secundair logo knw 1

Waterbouw | Beeld Rijkswaterstaat

De omzet van de maritieme sector is afgelopen jaar met 3 procent gegroeid. De havens zitten al jaren in de lift en ook met de waterbouw ging het in 2017 goed. De scheepsbouw en de offshore hebben het daarentegen nog steeds moeilijk. De werkgelegenheid in de sector daalde heel licht.

Dit blijkt uit de Maritieme Monitor die het onderzoeks- en beleidsadviesbureau Ecorys heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De maritieme sector vertoont tekenen van herstel na het zwakke jaar 2016, toen er geen groei was. De totale directe en indirecte omzet bedroeg in 2017 ruim 55 miljard euro, een toename met 3 procent. De sector draagt 3,1 procent van het bruto binnenlands product in Nederland bij. De export was afgelopen jaar een kleine 26 miljard euro.

De omzetgroei is niet terug te zien in de directe werkgelegenheid in de sector. Die daalde juist een beetje met een half procent. In 2017 werkten grofweg 260 duizend medewerkers in het maritieme cluster, waarvan 167 duizend in de maritieme sector zelf. De groei van de werkgelegenheid in de havens springt eruit. Die is sinds 2006 met bijna 30 procent gestegen.

Grote verschillen binnen sector
De sector is van enorm belang voor de Nederlandse economie, merkte minister Cora van Nieuwenhuizen op tijdens het Maritime Awards Gala van maandag waar zij de monitor presenteerde. “Het zijn dit jaar gelukkig wat vrolijker berichten dan vorig jaar. Het gaat iets beter met de branche, al geldt dat nog niet voor alle sectoren.”

Ondanks de stijging van de omzet blijft de maritieme sector volgens de minister achter bij de groei van de Nederlandse economie. “Het lijkt erop dat bedrijven na het zwakke jaar 2016 hebben geïnvesteerd in omzetgroei en niet zozeer in uitbreiding van personeel of direct herstel van de winst. Ook zijn er binnen de sector grote verschillen. De havens doen het al jaren goed, de scheepsbouw en de offshore hebben het moeilijk.”

Goed jaar voor waterbouw
De Maritieme Monitor geeft een beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de elf onderdelen van de branche. Waterbouw is er een van. Het gaat goed met de ongeveer tweehonderd bedrijven. De omzet, export, productiewaarde, toegevoegde waarde en werkgelegenheid stegen in 2017 alle met afgerond 5 procent. De totale omzet is bijna 1,8 miljard euro. Na oplevering van de Tweede Maasvlakte en enkele kustbeschermingsprojecten is de exportmarkt voor de waterbouw nog belangrijker geworden.

Er zijn naar schatting 6.300 mensen werkzaam in de waterbouw. Indirect komen daar nog zo’n 9.100 mensen bij. De werkgelegenheid heeft zich hersteld na een flinke daling in 2016. De arbeidsmarkt wordt als krap omschreven. De personeelsbehoefte heeft te maken met zowel de groei als de vergrijzing. De waterbouwers verwachten dat in de periode 2018-2023 ongeveer 4.500 nieuwe mensen nodig zijn.

 

MEER INFORMATIE
Bericht ministerie van IenW
Maritieme Monitor
Havenmonitor

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoe bestaat het dat dit maar door gaat en dat de overheid zo lankmoedig ermee om gaat? Sleep de vervuilers voor de rechter overheid!!
Deze gegevens geven een goed overzicht en een schrikbarend beeld van de huidige situatie. De Volksgezondheid staat op het spel. Waarom is er geen inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene die dit soort zaken bewaakt en binnen de rijksoverheid de plicht heeft en verantwoordelijkheid neemt tot nadere acties? Een dergelijke instantie is hard nodig en is van belang voor alle betrokken partijen incl. het bedrijfsleven. Ook voor de drinkwaterbedrijven moet het van groot belang zijn dat binnen de organisatie van de rijksoverheid een organisatie bestaat die de belangen van de drinkwaterbedrijven als onderdeel van de zorg voor de Volkgezondheid behartigt en een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft los van de politieke waan van de dag.
Ben benieuwd of dit ook werkt op PFAS en PFOA?
Je merkt uit reactie van riviergemeenten - achteruitgang van het landschap - dat geld van bebouwing in dit risicogebied toch zwaar telt. Als Rijkswaterstaat zou ik zeggen tegen die eigenaren: zwemdiploma is vereist voor alle bewoners, bij paniek wordt geen hulp geboden, uw verzekering en u als eigenaar zijn 100% voor schade zelf verantwoordelijk.
Wat ik mis in dit stuk, is hoe dit principe in andere landen wordt gehanteerd. En hoe de stoffenreeks en analyse frequentie in andere landen is. Ook dat heeft natuurlijk forse invloed op dit statische principe.  Mijn gevoel is (en ik heb toch al een aantal impact analyses gedaan in andere EU landen) dat we met het verlaten van dit principe een fors aantal plaatsen stijgen op de eu ranglijst waterkwaliteit. Wordt het daarmee beter, nee, wordt de kwaliteit slechter, ook nee. Moeten we onverlet doorgaan met emissiebeperking, zeker.