In grote delen van Brabant lijdt natuur die afhankelijk is van grondwater schade doordat er onvoldoende kwel beschikbaar is en de grondwaterstanden te laag zijn. Voor het herstel van het watersysteem in Brabant is naar schatting ongeveer 350 miljoen m3 grondwater per jaar nodig. Effectieve maatregelen om voldoende kwel in de natuur terug te brengen, liggen grotendeels buiten de natuurgebieden

Dit staat in de verkenning van kennisinstituut Deltares dat onderzoek deed naar de watervraag van de natuur in Brabant. Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie gaven opdracht voor de verkenning, die vrijdag is gepubliceerd. 

Voor het eerst in Nederland is onderzocht hoeveel grondwater de natuur nodig heeft, stelt Natuurmonumenten. Doel van de verkenning is onder meer om 'beleidsmakers, planvormers en achterban op het gebied van water- en natuurbeleid duidelijk te maken waarom een goed werkend watersysteem zo belangrijk is voor de instandhouding van natuur'.

Bodemkwaliteit
In het onderzoek richten de onderzoekers zich op natuur die afhankelijk is van grondwater, zoals beken, veengebieden, natte bossen, heide en vennen. De watervraag van andere natuur, zoals bossen en heide, bestaat vooral uit regenwater. Deze natuur lijdt droogteschade omdat het regenwater niet goed wordt vastgehouden door achteruitgang van de bodemkwaliteit.

Al decennia lang lijdt een groot areaal van de waterafhankelijke natuur in Noord-Brabant aan een watertekort, schrijven de onderzoekers. Met talrijke herstelprojecten en met aanpassingen in het waterbeheer is geprobeerd de verdroging van de natuur terug te dringen. De maatregelen hebben niet het gewenste effect, want veel natuurgebieden zijn nog steeds te droog of krijgen te weinig kwel, staat in het onderzoek.

De droogte als gevolg van de klimaatverandering verergert de situatie. Zo wordt tijdens langdurige droogteperioden meer (dan normaal) grondwater onttrokken voor de drinkwatervoorziening en verdubbelt ongeveer de beregening van landbouwgronden, van 40 naar 100 miljoen m3/jaar.

Onderzoeksvraag
De onderzoeksvraag was: hoeveel grondwater is er nodig om verdroging van grondwaterafhankelijke natuur op te heffen. Sleutel is herstel van de kwel (uit de diepere ondergrond opstijgend grondwater), dat door de onderzoekers wordt omschreven als de motor achter het functioneren van grondwaterafhankelijke natuur. Als er voldoende kwel is, is de grondwaterstand op niveau en de stroming in beken, die nu in de zomer droogvallen, op orde. 

Een en ander betekent dat er meer grondwater nodig is. De grondwaterafhankelijke natuur in Brabant heeft jaarlijks 60 miljoen kuub grondwater nodig om te overleven, daarvan is momenteel maar een deel beschikbaar. Om te zorgen dat deze natuur bij het grondwater kan, moeten onder andere de grondwaterstanden structureel omhoog. Daarvoor is circa 350 miljoen m3 extra grondwater nodig.

Voor de gewenste aanvulling valt er in Brabant genoeg regen, maar te veel daarvan wordt afgevoerd, zo’n 80 procent van het neerslagoverschot. Om deze situatie te verbeteren moet de afvoer van het oppervlaktewater met 17 procent worden verkleind, aldus de onderzoekers. Voorts moet de onttrekking van het grondwater door onder meer beregening en drinkwatervoorziening met 30 procent afnemen.

Provinciebreed
Herstel van het watersysteem is noodzakelijk binnen én buiten de natuurgebieden, aldus het onderzoek. Dat betekent dat in feite ‘provinciebreed’ de grondwatersituatie verbeterd moet worden. Dit herstel komt overigens niet alleen de natuur ten goede, schrijven de onderzoekers, maar ook de landbouw en de stedelijke gebieden in Brabant die minder last zullen hebben van bodemdaling en verzakkingen.

In reactie op het onderzoek stellen de natuur- en milieuorganisaties voldoende vertrouwen te hebben dat de eerste stappen zullen worden genomen om meer water vast te houden. Dat vertrouwen is gebaseerd op de inzet van de provincie Noord-Brabant, die de noodzaak voor voldoende water voor natuur in haar bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ onderschrijft.


6 NATUURGEBIEDEN
De onderzoekers bekeken 6 ‘grondwaterafhankelijke natuurgebieden’ in Brabant en bepaalden in welke mate maatregelen effecten zouden hebben op de watervraag. In veel gebieden is, jaarrond maar vooral in de zomer, onvoldoende kwel beschikbaar. De grondwaterstand en stijghoogte (waterdruk) is met name in de zomer tot meer dan 50 cm lager dan nodig voor een goed en duurzaam functioneren van de beoogde natuurtypes.

Ook komt het voor, schrijven de onderzoekers, dat het met inspanning in en buiten het natuurgebied wél lukt om de waterstand voldoende hoog te houden. Maar dan wordt vooral (zuur) regenwater vastgehouden, terwijl voor de natuur (basisch) kwelwater, met een andere chemische samenstelling, noodzakelijk is. “Tenslotte is soms wel kwelwater beschikbaar, maar wordt deze door de sloten en greppels uit het gebied afgevoerd op basis van de bestaande afspraken over peilen.”


MEER INFORMATIE
Deltares-onderzoek 'Een verkenning naar de Watervraag van de Noord-Brabantse Natuur' (pdf)
Natuurmonumenten over het onderzoek

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Wouter Beekman · 1 years ago
    'Voor de gewenste aanvulling valt er in Brabant genoeg regen, maar te veel daarvan wordt afgevoerd, zo’n 80 procent van het neerslagoverschot.' Ik durf de stelling aan dat 100% van het neerslagoverschot op een of andere manier wordt afgevoerd: anders zou de zaak verzuipen. Misschien wordt bedoeld dat 80% via een 'ongewenste' route wordt afgevoerd?
    'Om deze situatie te verbeteren moet de afvoer van het oppervlaktewater met 17 procent worden verkleind, aldus de onderzoekers.' Ik durf de stelling aan dat de zaak ook verbeterd met een willekeurig ander (positief) percentage. Waarom specifiek 17%?
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!