secundair logo knw 1

Deze bijzondere walvis van plastic uit zee stond vorig jaar in een Utrechtse singel I foto: Hans Muller / Wikimedia Commons

De samenleving moet een betere greep krijgen op de gevaarlijke stoffen die in het milieu terechtkomen, stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Door de beweging naar een circulaire economie wordt dat extra urgent. Het adviesorgaan pleit voor een verplicht ‘track & trace-systeem’ tijdens de gehele levenscyclus van risicovolle stoffen. “Dat is een randvoorwaarde voor een schone en veilige leefomgeving”, zegt raadslid Co Verdaas.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur bood vanmiddag het advies Greep op gevaarlijke stoffen aan minister Stientje van Veldhoven voor Milieu en Wonen aan. Volgens de raad zijn door succesvol overheidsbeleid in de afgelopen decennia minder gevaarlijke stoffen verspreid, maar stagneert deze ontwikkeling nu. Het aantal gevaarlijke stoffen en het aantal producten met zulke stoffen nemen toe. Recent bleek nog met PFAS in de bodem tot welke problemen dat kan leiden. Daarom doet de Rli tien aanbevelingen (zie figuur onderaan).

Co Verdaas foto Fred ErnstCo Verdaas (f: Fred Ernst)

Co Verdaas is voorzitter van de raadscommissie die het advies voorbereidde. Hij is sinds maart 2019 dijkgraaf van Waterschap Rivierenland en tevens hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft. “Het onderwerp raakt natuurlijk erg aan vraagstukken als waterkwaliteit en waterzuivering, waarmee ik me als dijkgraaf bezig hou. Het was een goede kans om me in de materie in te vreten.”

Wat willen jullie met het advies bereiken?
“De boodschap is: we zijn in Nederland niet machteloos en kunnen meer greep op gevaarlijke stoffen krijgen. De aanbevelingen bevatten concrete handvatten voor overheden, ondernemers en samenleving als geheel. Een aantal zaken kan Nederland goed zelf doen en een aantal zaken moet in Europees verband in gang worden gezet. We hopen dat ons advies helpt bij het verhogen van het bewustzijn.”

De huidige overheidsaanpak lijkt niet meer toereikend, schrijven jullie. Waarom?
“In het bestaande stelsel worden individuele stoffen genormeerd voor een specifieke toepassing. Dat is ook evident veilig. De samenleving heeft echter veel minder zicht op de optelsom van alle stoffen die uiteindelijk in de grond, de lucht en het water terechtkomen en de stapeling van deze stoffen. Daar komt bij dat we met elkaar toe willen naar een circulaire economie. Hierdoor komen gevaarlijke stoffen eeuwigdurend in de leefomgeving terecht en gaan soms nieuwe verbindingen aan. Ook zijn er nieuwe toepassingen. Neem weekmakers. Die zitten via recycling van materialen nu in pizzadozen. Wij hebben onszelf nooit de vraag gesteld of we dat wel willen.”

Hoe is een betere controle op de verspreiding van gevaarlijke stoffen mogelijk?
“We bevelen een verplicht ‘track & trace systeem’ aan voor bedrijven die gevaarlijke stoffen in een productketen brengen. Zij volgen dan de route van deze stoffen tijdens de hele levenscyclus. Daarvoor zijn inspanningen en natuurlijk geld nodig. Het is een politieke en maatschappelijke afweging of we dat met elkaar ervoor over hebben. De raad vindt dit een belangrijke randvoorwaarde voor een schone en veilige leefomgeving. Zo’n systeem is naar onze mening de enige manier om zicht te houden op hoe de vele duizenden risicovolle stoffen in de leefomgeving rondgaan.”

Een andere aanbeveling is om alleen nog tijdelijke vergunningen te verlenen. Wat is daarvan het nut?
“Wanneer een vergunning oneindig is, kun je een bedrijf niet meer dwingen over te stappen naar een nieuw, beter alternatief voor een gevaarlijke stof. Met tijdelijke vergunningen kun je ervoor zorgen dat ondernemers de goede kant op bewegen en nog belangrijker, hen tot innovatie prikkelen. De vertegenwoordigers van grote bedrijven die we hebben gesproken, erkennen hun eindverantwoordelijkheid. Tegelijkertijd geven ze aan dat het huidige stelsel niet stimuleert tot een vermindering van het gebruik van risicovolle stoffen. Ook startups die vernieuwende oplossingen willen ontwikkelen, lopen hiertegen aan. We kunnen een voorbeeld nemen aan de aanpak bij duurzame energie, waar al met tijdelijke vergunningen wordt gewerkt. Dat draagt bij aan een competitief voordeel voor ondernemers die willen innoveren.”

Hoe ziet u de rol van de watersector?
“We hebben in Nederland de waterzuivering goed op orde. Maar je moet er niet aan denken dat wij te laat ontdekken dat we bijvoorbeeld het grondwater aan het vervuilen zijn of de waterkwaliteit alleen nog met forse investeringen kunnen waarborgen. Dan kunnen we maar beter proberen om aan de voorkant het probleem op te lossen. Dat is ook het appel in het advies. Wees alert en kom in beweging.”

Wat gaat nu met het advies gebeuren?
“We organiseren nog bijeenkomsten in Brussel en Den Haag om inzichten met het veld te delen. Maar na de aanbieding is het advies niet meer in onze handen. Het is aan minister Van Veldhoven en de Tweede Kamer om er wat mee te doen. En zo hoort het ook.”

Wat wilt u nog kwijt?
“Voordat ik commissievoorzitter werd, beschouwde ik mezelf als een goed geïnformeerde, kritische consument. Bij dit onderwerp ontdekte ik dat ik eigenlijk onwetend was. Ik vind dat consumenten veel meer mogelijkheden moeten krijgen om te weten welke risicovolle stoffen in welke producten zitten en welke effecten dat heeft. Hier ligt nog een terrein braak. Een dergelijke transparantie vereist een bewustwording bij consumenten, een overheid die het stelsel erop inricht en ondernemers die werk maken van innovatie. Met het advies willen we daaraan bijdragen.”

Infographic tien aanbevelingen Rli advies Gevaarlijke stoffen

 

MEER INFORMATIE
Rli over de noodzaak van nieuw beleid
Advies Greep op gevaarlijke stoffen

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.
@JanEens Jan, maar mijn opiniestuk gaat over hoe slimme bemetering en beprijzing het waterverbruik van huishoudens beïnvloeden. Dat er geen BOL is voor grootverbruik, helpt bedrijven inderdaad niet om slim met water om te gaan.   
Waarom de belasting op leidingwater (BOL) alleen voor de eerste 300m3? (€ 0,50 per m3 incl BTW). Beter is om een BOL te hebben voor het waterverbruik boven de 300m3. Politiek ligt dit moeilijk voor wat ik begreep.  
Of de waterkwaliteit wel 100% blijft onder deze oppervlakte heeft te maken met de normen die men hiervoor gebruikt. Bij eutrofiëring ontstaat wat groenalg en gelijk vliegt in de beoordeling de waterkwaliteit omlaag. Komt dat omdat anderen dit veroorzaken?