregelen. Zo moeten moerassen, plassen en meren, natte graslanden, veengebieden en (kust)moerassen in Vlaanderen worden hersteld. Het is een reactie op het verlies aan natte natuur in Vlaanderen, die volgens studies in de laatste 50 tot 60 jaar met 75 procent is afgenomen. Herstel van natte natuur moet de grootste bijdrage leveren aan het vasthouden van water.

Andere plannen zijn het realiseren van waterbuffers, hermeanderen van waterlopen, en infiltratieprojecten in tientallen landelijke gebieden om het grondwater aan te vullen. Gemeenten moeten vanaf 2024 hemelwater- en droogteplannen opstellen, willen ze nog in aanmerking komen voor watergerelateerde subsidies.

Ontharden
Op lokaal niveau moet verder worden ingezet op het ontharden van openbare ruimten. De Blue Deal moet ook leiden tot een flinke afname van lekverlies uit waterleidingen. Bedrijven die subsidies aanvragen, zullen een waterscan of –audit moeten laten uitvoeren. Industrie en landbouw moeten inzetten op circulair watergebruik.

De Vlaamse landbouwminister Hilde Crevits kondigde deze week aan dat er een steunpunt duurzaam waterbeheer komt, waar al het wateronderzoek in Vlaanderen wordt gebundeld. “Ook de ondersteuning voor groene investeringen (bijvoorbeeld gericht op hemelwateropslag, waterinfiltratie) bij onze boeren moeten we uitbreiden.”

 

LEES OOK
H2O-artikel: Vlaanderen komt met een Blue Deal tegen droogte
H2O-interview met professor Marijke Huysmans: ‘Grondwater moet zijn natuurlijke functie als buffer terugkrijgen’

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!