Projecten om kaarsrechte kanalen terug te brengen tot meanderende beken zijn vaak nog weinig succesvol. Volgens een onderzoek van Judith Westveer van de Universiteit van Amsterdam vinden veel waterdiertjes niet de weg naar de herstelde beken, vooral vanwege een lange afstand. Herintroductie van passende soorten kan uitkomst bieden. In het kader van het natuurherstel wordt zo’n 2.500 kilometer aan beken in de periode tot 2027 hersteld in de meanderende toestand van vroeger. Meestal nog zonder veel succes. Slechts een beperkt deel van de oorspronkelijke aquatische macrofauna keert terug naar de herstelde beken, blijkt uit onderzoek van Judith Westveer van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam. Zij promoveert op 4 december. Westveer schreef over haar onderzoek het boekje Van A naar Beek, over hoe waterdiertjes een nieuwe woonplaats vinden, dat door het kenniscentrum STOWA is uitgegeven.
 

Afstand bepalend voor snelheid
Westveer noemt het een probleem dat kleine waterdieren als insectenlarven, waterkevers, waterslakken, waterpissebedden en mosseltjes niet of nauwelijks de herstelde beken gaan bewonen. Zij zijn onmisbaar voor de ecologische processen in de beken en een essentiële voedselbron voor vissen en vogels. De afstand tussen de geboortegrond en de nieuwe woonplaats is bepalend voor de snelheid waarmee de macro-invertebraten de herstelde beektrajecten bevolken. Hoe dichterbij, hoe sneller ze er zijn.

Het maakt volgens Westveer geen verschil of de diertjes zich vliegend, kruipend, zwemmend of drijvend verplaatsen. Ook de grootte van de macrofaunapopulaties die een beek omringen, speelt een belangrijke rol. Bij een grotere populatie zijn individuele waterdiertjes eerder geneigd om een nieuwe plek op te zoeken.

Tijdens een veldexperiment van drie jaar is bekeken welke macrofauna via de lucht een nieuwe beek kan vinden. Westveer constateert dat alleen enkele vliegende soorten - kriebelmuggen en dansmuggen - zich twee kilometer verplaatsen. De meerderheid van alle macrofauna zoals schietmotten, steenvliegen en eendagsvliegen komt niet verder dan een paar honderd meter. Daarom gaat het herstel soms erg langzaam, wanneer een beek niet goed met andere beken in verbinding staat.

Herintroductie van passende soorten
Westveer komt met een aantal suggesties om de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen en in het algemeen te zorgen voor een betere verspreiding van macrofauna. Zo vindt zij dat de herkolonisatie van herstelde bovenlopen niet moet afhangen van trage kolonisten uit nabijgelegen beken. In plaats daarvan kan herintroductie van passende soorten uitkomst bieden.

De Amsterdamse onderzoeker pleit er ook voor om bestaande bronpopulaties rondom een herstelgebied in kaart te brengen en bepaalde bronpopulaties te versterken en beschermen. Een andere suggestie is om bij de planning van beekherstel rekening te houden met de cycli van macrofauna. Westveer raadt aan om de meest invasieve werkzaamheden niet te laten plaatsvinden tijdens de sessiele stadia, dus bijvoorbeeld niet tijdens verpopping van aquatische insecten.

 

MEER INFORMATIE
Bericht UvA over onderzoek
Boekje Van A naar Beek

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michiel Doude van TroostwijkZeespiegelstijging is wereldwijd al 33cm per eeuw (3,3 mm/y) maar complex verdeeld. (zie afbeelding ref - https://sealevel.nasa.gov/understanding-sea-level/regional-sea-level/overview ).
Voor de Nederlandse kust is een versnelling aangetoond.
Het is eigenlijk heel simpel: als de aarde warmer wordt wordt ook de oceaan warmer en warmer water zet uit. Smelt van landijs versterkt het geheel en ook dat zit eraan te komen. Doordat wij relatief dicht bij een grote ijsmassa zitten is er ook nog het vingerafdruk effect: de zeespiegelstijging wordt gedempt omdat er minder water wordt aangetrokken met een kleinere ijsmassa. Ook dat effect is aangetoond.
https://climate.nasa.gov/news/2626/evidence-of-sea-level-fingerprints/
En dan ook nog landspiegeldaling, verhoogde rivier afvoeren en piekneerslag (droge neerslag want direct afgevoerd) plus de zomerdroogtes...
Geen reden tot paniek, daar schiet je niks meer op: wel voor een meer urgente aanpak in samenhang. Nederland is erg kwetsbaar en een groot incident is voldoende om ons kaartenhuis te doen omvallen.
Bekijk deze informatieve presentatie over "landspiegelstijging en levende landschappen" van prof Kleinhans.
https://youtu.be/8MHifaE62gw
Dit is een gaaf statement. Ben benieuwd naar de smaak van het biertje.
Het is mijn ervaring dat als je de dikke stengels onder een knoop op zeg 30 cm hoogte afknipt, de stengel opvult met paar procentige glyfosaat, alles in de directe omgeving aan plant mee gaat. Je dood dan via de wortel ipv het blad en er naast spuiten...
Heet water, electrocutie, afdekken, allemaal leuk, maar beperkt effectief en mega duur.
Over zulke grote hoeveelheden gif hebben we het nou ook weer niet......
De zeespiegelstijging is onder de 20 cm per eeuw.
Er is geen reden aan te nemen dat hier een versnelling in gaande is. Artikel lijkt iets verergering te suggereren. Dat lijkt dan dus niet zo.
Oprukkend zout blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt, geen reden tot paniek.
Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!