0
0
0
s2smodern

In het water van de Dommel, de Maas en vijf nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) bevinden zich maar liefst 26 verschillende soorten microplastics en -rubbers, zo ontdekte een team van onderzoekers. Het is volgens hen voor het eerst dat er zo nauwkeurig is gemeten. 

De gevonden concentraties microplastics varieerden sterk, maar gemiddeld ging het om ongeveer 1 deeltje per liter. Dat ligt onder het niveau waarbij ongewenste ecologische effecten worden verwacht. Een norm hiervoor is er nog niet; daarvoor is er nog te weinig bekend. Toch is het belangrijk die concentraties in de gaten te houden, waarschuwen de onderzoekers.

''Het zijn deeltjes die niet zomaar verdwijnen’’, zegt promovendus Merel Kooi van Wageningen University & Research. ''En omdat bij gelijkblijvend of stijgend gebruik van plastic de concentraties in het milieu daarom hoger zullen worden, kan het in de toekomst wel een probleem worden.”

Kooi voerde het onderzoek uit samen met wetenschappers van de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. De monsters werden grotendeels in het najaar van 2017 genomen en vervolgens in het laboratorium geanalyseerd. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Water Research.

Minder betrouwbaar
Het merendeel van alle microplastics in zeeën en oceanen wordt aangevoerd door rivieren, waarin de microplastics vanuit verschillende bronnen samenkomen. Kennis over die bronnen en over de verspreiding is belangrijk voor watermanagers, zo stellen de onderzoekers. Zij kunnen dan beter inschatten of en waar risico’s te verwachten zijn.

Eerdere onderzoeken waren door verontreiniging vaak minder betrouwbaar en bovendien werden alleen grotere deeltjes gedetecteerd.

''Het is lastig om microplastics in water op te sporen”, verklaart Kooi. ''Dat komt bijvoorbeeld doordat lab-materiaal soms ook van plastic gemaakt is, waardoor de monsters makkelijk vervuilen. Maar ook bijvoorbeeld een fleecetrui kan de oorzaak zijn. Wij droegen dus zo veel mogelijk katoenen kleding.’’

Verder is er door de relatief lage concentraties veel water nodig voor een betrouwbare analyse: per monster van 1 liter moesten duizenden liters water bemonsterd en geconcentreerd worden. ''En vervolgens neemt het analyseren van zo’n monster uren in beslag’’, vertelt Svenja Mintenig, hoofdonderzoeker en promovendus aan de Universiteit Utrecht.

Voorheen werden vaak alleen deeltjes vanaf 300 micrometer, ongeveer zo groot als een huisstofmijt en nog net met het blote oog te zien, gemeten. ''Nu kunnen we zelfs deeltjes tot 20 micrometer, zo klein als een menselijke huidcel, waarnemen”, zegt Mintenig.

 

-advertentie-

 

 

Rwzi’s
Door de monsters met behulp van een speciale microscoop en nieuwe software te analyseren, legden de onderzoekers de aanwezigheid van 26 verschillende soorten plastics en rubbers bloot. Hoe kleiner de deeltjes, hoe meer er in het water werden aangetroffen. Dicht bij steden waren de concentraties meestal hoger dan in minder dichtbevolkte gebieden.

Het ging daarbij vooral om polyethyleen en polypropyleen, vertelt Kooi. ‘’Dat zijn de plastics waarvan bijvoorbeeld plastic zakjes en doppen van zijn gemaakt. Maar omdat de stukjes zo klein waren, konden we ze niet herleiden tot de bron.’’

Het blijft nog onduidelijk waar de microplastics precies vandaan komen. Wel staat volgens de onderzoekers vast dat ze ook uit de rwzi’s afkomstig zijn. ''Maar het was niet zo dat er benedenstrooms consequent hogere concentraties waren. Er zijn dus ook andere, misschien zelfs belangrijkere, bronnen van microplastics in rivieren.”

Het onderzoek maakt deel uit van het project TRAMP (Technologies for the Risk Assessment of Microplastics), dat deels wordt gefinancierd door het NWO Open Technology Programma en deels door de waterschappen en verschillende overheidsinstanties.

MEER INFORMATIE
Artikel in Water Research
Website TRAMP
Is Nederlands kraanwater ook vervuild met microplastics?

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Michaël Bentvelsen · 8 months ago
    Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
    Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
    Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.
    • This commment is unpublished.
      Leon de Poorter · 8 months ago
      Het onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
  • This commment is unpublished.
    Wil Houben · 7 months ago
    Het stromen van water door rioolbuizen heeft slijtage ten gevolg in met name de BOB (binnen onderkant buis).
    Deze slijtage is een gevolg van het schuren en heeft plaats bij alle materialen. Alleen zachtere materialen slijten sneller als hardere materialen. Een logische verklaring voor aanwezigheid van microplastics bij RWZI's lijkt me.
    Een groot deel van de transportleidingen van afvalwater in Nederland zijn kunststoffen: PE, PP en PVC.
  • This commment is unpublished.
    Joost Christiaans · 8 months ago
    Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.