AquaMinerals zette in 2021 ruim 326.000 ton reststoffen af, een stijging van 27.000 ton (9 procent). De sterkste groei zit in de reststoffen van waterschappen. Er zijn nu vijf waterschappen aandeelhouder, in 2021 kwam er één bij: Zuiderzeeland trad op 1 oktober 2021 toe tot de afzetorganisatie.

De omzet steeg in 2021 sterk naar bijna € 17,3 miljoen. De verkoopwaarde bedroeg € 3.989.000. Dat is € 243.000 ofwel 6,5 procent meer dan in 2020, aldus het jaarbericht van de afzetorganisatie, waarin veel aandacht is voor energie. 

Op alle fronten was er groei te zien in de afzet. Nieuw in het portfolio is zeefgoed, waarvan voor het eerst een flink volume werd afgezet. “Dit zeefgoed wordt door GMB samen met zuiveringsslib biologisch gedroogd en ingezet als biobrandstof.”

Uit een overzicht blijkt dat het gaat om 4.337 ton zeefgoed. Dat volume is nog bescheiden vergeleken met de in volume belangrijkste reststof, de calcietkorrels. Daarvan werd vorig jaar in totaal 89.713 ton afgezet. Dat volume is nagenoeg gelijk aan dat van 2020. De korrels, reststof van de drinkwaterbedrijven, vinden hun weg in tal van toepassingen, van diervoeding tot tapijt en van beton tot glas.

Vorig jaar kreeg AquaMinerals het ‘Cradle to Cradle GOLD certificaat’ voor de calcietkorrels. “Cradle to Cradle is wereldwijd dé standaard voor producten met een positieve impact op mens en planeet.”

Feed en Food
En ook slaagde de afzetorganisatie erin om levering van de korrels aan de voedingsindustrie mogelijk te maken. “Dergelijke hoogwaardige toepassingen leek jaren geleden een utopie”, aldus het jaarbericht. De toepassing in food is nu wel mogelijk omdat het ISO 22000 ­certificaat voor de foodsector is verkregen.

In samenwerking met Van Zutven Feed Processing in Veghel worden de korrels vermalen tot fijn calciumcarbonaat dat in de voedingsindustrie (feed en food) kan worden afgezet. “Voor zover bij ons bekend is dit de eerste keer ter wereld dat een reststof uit de drinkwaterproductie deze certificering ontving.”

De calcietkorrels gelden als een van de klimaatpositieve stoffen die AquaMinerals afzet. Waterijzer, filtergrind, struviet, zeefgoed en vet hebben eveneens een negatieve voetafdruk, aldus het jaarbericht. “De grootste klimaatwinst per ton zit in het opwerken van vet en zeefgoed en de inzet als biobrandstof, het gebruik van struviet als meststof en het gebruik van steekvast waterijzer als zwavelbinder.”

Klimmaatwinst per stof 900 loep De grootte van de bol geeft voor elke stof aan wat de klimaatimpact of klimaatwinst is. Op de verticale as zijn de stoffen gerangschikt naar klimaatimpact per ton. Alles onder de streep is klimaatpositief. Transport en verbranding van roostergoed heeft per ton de grootste milieu­impact. De grootste klimaatwinst per ton zit in het opwerken van vet en zeefgoed en de inzet als biobrandstof, het gebruik van struviet als meststof en het gebruik van steekvast waterijzer als zwavelbinder. Op de horizontale as zijn de stoffen gerangschikt naar volume | Bron Jaarbericht 2021

Klimaatpostief
AquaMinerals streeft ernaar om álle reststoffen klimaatpositief te krijgen. Om die doelstelling te realiseren moet de afzetorganisatie onder meer de milieu-impact van het transport verminderen. Daar zet ze ook op in door ‘door efficiënt te plannen, het gebruik van depots te verminderen, gebruik te maken van scheepstransport over grote afstanden 
en te kiezen voor transporteurs met een duurzaam wagenpark’.

Ook wil ze schoner transport door bij de aanbesteding te kiezen voor transportbedrijven die vrachtwagens laten rijden op blauwe diesel (Hydrotreated Vegetable Oil) die wordt gemaakt van plantaardige afvalolie en andere duurzame en hernieuwbare grondstoffen. “Begin 2021 is het transport van steekvast waterijzer en coagulatie slib deels opnieuw aanbesteed met als resultaat dat er nu op HVO, blauwe diesel, wordt gereden. Dat betekent 85 procent minder fossiele CO2 uitstoot”, aldus het jaarbericht.

Buitenlandse partijen
AquaMinerals zal de komende tijd meer gaan samenwerken met buitenlandse partijen, zo wordt aangekondigd. “Dit zal altijd betrekking hebben op reststoffen van de publieke watersector en voornamelijk plaatsvinden in Noordwest Europa.” Met deze expansie kan de afzetorganisatie enerzijds afzet vinden in opkomende markten, maar ook andere regio’s helpen stappen te zetten in de circulaire economie.

De noodzaak om in te zetten op circulariteit en zelfvoorzienendheid is urgenter dan ooit, stelt Guïljo van Nuland, voorzitter van de Raad van Commissarissen, onder verwijzing naar de klimaatproblemen, de pandemie en de oorlog in Oekraïne. Een en ander maakt nog duidelijker hoe afhankelijk en daarmee kwetsbaar we zijn geworden van het buitenland voor onze grondstoffenvoorziening, aldus Van Nuland. “Het is meer dan ooit nodig om lokale en circulaire mogelijkheden te benutten; energie en grondstoffen liggen daarbij steeds meer in elkaars verlengde.”


NIEUWE TOEPASSINGEN
AquaMinerals doet veel onderzoek naar nieuwe toepassingen. Enkele voorbeelden uit het jaarbericht:

  • Samen met onderzoekinstituut KWR en Metalot (spin-off van TU Eindhoven) is AquaMinerals een onderzoek gestart naar de toepassing van waterijzer als brandstof.
  • Ook loopt er onderzoek om uit waterijzer nieuw coagulant te produceren. De afrondingsproef is gepland in 2022 op locatie RWZI Bath.
  • AquaMinerals verkent de mogelijkheden om gedroogd zuiveringsslib toe te passen als biobrandstof. Vorig jaar zag de organisatie ‘interessante mogelijkheden’. In 2022 wordt dit verder onderzocht.
  • Een nieuwe reststroom voor de waterschappen is koolstofdioxide (CO2). AquaMinerals verkent hoe groene CO2 weer kan worden ingezet binnen de waterketen. Voorts wordt onderzocht hoe CO2 kan worden vastgelegd in producten, om zo negatieve CO2-emissies te creëren.
  • Ook wordt de productie van ijzerpellets uit waterijzer onderzocht. De aandacht richt zich op de ontwikkeling van een stevigere korrel die nog voldoende absorbeert. De pellets zullen bovendien ‘geen organisch materiaal en mangaan meer afgeven, waardoor ze ook geschikt worden om arseen te verwijderen in de drinkwaterproductie’.
  • Samen met partners worden nieuwe technieken ontwikkeld voor toepassing van poederkoolslib. Dat is ‘een van de moeilijkste reststoffen om af te zetten’, omdat zich in poederkool veel stoffen ophopen. “Die concentratie aan schadelijke stoffen is erg klein, maar nieuwe wet-, en regelgeving zoals voor PFAS maakt het steeds lastiger om deze stof nuttig toe te passen.” Met de nieuwe technieken is het al gelukt om PFAS in poederkoolslib voor 80 procent af te breken, aldus het jaarbericht.

 

LEES OOK:
H2O Actueel: AquaMinerals kan terugzien op een goed jaar (jaarbericht 2020)

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!