De Gezondheidsraad schat dat enkele tienduizenden jonge kinderen en duizenden zwangeren bloot worden gesteld aan hoge concentraties lood in het drinkwater. Ze wonen in oude huizen met loden waterleidingen en lopen gezondheidsrisico’s. De raad adviseert de oude waterleidingen te saneren.

Over het algemeen is het loodgehalte in het Nederlandse kraanwater laag: rond 1 μg/l. In huizen met loden leidingen zijn deze concentraties veel hoger, tot rond de 35 μg/l.

De commissie signalering gezondheid en milieu van de Gezondheidsraad schat dat er nog 100.000 tot 200.000 huizen zijn met loden leidingen. Dat betekent, aldus de raad, dat zo’n 230.000 tot 460.000 bewoners worden blootgesteld aan lood dat via deze leidingen in het drinkwater komt.

Schadelijk
Hogere concentraties lood zijn bij inname schadelijk voor de gezondheid. Met name zuigelingen die flesvoeding krijgen en jonge kinderen zijn kwetsbaar. Hersenen die sterk in ontwikkeling zijn, zijn het meest gevoelig voor loodinname: hoe jonger het kind, hoe kwetsbaarder, schrijft de Gezondheidsraad, die zich baseert op onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Dit kan leiden tot verminderende intelligentie, de raad spreekt over afname van 2 tot 5 IQ-punten. Volwassenen lopen groter risico op hart- en vaataandoeningen en chronische nierziekte.

Kraanwatermonsters
Nederlandse drinkwaterbedrijven zijn verplicht om de kraanwaterkwaliteit aan het tappunt bij de consument te monitoren. Uit deze monitoring blijkt dat de loodconcentraties in kraanwater de laatste decennia is afgenomen. In 2004 werd de concentratie van 10 μg/l in 3,8 procent van de kraanwatermonsters overschreden, in 2016 was dat percentage gedaald tot 1,1 procent.

De afname schrijft de raad toe aan het beleid van drinkwaterbedrijven om de loden dienst- of aansluitleidingen (buiten de woning) te vervangen. Op 'enkele honderden' moeilijk bereikbare locaties zijn nu nog loden buitenleidingen aanwezig.

Saneren
De gezondheidsraad adviseert de minister van Infrastructuur en Waterstaat om de circa honderd- tot tweehonderdduizend loden drinkwaterleidingen in oude huizen te saneren. In afwachting van de sanering beveelt de raad bewoners van oude huizen aan flessenwater te gebruiken voor zwangere vrouwen, zuigelingen die flesvoeding krijgen en jonge kinderen.

In huizen met nieuwe leidingen doen bewoners er goed aan om de eerste maanden de kraan voor gebruik goed door te spoelen, want ook in deze leidingen komt gedurende korte tijd na in gebruikname lood vrij.

Bewustwording
De raad adviseert voorts om te investeren in bewustwording. Daarbij verwijst ze naar de ‘citizen science onderzoeksprojecten’ van drinkwaterbedrijven, waarbij burgers een centrale rol spelen in bemonstering en onderzoek van drinkwater.

“Doel van dergelijke projecten is bewustwording en betrokkenheid van en handelingsperspectief voor de burger”, schrijft de raad. “Zo gaf ongeveer de helft van de deelnemers waarbij lood in kraanwater is aangetroffen aan dat zij het waarschijnlijk achten dat zij binnen één jaar de loden leidingen laten vervangen.”

Drinkwaterrichtlijn
Daarom adviseert de raad drinkwaterbedrijven en gemeenten te faciliteren om een aanbod te doen aan bijvoorbeeld starters, kinderdagverblijven en scholen in oude wijken (van voor 1960) om het loodgehalte in kraanwater te meten. “Blijkt dit hoog, dan worden ze extra gemotiveerd om de leidingen te (laten) vervangen en kunnen ze in afwachting daarvan gedragsadviezen volgen.”

De Gezondheidsraad adviseert voorts het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om in de Europese discussie over de Drinkwaterrichtlijn te bepleiten dat de huidige drinkwaternorm wordt verlaagd van 10 μg/l naar 5 μg/l. “Deze waarde is in Nederland dan te hanteren als actiewaarde in meetprogramma’s om loden leidingen actief op te sporen.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!