0
0
0
s2smodern

Voor het op afstand vinden van afsluiters van ondergrondse drinkwaterleidingen kan de HF-techniek met lange radiogolven een goede oplossing zijn, blijkt uit een project in de drinkwatersector. De snel opkomende UHF-techniek met korte golven is alleen bruikbaar bij een droge bodem.

Kunnen ondergrondse appendages van drinkwaterbedrijven worden teruggevonden en geïdentificeerd met behulp van RFID-markers? Deze vraag stond centraal in het project Lokalisatie en Identificatie Van Appendages (LIVA). RFID is de afkorting van Radio-Frequency IDentification. Het ingenieurs- en adviesbureau Royal HaskoningDHV had de leiding over het project. Verder deden de drinkwaterbedrijven Brabant Water, Dunea, Oasen en PWN en de leveranciers Zweva en Saint Gobain Pipe Systems mee.

Nieuw voor drinkwatersector
Het gaat om een nieuwe techniek voor de drinkwatersector, vertelt Daniel Levelt, consultant Drinking Water bij Royal HaskoningDHV. “De telecombedrijven maken al gebruik van RFID-markers maar hun leidingen liggen niet erg diep. We wilden weten of deze techniek ook toepasbaar is voor appendages van drinkwaterleidingen zoals afsluiters. Deze leidingen liggen meestal op een diepte van 80 tot 120 centimeter in de ondergrond. De technische uitdaging is dan anders. Neem bijvoorbeeld een straat die blank staat door een lek in de waterleiding. Dan is het natuurlijk erg handig als je de afsluiter vanaf een afstand van pakweg vijftien meter met behulp van RFID kunt lokaliseren.”

Een RFID-marker is een passieve chip die door een uitleesapparaat wordt geactiveerd. Bij het LIVA-onderzoek is gekeken naar twee soorten RFID-markers: tags die werken op basis van ‘high frequency’ (HF) en tags op basis van ‘ultra high frequency’ (UHF). “De HF-techniek is al zestig jaar oud en werkt met lange golven”, licht Levelt toe. “De UHF-techniek met korte golven is sterk in opkomst. Denk bijvoorbeeld aan chips in kleding en toegangspoortjes. UHF biedt meer mogelijkheden dan HF. Een ander voordeel is dat hierbij een wereldwijde standaardisatie bestaat.”

HF robuuste techniek
Tijdens het LIVA-project zijn de HF- en UHF-tags bij verschillende grondsoorten en onder uiteenlopende omstandigheden uitgeprobeerd. Volgens Levelt heeft HF zich bewezen als een robuuste techniek in de ondergrond. De lange golven gaan onder meer door klei, steen, vocht en zand heen. “We vonden tags in twee meter diepe blubber gewoon terug. HF is een zeer goede oplossing ondergronds.”

Dit in tegenstelling tot UHF, merkt Levelt op. “Water blijkt de korte golven te dempen. Bij alle testen faalden de UHF-tags op wat grotere diepte, behalve in droge zandgronden. De UHF-techniek gaat het in water dus niet worden.”

Toepassingen bekijken
De HF-techniek is echter ook niet zaligmakend, stelt Levelt. “Het is voor een leverancier alleen bij zeer grote aantallen interessant om een nieuw model voor de drinkwatersector te produceren. Anders wordt een specifieke tag te duur.”

Wat heeft het LIVA-project opgeleverd? “De grootste winst is dat we nu veel meer weten over de toepassing van RFID-markers”, zegt Levelt. “De eindconclusie is nogal diffuus. Het project heeft jammer genoeg geen bruikbaar nieuw product opgeleverd. De deelnemende drinkwaterbedrijven kijken nu hoe ze tags kunnen toepassen. Zo overweegt Oasen HF-tags aan te brengen bij leidingen op locaties waar sprake is van een potentieel gevaarlijke situatie. De tijdens het project opgedane kennis is ook nuttig voor de themagroep Citadel binnen het Platform Innovatie Drinkwater. Citadel is een publiek-privaat samenwerkingsverband dat zich bezighoudt met innovaties in de ondergrondse infrastructuur.”

Meer over LIVA-project in deze rapportage nieuwe stijl

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.