secundair logo knw 1

De oprukkende rode Amerikaanse rivierkreeft is een plaag geworden (foto: Luc Hoogestein / Wikimedia Commons)

De opmars van exotische rivierkreeften en dan vooral de rode Amerikaanse rivierkreeft bezorgt waterschappen veel hoofdbrekens. Het kenniscentrum STOWA start met een landelijk onderzoeksproject. Hierin is veel aandacht voor hoe waterbeheerders zich kunnen verweren tegen de uitheemse rivierkreeften.

Exotische rivierkreeften kunnen voor flinke ecologische schade in wateren zorgen, omdat zij waterplanten opvreten en kapotmaken. Dat leidt vaak tot een achteruitgang in biodiversiteit. Tevens graven de kreeften holen in oevers en verplaatsen ze zand. Zij ondermijnen hiermee kades en dijken en zorgen daarnaast voor extra bagger en vertroebeling van water.

Bas van der Wal vk Bas van der WalOm al deze redenen is er veel behoefte aan het landelijke onderzoek, zegt Bas van der Wal, onderzoekscoördinator watersystemen bij STOWA. “Wij zijn voortvarend van start gegaan met de voorbereiding, omdat de waterschappen er flink druk op zetten.” Ook STOWA-projectleider Tessa van der Wijngaart rept van grote interesse. “Het onderwerp krijgt op bestuurlijk niveau veel meer aandacht dan vroeger. Ik denk dat dit ook te maken heeft met de toenemende schade aan keringen en het baggerprobleem.”

Negen soorten
Er zijn nu negen uitheemse rivierkreeften in Nederland aangetroffen. Vooral de rode Amerikaanse rivierkreeft - in 1985 voor het eerst hier in het wild gesignaleerd - vormt een flink probleem voor waterschappen, vertelt Van der Wal. “Deze soort staat met stip op één in ons onderzoek. De rode Amerikaanse rivierkreeften hebben zich over heel Nederland verspreid, omdat ze zich over land kunnen verplaatsen. We nemen ook een aantal andere soorten mee, die voor vergelijkbare schade zorgen. Zij komen echter op veel minder plekken voor en zijn dus een minder groot probleem.”

Hoe het onderzoeksproject er precies uit gaat zien, moet nog worden bepaald. Eind januari overlegt STOWA met een groep waterbeheerders over de opzet en financiering. Het gezelschap is gemêleerd, merkt Van der Wijngaart op. “De deelnemers zijn zowel ecologen als waterschapsmedewerkers die zich bezighouden met veiligheid van keringen en baggervorming. Wij willen alle vragen en initiatieven zoveel mogelijk bij elkaar brengen.”

Twee fasen
Het project zal volgens Van der Wal uit twee fasen bestaan. “De bedoeling is om eerst een literatuurstudie uit te voeren. Die kan nog voor de zomer klaar zijn. Het gaat eigenlijk om een review van bestaande reviews, want er is al veel bekend. Zo hebben Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Rivierenland recent een uitgebreide review naar de schade door uitheemse rivierkreeften laten uitvoeren.”

Daarnaast is er onderzoek voorzien waarbij veldwerk wordt uitgevoerd. Van der Wal: “Dit biedt hopelijk zicht op handelingsperspectieven van waterschappen. We willen liefst al in mei met het veldwerk beginnen. In de warme maanden zijn de koudbloedige beesten het meest actief.”

Verwacht geen imitatie van de succesvolle bestrijdingswijze van muskusratten, zegt Van der Wal. “Het is zeer onwaarschijnlijk dat het gaat lukken om exotische rivierkreeften op grote schaal terug te dringen. Waterschappen zullen ze dus moeten beheersen en zich ertegen moeten verweren. Dat kan mogelijk door de ecosystemen robuuster te maken, maar hiervoor is nog aanvullende kennis nodig.”

Aanknopingspunten
STOWA zal dit onderzoek combineren met het onderzoek dat al loopt binnen het programma Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit, een initiatief van de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren. Van der Wal: “De wetenschappers die het onderzoek uitvoeren, hebben zich tot nu toe geconcentreerd op ecologische aspecten. Zij gaan nu ook kijken naar graverij door rivierkreeften.” 

Van der Wal wijst nog op een bijzonder verschil in poldergebieden. “Het komt geregeld voor dat er in de ene sloot veel uitheemse rivierkreeften zitten en in de andere, nabijgelegen sloot niet. Dat biedt mogelijk aanknopingspunten voor waterschappen om een oplossing te vinden.” 

MEER INFORMATIE
Invasieve exoten blijven komen en dat geeft steeds meer kopzorgen

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Geheel eens met de reactie van dhr. Peters. "Natuur is leuk", maar even niet als het de landbouw in de weg zit. Dan poetsen we het weg als lastig (kleine snippers??) of ongewenst. Gemiste kans want, afgezien de intrinsieke verantwoording die de overheid en haar burgers heeft voor het behoud van onze natuur is het ook van groot belang voor drinkwater, economie (recreatie/vestigingsklimaat), wetenschap en het welbevinden van miljoenen mensen. En dat poets je niet weg tegen de marginale landbouw- en visserijbelangen. 
Ik vond het regeerakkoord een verademing na jaren waarin de werkende meerderheid de hobbies van allerlei clubs betaalde. Als kostwinner betaalde ik sowieso elke maand al een flinke boete. Er is in het hele akkoord toch ook geen enkele veroordeling te lezen voor mensen die vrijwillig kiezen "groen" te leven? Als je dat wilt, ben je toch vrij daarin?
Passende citaten: "Er wordt ingezet op: Een nieuwe, regio-specifieke derogatie van de Nitraatrichtlijn (gebaseerd op gemeten waterkwaliteit zoals in andere landen). En nog een: Daarvoor worden voor natuur, waterkwaliteit, klimaat en luchtverontreiniging waar mogelijk bedrijfsspecifieke emissiedoelen geformuleerd." Wat zijn dat voor criteria? In welke regio's moet dan worden gemeten en waar en bij welke bedrijven passen we dan welke criteria toe? Wie gaat al die gegevens verzamelen en al die metingen desgewenst opnieuw doen? Hoe lang gaat dat duren en hoeveel vervuiling moeten we dan nog toestaan?  En waar slaat 'waar mogelijk' op? We weten toch allang welke industriële vervuiling er is, waar die zich bevindt, en er is toch een kaderrichtlijn water? Dit gaat inderdaad over een ander land. Een ongewenst land.
Tja Jos, Nederland weer van “ons”. Het lijkt mij dat er verschillende “ons” zijn. In veel herken ik mij niet. Kennelijk behoor ik tot een ander “ons”. De “plannen”, ik word er nogal verdrietig van. Ik heb veel bewondering voor jou strijd en lees jouw publicaties graag.
Ik zal nader onderzoek doen naar de feitelijke cijfers die hierbij horen Dit weet ik wel dat mn veelal graslanden die grenzen aan Natura-2000 gebieden vrijwel 100% vrij zijn van toepassing chemische gewasbeschermingsmiddelen. Deze ondernemers moeten zoiets via loonwerkers laten uitvoeren en dat zijn relatief hoge kosten EN zij hebben weinig problemen met wat kruiden in get gras. Uitgezonderd wel daar waar distelvelden jaren zijn gekweekt door onzorgvuldig natuurbeheer!