0
0
0
s2smodern

Het talentprogramma voor de water- en maritieme sector is flink vernieuwd. Onder de naam De Stroomversnellers krijgen studenten in het wo, hbo en mbo een breed scala aan activiteiten aangeboden.

In het nieuwe talentprogramma dat deze maand is gestart, staat het netwerk De Stroomversnellers centraal. Er wordt gemikt op deelname van minimaal driehonderd studenten. De vaste kern van het netwerk zal worden gevormd door vijftig Waterambassadeurs, die voor twee jaar worden aangesteld. Zij bepalen mede de inhoud van het programma en krijgen daarvoor een vergoeding.

Else BoutkanElse Boutkan

Groter platform
Er bestond al een talentprogramma met studiebeurzen (nu vervangen door de vergoedingen) voor een aantal ambassadeurs. De nieuwe aanpak is omvangrijker en breder, vertelt Else Boutkan, programmamanager Human Capital bij de Topsector Water & Maritiem. “Het platform is veel groter. Studenten bouwen hierdoor een goed netwerk voor later op. Zij hebben zelf bijgedragen aan de ontwikkeling van het nieuwe talentprogramma, waardoor het hen extra aanspreekt.”

Waar voorheen voornamelijk studenten uit het wetenschappelijk onderwijs en hbo zich opgaven, worden mbo-studenten nu sterk gestimuleerd om mee te doen. “Ik heb daarover contact met verschillende mbo-instellingen”, zegt Boutkan. “Het is belangrijk dat jongeren van verschillende opleidingsniveaus goed met elkaar integreren, want zo gaat het straks op het werk ook.”

De Stroomversnellers staat niet alleen open voor studenten die een wateropleiding volgen. “Wie bijvoorbeeld informatica of rechten studeert en geïnteresseerd is in water, is eveneens van harte welkom. Het was een wens van werkgevers om een veel bredere groep de sector te laten zien.”

Nu werving
Het talentprogramma is een gezamenlijk initiatief van Topsector Water & Maritiem, Rijkswaterstaat, Vereniging van Waterbouwers, Netherlands Maritime Technology en Nationaal Watertraineeship. Op het ogenblik vindt de werving voor het netwerk plaats. Verder is er binnenkort een selectiedag voor studenten die ambassadeur willen worden. Tijdens een feestelijk evenement op 20 maart worden de nieuwbakken Waterambassadeurs in het zonnetje gezet door Annemieke Nijhof, voorzitter van de Topsector Water & Maritiem.

De deelnemers aan het netwerk kunnen meedoen aan allerlei activiteiten, zoals excursies en masterclasses. Boutkan: “Zij waarderen het zeer dat ze een kijkje achter de voordeur bij bedrijven en organisaties kunnen nemen. Zo organiseert Rijkswaterstaat dit voorjaar een boottocht naar de Marker Wadden om te tonen wat daar gebeurt.”

Boutkan streeft naar twee à drie activiteiten per maand. Elk bedrijf kan volgens haar gemakkelijk een groep studenten ontvangen. “Er hoeft alleen een programma voor het bezoek in elkaar te worden gezet, want de doelgroep en het netwerk zijn al geregeld.” Studenten krijgen ook trainingen aangeboden, die nu aan deelnemers aan het Nationaal Watertraineeship worden gegeven. “Zoals zakelijk flirten. Volgens studenten is dit uniek.”

Maatschappelijk belang
De water- en maritieme sector hebben volgens Boutkan als pluspunt dat het werk maatschappelijk relevant is. “Jongeren vinden dit aspect zeer belangrijk. Het biedt voor de sector een mooie kans. We mogen het maatschappelijk belang van wat we doen best uitventen. Het nieuwe talentprogramma helpt daarbij.”

 

MEER INFORMATIE
Website De Stroomversnellers 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Leuk artikel en een relevant onderwerp. Omdat hier inderdaad vaak niet goed over nagedacht wordt. Dit ziet er goed uit. Ik heb nog wel een overweging. De methode kan ook afhangen van wat je precies wil berekenen. Er wordt hier uitgegaan van een situatie waarin alle metingen een waarde zouden moeten hebben. Als ik naar figuur twee, drie en vijf kijk, ziet dit er meer uit als een scheve distributie met een hoop extra nullen. Ik denk dat dat zeker kan voorkomen, vooral bij microverontreinigingen.
Niet alle plekken worden bijvoorbeeld beïnvloed door emissiebronnen. Mogelijk wil je dan alleen de gemiddelde concentratie van alle metingen waar de verontreiniging ook echt aanwezig is. Dan zou een methode waar je de verdeling schat, en daarmee het aantal nullen vaststelt, en alleen een gemiddelde waarde aan een deel van de metingen (de niet-nullen) geeft, nauwkeuriger zijn voor het gemiddelde. Ook als je de fractie waar iets gemeten is wil weten, zou dit handig zijn. Ik vraag me af of deze aanpak ook gebruikt wordt.
Uitstekende aanvullingen Jos. Er is een "gesprek" ontstaan dat de toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland kan vormgeven. Na Ozon-Actieve Kool Filtratie (AKF) en na UV/H2O2-AKF is het drinkwater microbiologisch betrouwbaar; dat bewijzen respectievelijk Waternet en PWN dagelijks op hun drinkwaterproductielocaties. De conventionele coagulatie, flocculatie, sedimentatie en snelfiltratie kan inmiddels kosten- en milieuefficient vervangen worden door Suspended Ion eXchange (SIX), in-line coagulatie en ceramische membraanfiltratie. Ik heb er alle vertrouwen in dat de Nederlandse procestechnologen de meest ideale waterbehandeling voor de geselecteerde bron kunnen ontwerpen. In geval van een installatie met grote capaciteit kan er zowel direct drinkwater geleverd worden en kan de wateraccu in de Veluwe intelligent opgeladen worden - jouw idee is een verdere uitwerking meer dan waard.
Het stromen van water door rioolbuizen heeft slijtage ten gevolg in met name de BOB (binnen onderkant buis).
Deze slijtage is een gevolg van het schuren en heeft plaats bij alle materialen. Alleen zachtere materialen slijten sneller als hardere materialen. Een logische verklaring voor aanwezigheid van microplastics bij RWZI's lijkt me.
Een groot deel van de transportleidingen van afvalwater in Nederland zijn kunststoffen: PE, PP en PVC.
Beste Herman van Dam en Jos Peters,
Boeiende discussie, waarvan ik denk dat ieders mening redelijk is, dus een waarheid-in-midden benadering zou een kans kunnen zijn en wellicht het onderzoeken waard. Suggesties zijn:
1) water infiltreren op de lage flank van de Veluwe, b.v. het Apeldoorns kanaal heeft nu ook een infiltrerende werking, nabij dit kanaal an een waterwinning wellicht wel zonder negatieve invloed op Veluwe massief te veroorzaken.
2) water gebruiken dat in wintermaanden uit de sprengen stroomt ook op de flank van de Veluwe, zodat sprengen blijven stromen en laaggelegen beken een redelijk debiet behouden (al is het debiet dan lager dan huidig).
vriendelijke groet, Gerrit Schouten (hydroloog en geboren op de oost-Veluwe)
Moeten we ons al zorgen gaan maken om het oppervlaktewater?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.