secundair logo knw 1

De Westfriesche Vaart. Foto Provincie Noord-Holland

Kunnen oevers ook anders dan met beton of stortsteen beschermd worden? Langs de Westfriesche Vaart, tussen Middenmeer en Medemblik, heeft de provincie Noord-Holland proeftuinen aangelegd met duurzamere opties.

Baggerslib, oude damwandplanken en een restproduct uit de patatindustrie gaan in de toekomst mogelijk gebruikt worden voor de 252 kilometer oevers die de provincie beheert. Nu worden stortsteen of betonblokken gebruikt voor de bescherming van deze oevers, maar de provincie wil dat geleidelijk vervangen door duurzamer materiaal. 

In vier ‘proeftuinen’ langs de Westfriesche Vaart worden verschillende materialen eerst kleinschalig onderzocht, zo schrijft de provincie op de website. Feitelijk gaat het om drie opties, want het vierde proefvak is de controlelocatie. 

De eerste proeftuin is in samenwerking met BESE products ingericht met matrassen gemaakt van een restproduct (zetmeel) uit de patatindustrie. Deze matrassen zijn biologisch afbreekbaar en dienen als tijdelijke erosiemaatregel, totdat rietwortels de bescherming van de taluds overnemen.

Plantengroei
Voor het tweede proefvak is in samenwerking met NETICS een type stortsteen ontwikkeld uit samengeperste baggerslib. Deze stenen, zo groot als kloostermoppen, worden los op de oever gestort als vervanger van het traditionele breuksteen. 

De samenstelling van de steen is afgestemd op de gewenste levensduur en er zijn zaden toegevoegd. Na verloop van tijd breekt de steen door plantengroei uit elkaar, waardoor een natuurlijke groene oever ontstaat. 

De derde proeftuin is geïnspireerd door Chinese rijstvelden. Hierbij worden oude houten damwandplanken gebruikt, die eerder op dezelfde plek dienstdeden als beschoeiing. Van deze planken zijn taludbakken gemaakt, waarin planten en riet groeien. De bakken dienen als tijdelijke erosiemaatregel, totdat ook hier de planten de bescherming van de taluds overnemen. 

Duurzame Oevers
De proeftuinen maken deel uit van het programma Duurzame Oevers, waarvoor de provincie een samenwerkingsovereenkomst heeft met een combinatie van twee waterbouwkundige aannemers: Beens Groep en Hakkers. 

Zij versterken of vervangen oevers die aan het einde van hun levensduur zijn en maken daarbij zo mogelijk gebruik van de resultaten van de proef. De provincie kon vanmiddag niet zeggen wanneer die resultaten bekend zijn. 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.