0
0
0
s2smodern

Nederland en Singapore gaan samen oplossingen voor de circulaire economie verkennen en realiseren. Een van de onderwerpen is het terugwinnen van hernieuwbare energie en grondstoffen uit afvalwater en slib.

De landen halen de banden op kennisgebied aan en willen nieuwe circulaire oplossingen met marktpotentie ontwikkelen. Aan Nederlandse kant doen dertien publieke en private partijen mee, waarvan een deel uit de watersector komt. Onder meer de bedrijven CirTec, Nijhuis Industries en Paques, het Amsterdamse watercyclusbedrijf Waternet, het kennisinstituut KWR en het advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos zijn erbij betrokken. De deelnemers hebben zich verenigd in ReCirc Singapore; hiervoor is afgelopen vrijdag de samenwerkingsovereenkomst getekend. Het consortium valt onder het programma Partners for International Business (PIB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Witteveen+Bos verzorgt de coördinatie.

Het zaadje voor de nauwe samenwerking met de Aziatische stadsstaat is geplant tijdens de Singapore Internationaal Water Week van 2016. Arjen van Nieuwenhuijzen, projectleider vanuit Witteveen+Bos, licht toe: “Toen ik samen met Mark van Loosdrecht van TU Delft en Kees van der Lugt en Roelof Kruize van Waternet een gesprek had met onze Singaporese partners, was de conclusie dat beide landen dezelfde uitdagingen hebben. Daarna hebben wij de samenwerking uitgewerkt. Deze is feitelijk bezegeld tijdens het bezoek van minister Masagos aan de recente Amsterdam International Water Week.”

Er is een lijstje met zes onderwerpen opgesteld. Voor de watersector is vooral de geïntegreerde terugwinning van hernieuwbare energie en grondstoffen uit afvalwater en slib van belang. Het accent ligt echter op afval, vertelt Van Nieuwenhuijzen. “Singapore is vooral op dit terrein geïnteresseerd in circulaire oplossingen, want de verwerking van afval is daar een zeer groot probleem. Binnen PIB ReCirc staat het hergebruik van water niet primair, omdat er al diverse watergerelateerde trajecten lopen.”

De partijen uit de twee landen hebben een marsroute voor de komende drie jaar uitgestippeld. Van Nieuwenhuijzen: “Wij identificeren eerst de belangrijkste problemen, brengen grondstofstromen in kaart en bepalen de onderwerpen waarmee we definitief aan de slag gaan. De bedoeling is om uiteindelijk toe te werken naar demonstraties voor oplossingen van haalbare business cases. Van daaruit willen we een gemeenschappelijke markt vergaren. De kennisinstellingen hebben een eigen parallel traject. Dit moet in 2021 resulteren in de oprichting van een kenniscentrum met internationaal aanzien: het Singapore-Netherlands Centre of Excellence on Resource Recovery for Circular Economy.”

De diversiteit bij de Nederlandse deelnemers is groot, merkt Van Nieuwenhuijzen op. “Zo doen zowel kleine startups als grote bedrijven mee. De basis is een sterke privaat-publieke samenwerking. Alle partijen willen open samenwerken en hun visies en kennis delen. Het initiatief draagt bij aan de versterking van de Nederlandse concurrentiekracht bij oplossingen voor de circulaire economie.”

Lees meer over de samenwerking met Singapore

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.