Als het aan Vlaamse drinkwaterbedrijven ligt wordt het drinkwater in Vlaanderen flink duurder. De bedrijven willen de prijs stapsgewijs verhogen tussen 2023 en 2028 om het klimaatrobuust maken het drinkwaternetwerk te kunnen financieren. Of de prijsstijging er ook komt is de vraag, de Vlaamse Milieumaatschappij moet deze goedkeuren.

Aquaflanders, de koepel van de Vlaamse drinkwatermaatschappijen, zegt dat niet alleen de verdroging als gevolg van de klimaatverandering de reden is voor de aangekondigde prijsstijging. “Alles wordt duurder, de drinkwaterproductie ontsnapt daar niet aan. Denken we alleen maar aan de kosten voor energie die ook voor ons flink gestegen zijn”, zegt algemeen directeur Carl Heyrman tegen het Vlaamse dagblad De Standaard.

Maar ook wordt in de bespiegelingen over de aangekondigde prijsstijging als reden opgegeven dat de drinkwaterbedrijven moeten investeren in de waterinfrastructuur om in de levering van voldoende drinkwater te kunnen blijven voorzien. 

Weinig waterreserves
Langdurige droogte vergroot de problemen voor de Vlaamse drinkwaterbedrijven, die water moeten winnen in een dichtbevolkt en op grote schaal verhard land met weinig waterreserves. Evenals in Nederland breekt het Vlaanderen op dat er jarenlang is ingezet op het snel afvoeren van water. Daardoor wordt te weinig water vastgehouden om het grondwater op niveau te houden. De gevolgen zijn vergelijkbaar met die in Nederland: droogvallende rivieren en beken, sterkere concentratie van verontreiniging in water, verzilting in de kustregio.

Hoewel minder dan in Nederland is in Vlaanderen grondwater ook een belangrijke bron voor de drinkwaterproductie. Van het Vlaamse drinkwater wordt 48 procent gemaakt uit grondwater en 52 procent uit oppervlaktewater.

Maaswater
Die laatste bron geeft nu ook reden tot zorgen, want met een aftakking naar het Albertkanaal is Vlaanderen voor de drinkwaterproductie sterk afhankelijk van de aanvoer van water uit de Maas. En de regenrivier kampt met een sterk dalende afvoer. Als het debiet in de rivier onder de 60 m3/s daalt, treedt de alarmfase in. Onder de 30 m3/s is er sprake van crisis en moet in Vlaanderen ‘harde keuzes’ worden gemaakt.

Dat moment lijkt te naderen. De daggemiddelde afvoer van de Maas is momenteel ongeveer 35 m3/s, aldus de droogtemonitor die de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in Nederland deze week uitbracht.

De huidige problemen leiden nog niet tot een tekort aan drinkwater, zo wordt gesteld, maar onderstrepen opnieuw dat door de drinkwaterbedrijven geïnvesteerd moet worden in een ’klimaatrobuust’ drinkwaternetwerk. Het gezamenlijke investeringsbedrag bedraagt 1 miljard euro, zo wordt gesteld in Vlaamse media.

11 procent
Om die investering te kunnen doen moet de drinkwaterprijs omhoog. Die zou gemiddeld met 11 procent toenemen, schrijft De Standaard. Daar zijn wel uitzonderingen op. Aquaduin zou het tarief niet hoeven te verhogen omdat het bedrijf in recente jaren al veel heeft geïnvesteerd in de update van het netwerk.

Het in Gent gevestigde Farys zou een verhoging tot bijna 20 procent willen doorvoeren. Dit terwijl het drinkwater van Farys al als het duurste van Vlaanderen te boek staat. “Om de bevoorrading veilig te stellen, moeten we investeren”, verklaart het bedrijf in de Vlaamse media. Het schrijft dat toe aan het feit dat het een beperkt aantal bronnen in zijn drinkwaterdistributiegebied heeft en het water dus van ver moet aanvoeren, en dat is een flinke kostenpost.

Of de drinkwaterprijzen ook omhooggaan is aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) om te bepalen. De dienst moet de gevraagde verhoging goedkeuren. “Wij gaan na of de verhoging die de bedrijven voorstellen te verantwoorden zijn”, zegt woordvoorster Katrien Smet van de VMM tegen De Standaard. De dienst heeft daar 90 dagen de tijd voor.


VLAAMSE AANPAK ALS VOORBEELD

Volgens studies ligt het gemiddelde waterverbruik van een Vlaming op ongeveer 100 liter water per dag. In Nederland is dat per hoofd van de bevolking 134 liter drinkwater per dag, ruim 30 liter meer. Het gebruik steeg de afgelopen jaren, onder meer onder invloed van warme, droge zomers en de coronacrisis, aldus het Drinkwaterplatform.

In Vlaanderen zijn gezinnen de grootste gebruiker van drinkbaar water met meer dan 200 miljoen m3 per jaar, goed voor de helft van het verbruik, gevolgd door de industrie (90 miljoen m3), opwekken energie (11 miljoen m3) en landbouw (9 miljoen m3).

In Vlaanderen wordt flink ingezet op waterbesparende maatregelen. Zo wordt de verplichting om bij nieuwbouw een put te plaatsen voor opvang van regenwater uitgebreid. Vanaf volgend jaar geldt de verplichting ook voor Vlamingen die een ‘grondige verbouwing’ willen uitvoeren, zo kondigde de Vlaamse regering deze week aan.

De Algemene Waterschapspartij (AWP) ziet in de Vlaamse aanpak een voorbeeld dat navolging moet krijgen in Nederland, omdat ook hier het watergebruik omlaag moet. Zo stelt ze voor om, net als in België, de zuiveringsheffing te koppelen aan het drinkwatergebruik. “Zodat je, net als met gas en elektriciteit, méér voor het zuiveren van je rioolwater betaalt, als je méér drinkwater verbruikt.” Die prijsprikkel doet het watergebruik verminderen, aldus de waterschapspartij. "In België werkt het!"

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!