0
0
0
s2sdefault

De prestaties van de Nederlandse afvalwaterzuiveringsinstallaties worden steeds beter. Dat blijkt uit de driejaarlijkse Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer, afgelopen week gepresenteerd door de Unie van Waterschappen.

Het eindproduct van afvalwaterzuiveringen wordt schoner, er wordt meer energie en bruikbaar materiaal uit afvalwater gehaald en de zuivering wordt steeds goedkoper. Nieuwe technologieën zijn de belangrijkste oorzaak van die verbeterde prestaties.

De uitkomsten van de nieuwste vergelijking passen in een trend die al jaren gaande is, zegt Anke van Houten, projectleider Bedrijfsvergelijkingen bij de Unie van Waterschappen. “Op het gebied van zuivering presteren de waterschappen tegen het maximum. Alles wat we hebben afgesproken dat we uit het water zuiveren aan schadelijke stoffen, halen we er ook daadwerkelijk uit. Op het gebied van terugwinning van energie en nuttige stoffen zijn nog veel grotere stappen te maken. Op dat terrein zijn we nog enorm aan het innoveren.”

De bedrijfsvergelijking van de Unie van Waterschappen speelt een belangrijke rol in die innovatie, omdat waterschappen daarin kunnen zien welke innovatieve toepassingen andere waterschappen gebruiken en wat dat oplevert. “We voeren de bedrijfsvergelijking sinds 1997 om de drie jaar uit en dat levert iedere keer nieuwe inzichten op.”

Uit de vergelijking blijkt dat het zuiveringsproces steeds goedkoper wordt. Dat komt deels door schaalvergroting, maar vooral door de toepassing van nieuwe technologieën. Minder zuiveringskosten zorgen voorlopig echter niet voor een lagere zuiveringsheffing, vertelt Van Houten. “Uit de heffing wordt meer betaald dan alleen de zuivering. Er zijn ook stijgende kostenposten, bijvoorbeeld voor grondstoffen die we voor de zuivering gebruiken, transport, salarissen en met name: innovatie. We moeten flink blijven innoveren om de afspraken die we over zuivering en hergebruik hebben gemaakt, te kunnen nakomen. Het geld dat we op de zuivering besparen kunnen we dus hooguit gebruiken om tariefstijgingen te dempen.”

De volledige bedrijfsvergelijking is hier te vinden.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.