Het is drinkwaterbedrijven toegestaan om huishoudens met minderjarige kinderen af te sluiten bij wanbetaling. Dat is de uitkomst van een door Defence for Children en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) aangespannen zaak tegen de Staat en de drinkwaterbedrijven Dunea en PWN. Beide organisaties stellen dat minderjarige kinderen op basis van mensenrechtenverdragen nooit mogen worden afgesloten. De Haagse rechtbank stelt ze in het ongelijk.

Defence for Children en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten stellen dat kinderen 'een onvoorwaardelijk en zelfstandig recht hebben op water' en dat afsluiten in strijd is met het Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK) en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Huishoudens met minderjarigen zouden daarom bij wanbetaling nooit van het drinkwater mogen worden afgesloten.

De rechtbank ziet dat anders en stelt dat beide verdragen een kind geen onvoorwaardelijk recht op toegang tot drinkwater geeft. Er is, aldus de rechtbank in het vonnis, met de huidige Drinkwaterwet en de daarop gebaseerde regelingen geen sprake van een situatie die in strijd is met de mensenrechten als het drinkwater wordt afgesloten. “Dat is in zijn algemeenheid niet onrechtmatig tegenover kinderen. In een concreet geval, waar alle omstandigheden worden meegewogen en de situatie van een bepaald kind in ogenschouw wordt genomen, kan dat anders liggen, maar in deze zaak gaat het niet om concrete gevallen.”

De rechtbank wijst er op dat de primaire verantwoordelijkheid voor het welzijn van kinderen bij de ouders/verzorgers ligt. “Het is dan ook in de eerste plaats aan hen om een regeling te treffen als zij de rekening niet kunnen betalen, zodat de toegang tot drinkwater wordt voortgezet of hersteld.” In de praktijk geeft de ministeriële regeling ‘Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater’ mensen met betalingsproblemen vele mogelijkheden om tot een regeling te komen, waardoor het niet tot afsluiten van water hoeft te komen.  

Privacywetgeving
Tijdens de behandeling van de zaak in februari, stelde drinkwaterbedrijf Dunea dat het ook niet weet wat of er kinderen wonen op een adres dat wordt afgesloten. “Gegevens over gezinssamenstelling hebben we niet en mogen wij vanwege privacywetgeving ook niet verzamelen en bewaren. Als onze medewerkers echter tijdens het huisbezoek signalen krijgen dat er kinderen woonachtig zijn, bijvoorbeeld als er speelgoed in de tuin ligt of voor de deur op de galerij staat, wordt er ten alle tijde in samenspraak met de klant naar een oplossing gezocht.”

PWN schrijft: “Er komt een moment dat we alles geprobeerd hebben en door elk poortje zijn gegaan en afsluiten als enige optie overblijft. En als we afsluiten, hebben we géén idee wie er achter de voordeur woont, behalve de naam van de klant met wie wij het contract hebben. Een man, een vrouw, een stel, of een gezin met jonge kinderen. We weten het niet en we mogen het niet weten, om de privacy van onze klanten te beschermen en dat is een goede zaak.”

Daar komt bij, aldus PWN, dat drinkwaterbedrijven geen uitzondering kunnen maken en ‘de maatschappelijke taak hebben om op te komen voor al onze klanten, niet een paar’. “Al zouden we het willen, we kunnen daar niet van afwijken. Dan kunnen we namelijk op termijn niet meer garanderen dat er betaalbaar drinkwater beschikbaar is voor iedereen. Klanten betalen een kostendekkend tarief voor hun drinkwater.”

Terughoudend
Los van de vraag of afsluiten rechtmatig is of niet, zijn drinkwaterbedrijven erg terughoudend met afsluiten, aldus Dunea. “Deze uiterste stap zetten wij pas na het doorlopen van een zorgvuldig proces, waarin vijf keer opnieuw de mogelijkheid wordt geboden om alsnog te betalen.”

He drinkwaterbedrijf is blij dat er door de uitspraak van de rechtbank in Den Haag duidelijkheid is in de kwestie. Directeur Wim Drossaert zegt op de site van het drinkwaterbedrijf: “Afsluiten is een zwaar middel dat wij liever niet inzetten. Maar als alle pogingen om met een niet betalende klant in contact te komen op niets uitlopen, is het helaas onze enige mogelijkheid om tot een betalingsregeling te komen.”

 

MEER INFORMATIE
Uitspraak rechtbank

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!