Alexander Vos de Wael is na een langdurige ziekte op woensdag 26 mei overleden. Hij was van 1985 tot 2012 algemeen directeur van drinkwaterbedrijf Oasen. In die ruim 26 jaar heeft Alexander zich op bijzondere wijze en zeer intensief ingezet voor de drinkwatervoorziening in het Groene Hart van Nederland. 

Alexander Vos de Wael zw 180v Alexander Vos de WaelHet drinkwaterbedrijf maakte in die periode een grote kwalitatieve verbetering door. Alexander was zijn tijd ver vooruit. Door te denken in grote lijnen met oog voor detail, visionair te dromen en pioniersgeest en vertrouwen te stimuleren, heeft Oasen zich in die tijd ontwikkeld tot een gezond drinkwaterbedrijf. Ik blik terug op de waardevolle maatschappelijke bijdrage die hij heeft geleverd. 

Van oudsher had vrijwel elk dorp en elke stad een eigen kleine drinkwatervoorziening. Toen Alexander in 1985 in dienst trad als directeur van Drinkwaterleiding de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden in Meerkerk, brak vrij snel een turbulente periode aan. In 1990 werd een stukje geschiedenis van het drinkwaterbedrijf afgesloten doordat vijf kleinere waterleidingbedrijven waaronder Gemeentelijk Waterleidingbedrijf Vianen en Waterleidingbedrijf Oost-IJsselmonde in 1991 Waterleidingbedrijf Zuid-Holland Oost (WZHO) vormden. 

Alexander was heel actief betrokken bij deze provinciale fusie. Hij smeedde samen met toenmalig directeur Henk Boon WZHO. Alexanders bestuurlijke ervaring was zeer belangrijk. Dit gold ook voor zijn latere strijd om de drinkwaterbedrijven niet te privatiseren maar in publieke handen te laten.

Direct na de fusie werd snel duidelijk dat WZHO zich niet kon veroorloven stil te blijven staan. Nieuwe zuiveringstechnieken moesten ontwikkeld worden vanwege de vervuiling van het grondwater. Ook de enorme investeringen waar WZHO voor stond, om in de toekomst goed drinkwater te kunnen blijven leveren, vroegen om een langetermijnperspectief. Er werd gestart met een structurele verbetering van de productiecapaciteit, de waterkwaliteit en de infrastructuur. Productielocaties werden gesloten, uitgebreid en nieuw gebouwd. Het liefst in grotere, efficiënte, locaties. 

De blik was altijd vooruit. In 2001 ging WZHO met Midden-Nederland en Flevoland verder onder de naam Hydron Zuid-Holland. Een betrouwbare drinkwatervoorziening als onderdeel van een duurzaam beheerde waterketen achtte Alexander van groot maatschappelijk belang. Ook had hij een uitgesproken visie op de toekomst. Op termijn zou er nog maar plaats zijn voor drie drinkwaterbedrijven in Nederland. Hydron had als doelstelling te groeien naar 2 à 2,5 miljoen aansluitingen. 

Begin 2004 bleek dat de drie Hydron-bedrijven zeer verschillend dachten over de toekomst. In goed overleg met de Raad van Commissarissen besloot Alexander de samenwerking binnen de coöperatie te beëindigen per 1 januari 2005. Vanaf dat moment ging het drinkwaterbedrijf zelfstandig verder onder de naam Oasen, dat vrij vertaald ‘brenger van leven’ betekent. 

Het accent lag in de jaren die volgden op de ontwikkeling van het eigen bedrijf. De twee basiswaarden ‘degelijkheid en vitaliteit’ werden daarbij onderscheiden. Degelijkheid in zowel het leveren van drinkwater als in de manier waarop Oasen omging met de omgeving.

Ook vitaliteit was volgens Alexander nodig om op de lange termijn, juist bij moeilijke omstandigheden, nog steeds naar ieders tevredenheid goed drinkwater te leveren. ‘Een geestelijk fitte medewerker is alleen fit als hij ook in een gezond lichaam zit’. De Goudse stroopwafel werd ingeruild voor fruit op de locaties van Oasen en met een intern sportprogramma werd meer beweging gestimuleerd. 

Stilstand was achteruitgang in Alexanders ogen. De drang om technisch, organisatorisch en financieel steeds een stapje gezonder te worden kenmerkte zijn tijd. Personeelsbeleid, financiën, onderzoek en ICT hadden zijn warme belangstelling. In de ambities op deze gebieden had hij een uitgesproken mening. Discussies waren goed mogelijk, al lag de eindverantwoordelijkheid bij hem als bestuurder. Terugkijkend was het resultaat ernaar. Het drinkwaterbedrijf dat hij in 2012 verliet, blaakte van zelfvertrouwen en stond er technisch en financieel goed bij.

In 2012 had ik de eer om het stokje van hem over te nemen. Dankbaar denk ik terug aan zijn vakkundigheid en toewijding. Mijn gedachten gaan uit naar zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, andere naaste familieleden en vrienden. Ik wens hen veel sterkte toe.  

Walter van der Meer, directeur Oasen 

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!