0
0
0
s2smodern

De samenleving moet een betere greep krijgen op de gevaarlijke stoffen die in het milieu terechtkomen, stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Door de beweging naar een circulaire economie wordt dat extra urgent. Het adviesorgaan pleit voor een verplicht ‘track & trace-systeem’ tijdens de gehele levenscyclus van risicovolle stoffen. “Dat is een randvoorwaarde voor een schone en veilige leefomgeving”, zegt raadslid Co Verdaas.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur bood vanmiddag het advies Greep op gevaarlijke stoffen aan minister Stientje van Veldhoven voor Milieu en Wonen aan. Volgens de raad zijn door succesvol overheidsbeleid in de afgelopen decennia minder gevaarlijke stoffen verspreid, maar stagneert deze ontwikkeling nu. Het aantal gevaarlijke stoffen en het aantal producten met zulke stoffen nemen toe. Recent bleek nog met PFAS in de bodem tot welke problemen dat kan leiden. Daarom doet de Rli tien aanbevelingen (zie figuur onderaan).

Co Verdaas foto Fred ErnstCo Verdaas (f: Fred Ernst)

Co Verdaas is voorzitter van de raadscommissie die het advies voorbereidde. Hij is sinds maart 2019 dijkgraaf van Waterschap Rivierenland en tevens hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft. “Het onderwerp raakt natuurlijk erg aan vraagstukken als waterkwaliteit en waterzuivering, waarmee ik me als dijkgraaf bezig hou. Het was een goede kans om me in de materie in te vreten.”

Wat willen jullie met het advies bereiken?
“De boodschap is: we zijn in Nederland niet machteloos en kunnen meer greep op gevaarlijke stoffen krijgen. De aanbevelingen bevatten concrete handvatten voor overheden, ondernemers en samenleving als geheel. Een aantal zaken kan Nederland goed zelf doen en een aantal zaken moet in Europees verband in gang worden gezet. We hopen dat ons advies helpt bij het verhogen van het bewustzijn.”

De huidige overheidsaanpak lijkt niet meer toereikend, schrijven jullie. Waarom?
“In het bestaande stelsel worden individuele stoffen genormeerd voor een specifieke toepassing. Dat is ook evident veilig. De samenleving heeft echter veel minder zicht op de optelsom van alle stoffen die uiteindelijk in de grond, de lucht en het water terechtkomen en de stapeling van deze stoffen. Daar komt bij dat we met elkaar toe willen naar een circulaire economie. Hierdoor komen gevaarlijke stoffen eeuwigdurend in de leefomgeving terecht en gaan soms nieuwe verbindingen aan. Ook zijn er nieuwe toepassingen. Neem weekmakers. Die zitten via recycling van materialen nu in pizzadozen. Wij hebben onszelf nooit de vraag gesteld of we dat wel willen.”

Hoe is een betere controle op de verspreiding van gevaarlijke stoffen mogelijk?
“We bevelen een verplicht ‘track & trace systeem’ aan voor bedrijven die gevaarlijke stoffen in een productketen brengen. Zij volgen dan de route van deze stoffen tijdens de hele levenscyclus. Daarvoor zijn inspanningen en natuurlijk geld nodig. Het is een politieke en maatschappelijke afweging of we dat met elkaar ervoor over hebben. De raad vindt dit een belangrijke randvoorwaarde voor een schone en veilige leefomgeving. Zo’n systeem is naar onze mening de enige manier om zicht te houden op hoe de vele duizenden risicovolle stoffen in de leefomgeving rondgaan.”

Een andere aanbeveling is om alleen nog tijdelijke vergunningen te verlenen. Wat is daarvan het nut?
“Wanneer een vergunning oneindig is, kun je een bedrijf niet meer dwingen over te stappen naar een nieuw, beter alternatief voor een gevaarlijke stof. Met tijdelijke vergunningen kun je ervoor zorgen dat ondernemers de goede kant op bewegen en nog belangrijker, hen tot innovatie prikkelen. De vertegenwoordigers van grote bedrijven die we hebben gesproken, erkennen hun eindverantwoordelijkheid. Tegelijkertijd geven ze aan dat het huidige stelsel niet stimuleert tot een vermindering van het gebruik van risicovolle stoffen. Ook startups die vernieuwende oplossingen willen ontwikkelen, lopen hiertegen aan. We kunnen een voorbeeld nemen aan de aanpak bij duurzame energie, waar al met tijdelijke vergunningen wordt gewerkt. Dat draagt bij aan een competitief voordeel voor ondernemers die willen innoveren.”

Hoe ziet u de rol van de watersector?
“We hebben in Nederland de waterzuivering goed op orde. Maar je moet er niet aan denken dat wij te laat ontdekken dat we bijvoorbeeld het grondwater aan het vervuilen zijn of de waterkwaliteit alleen nog met forse investeringen kunnen waarborgen. Dan kunnen we maar beter proberen om aan de voorkant het probleem op te lossen. Dat is ook het appel in het advies. Wees alert en kom in beweging.”

Wat gaat nu met het advies gebeuren?
“We organiseren nog bijeenkomsten in Brussel en Den Haag om inzichten met het veld te delen. Maar na de aanbieding is het advies niet meer in onze handen. Het is aan minister Van Veldhoven en de Tweede Kamer om er wat mee te doen. En zo hoort het ook.”

Wat wilt u nog kwijt?
“Voordat ik commissievoorzitter werd, beschouwde ik mezelf als een goed geïnformeerde, kritische consument. Bij dit onderwerp ontdekte ik dat ik eigenlijk onwetend was. Ik vind dat consumenten veel meer mogelijkheden moeten krijgen om te weten welke risicovolle stoffen in welke producten zitten en welke effecten dat heeft. Hier ligt nog een terrein braak. Een dergelijke transparantie vereist een bewustwording bij consumenten, een overheid die het stelsel erop inricht en ondernemers die werk maken van innovatie. Met het advies willen we daaraan bijdragen.”

Infographic tien aanbevelingen Rli advies Gevaarlijke stoffen

 

MEER INFORMATIE
Rli over de noodzaak van nieuw beleid
Advies Greep op gevaarlijke stoffen

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.