Wat is de beste manier om kwelders met bijbehorende natuur te ontwikkelen? Deze vraag wordt de komende drie jaar onderzocht in een nieuw kwelderlandschap aan de kust van Delfzijl. Zo wordt er gezocht naar de beste verhouding tussen zand en klei.

De vijftien hectare grote buitendijkse testlocatie is opgedeeld in een aantal proefvakken. Hierin verschillen de bodemsamenstelling en de aanplant van zeekraal. De ondergrond van de proefvakken bestaat uit zand en klei, net als de natuurlijke ondergrond van een kwelder. De onderzoekers kijken naar de beste verhouding tussen zand en klei voor kwelderontwikkeling. Daarom is in de toplaag van zand vijf, twintig of vijftig procent klei bijgemengd. Hiervoor is tot klei ingedroogd slib uit het Eems-Dollardgebied gebruikt.

De onderzoekers brengen deze winter de beginsituatie in beeld. Zij meten de hoogteveranderingen, ontwikkeling van geulen en erosie- en aanslibbing van de kwelder. Daarna wordt in het voorjaar zeekraal in een aantal proefvakken geplant. Er wordt nagegaan of en op welke manier aanplant werkt en hoe de begroeiing van de kwelder tot ontwikkeling komt.

Het project past bij de ontwikkelingen die op het ogenblik in en rondom Delfzijl gaande zijn in het kader van onder meer het Programma Eems-Dollard 2050 en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De zeedijk tussen Eemshaven en Delfzijl wordt verbreed en verhoogd volgens de nieuwe veiligheidsnormen die sinds 2017 gelden. Hieraan zijn verschillende projecten voor natuur, recreatie en economie gekoppeld. Het kennisconsortium EcoShape maakte in opdracht van de gemeente Delfzijl een ‘Building with Nature’-ontwerp voor het kustgebied, met daarin een strand, een kwelderpark en een kwelderlandschap. Zo wordt het stadsstrand van Delfzijl vier keer zo groot.

Het kwelderlandschap behoort tot het plan Marconi Buitendijks en is de komende drie jaar aangewezen als een proeftuin. Wethouder Jan Menninga zegt daarover: “Steeds beter is te zien hoe de stad weer met de zee en de waddennatuur verbonden gaat worden. We kijken uit naar de resultaten van de onderzoeken van EcoShape.” Namens dit consortium doen Arcadis, Deltares, Royal HaskoningDHV en Wageningen Marine Research mee aan het project.

Volgens projectleider Petra Dankers van EcoShape kan de opgedane kennis worden toegepast op andere plekken in binnen- en buitenland. “Wereldwijd hebben kustgebieden te maken met de stijging van de zeespiegel en bodemdaling. In Delfzijl bouwen we nu waardevolle kennis en ervaring op met de aanleg van kwelders die kunnen dienen als natuurlijke kustbescherming. De expertise kan op termijn ook andere haven- en deltagebieden helpen om met natuurlijke en gebiedseigen materialen kwelders te ontwikkelen.”

 

Meer informatie

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!