secundair logo knw 1

In 2027 moet de glastuinbouw emissieloos zijn l Foto Glastuinbouw Nederland/Fotostudio GJ Vlekke

De kwaliteit van het oppervlaktewater in glastuinbouwgebieden is de laatste jaren weliswaar verbeterd, maar voldoet nog altijd niet aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om glastuinders te helpen hun emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten tot nagenoeg nul te reduceren, zet Glastuinbouw Nederland watercoaches in.

“Deze watercoaches denken mee en dragen oplossingen aan”, zegt waterspecialist Arthur van den Berg van Glastuinbouw Nederland. “Ze houden ondernemers een spiegel voor en ze wijzen ook op zaken die misschien onbenullig lijken, maar die wel opgelost moeten worden.”

Het doel is dat de waterstromen sluiten, en er dus geen gevaarlijke stoffen meer lekken naar het oppervlaktewater door bijvoorbeeld een verzakte goot. “De grote stappen zijn wel gezet, maar de verbetering van de waterkwaliteit stagneert”, aldus Van den Berg. “Een extra versnelling is nodig.”

Vorig jaar zomer heeft de brancheorganisatie daarom een pilot met twee watercoaches gedraaid. Zij bezochten meerdere bedrijven en zochten samen met de betrokken ondernemers naar een goede werkwijze. Volgende maand gaat het duo echt aan het werk, te beginnen in het Westland en het Oostland. 

Emissieloze Kas
In deze regio werkt Glastuinbouw Nederland samen met de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard, de provincie en een aantal gemeenten in het project Emissieloze Kas. Daaruit is voorlopig financiering beschikbaar voor 150 tot 200 bedrijfsbezoeken door de watercoaches. Voor de ondernemer is de dienst gratis. 

Van den Berg: “We zijn nog in overleg over een vervolg in deze en andere regio’s, zodat we hierna ook door kunnen.” 

Voorafgaand of tijdens het bedrijfsbezoek vult de ondernemer de ‘waterscan’ in. Die geeft een indruk van de waterstromen op het bedrijf en van de mogelijke knelpunten. Tijdens het bezoek wordt ook nog een checklist doorgenomen. De watercoach wijst op relevante onderzoeksresultaten en toont recente monitoringsgegevens over de waterkwaliteit.

Concrete afspraken
Met de ondernemer worden vervolgens concrete afspraken gemaakt over de termijn waarop die de gevonden knelpunten oplost. “Het bezoek van de watercoach is vrijwillig, maar niet vrijblijvend”, benadrukt Van den Berg. “Uiteindelijk moet de ondernemer wel aan de slag. Anders wordt de handhaving iets strenger.”

Volgens de waterspecialist zijn de meeste ondernemers van goede wil. “Er is geen teler die voor zijn lol gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Want dat heeft natuurlijk ook effect op het gewas. Maar soms raken aandachtspunten wat ondergesneeuwd. De eerste winst is dan al dat die ondernemer zich hiervan bewust wordt.”

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Een goede zaak, om effluentwater te gebruiken in plaats van drinkwater voor de slibontwatering. Ik ken dit proces net, maar waarom heb je water nodig om slib te ontwateren? Klinkt mij vreemd in de oren.
Barry Madlener. Een man van grootse daden, w.o. motie tegen het dragen van hoofddoekjes en de verplichting voor moslimmeisjes om te moeten sporten met jongens. Dat schept hoge verwachtingen! 😱 OMG
Wat een slap verhaal over een mogelijke integriteitsschending. Als voormalig sectorhoofd bij verschillende waterschappen heb ik vele openbare aanbestedingen (klein en groot) moeten doen. Bij de meeste waterschappen zou een dergelijke aanpak nooit geaccepteerd zijn en ook bij andere overheden zoals provincies (waar ik eveneens ervaring heb) , ook niet. Wat is het toch moeilijk om gewoon een fout toe te geven! Daar is echt geen “integriteitsonderzoek “ voor nodig. Het is echt tijd dat bij deze organisatie de bezem er eens goed doorheen gaat! 
Bedankt Bas! Bij deze een link naar dat artikel: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32729940/  
Duidelijk artikel met interessante observaties!
Mbt referentie #2 zou het beter zijn te verwijzen naar Bil et al., 2021 (https://doi.org/10.1002/etc.4835).