secundair logo knw 1

Zeespiegel is in een gunstig scenario 10 centimeter minder gestegen in 2100 (foto: Pixabay)

Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken zijn snelle, verreikende en ongekende veranderingen in alle onderdelen van de samenleving nodig, stelt het Intergovernmental Panel on Climate Change in een nieuw rapport. Dat levert dan wel duidelijke voordelen op voor mensen en natuurlijke ecosystemen, vergeleken met een temperatuurstijging van 2 graden. Het rapport is input voor de klimaattop van regeringsleiders in december.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft in het begin deze week gepubliceerde rapport de wetenschappelijke inzichten geïnventariseerd over de gevolgen van de opwarming van de aarde met 1,5 graad Celsius. Dat is een halve graad meer dan de huidige opwarming van ongeveer 1 graad ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Aan de twaalfhonderd pagina’s tellende publicatie hebben 91 deskundigen uit veertig landen meegeschreven, onder wie een aantal uit Nederland.

Minder zeespiegelstijging
In vergelijking met een temperatuurtoename van 2 graden Celsius in 2100 - het maximum waarvan in het klimaatakkoord van Parijs wordt uitgegaan - zou de zeespiegel wereldwijd met tien centimeter minder stijgen. Hierdoor worden aan het eind van de eeuw 10 miljoen minder mensen blootgesteld aan gerelateerde risico’s, ervan uitgaand dat er geen adaptatie is.

De marge in de voorspellingen wat betreft de totale stijging is groot. Bij een opwarming met 1,5 graad is de zeespiegel in 2100 wereldwijd mogelijk met gemiddeld 26 centimeter gestegen, maar het kan ook 77 centimeter worden. Tevens zijn er in dit gunstige scenario nog steeds aanzienlijke negatieve effecten. Zo zouden koraalriffen weliswaar niet bijna volledig verdwijnen, maar wel met 70 tot 90 procent afnemen.

Input voor klimaattop
Het nieuwe IPCC-rapport is een belangrijke input voor de klimaattop die in december in de Poolse stad Katowice wordt gehouden. Dan gaan regeringsleiders met elkaar in conclaaf over wat er nodig is om de doelstellingen van het Parijse akkoord uit 2015 te halen. Streven ze naar 1,5 graad, dan moet er bijzonder veel gebeuren. De uitstoot van broeikasgassen moet in 2030 wereldwijd 45 procent lager zijn, vergeleken met 2010. Rond 2050 mag er zelfs geen netto uitstoot meer zijn. “Het beperken van de opwarming tot 1,5 graad is mogelijk binnen de wetten van de natuurkunde en de scheikunde”, merkt Jim Skea van het IPCC op. “Het vereist echter wel ongekende veranderingen.”

Wat dit alles specifiek voor Nederland betekent, wordt niet in het rapport vermeld. Wel wordt ingegaan op extreem hoge waterstanden, vertelt klimaatwetenschapper en tv-weerman Peter Kuipers Munneke op de site van de NOS. “Voor West-Europa en dus Nederland betekent het dat de kans op extreem hoge waterstanden bij een opwarming van 1,5 graad twee keer zo klein is als bij een opwarming van 2 graden. Die halve graad extra opwarming zorgt dus voor twee keer zoveel kans op extreem hoog water.”

Bevestiging
Het rapport is eigenlijk een bevestiging van wat we al weten, reageert onderzoeker Marjolijn Haasnoot van Deltares. “Ik hoop dat het beperken van de mondiale opwarming tot 1,5 graad gaat lukken. Want iedere graad telt, zoals het rapport stelt. De publicatie bevestigt weer eens hoe belangrijk het is om de emissies van broeikasgassen te verminderen en daar snel mee te beginnen. Want dan wordt de zeespiegelstijging beperkt en gaat deze stijging ook veel minder snel. Dat is belangrijk voor een laaggelegen gebied als Nederland, maar natuurlijk ook voor allerlei andere plekken in de wereld. Het maakt het veel gemakkelijker om maatregelen te nemen.”

Haasnoot is hoofdauteur van het rapport Mogelijke gevolgen van versnelde zeespiegelstijging voor het Deltaprogramma, dat als bijlage bij het Deltaprogramma 2019 is opgenomen. Hierin worden drie thema’s onder de loep genomen: waterveiligheid, kustbescherming en zoetwatervoorziening. Het rapport gaat, net als de deltascenario’s, uit van een gemiddelde temperatuurtoename van 2 tot 4 graden in 2100. “Wij hebben niet gekeken naar een zeespiegelstijging bij 1,5 graad opwarming, omdat het KNMI die projecties nog niet heeft. In ons onderzoek zijn de resultaten wel zoveel mogelijk scenarioneutraal gemaakt. Hiermee kun je zien dat er bijvoorbeeld minder zandsuppletie voor de kust nodig is, wanneer de zeespiegel minder snel stijgt.”

Haasnoot waarschuwt ervoor om niet op één paard te wedden. “Wij moeten in Nederland zeker aan klimaatmitigatie doen, maar dat kunnen we niet in ons eentje. Het is natuurlijk zeer onzeker of de 1,5 graad gehaald gaat worden. We moeten daarom ook aan klimaatadaptatie doen en ons goed voorbereiden op verschillende toekomsten. Het Deltaprogramma houdt rekening met een veel grotere bandbreedte van temperatuurstijgingen en dat is verstandig.”


MEER INFORMATIE
Rapport IPCC
Samenvatting voor beleidsmakers
Persbericht IPCC
FAQ IPCC
Artikel op site NOS
Deltares-rapport gevolgen zeespiegelstijging
Bericht over Deltares-rapport

 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoe bestaat het dat dit maar door gaat en dat de overheid zo lankmoedig ermee om gaat? Sleep de vervuilers voor de rechter overheid!!
Deze gegevens geven een goed overzicht en een schrikbarend beeld van de huidige situatie. De Volksgezondheid staat op het spel. Waarom is er geen inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene die dit soort zaken bewaakt en binnen de rijksoverheid de plicht heeft en verantwoordelijkheid neemt tot nadere acties? Een dergelijke instantie is hard nodig en is van belang voor alle betrokken partijen incl. het bedrijfsleven. Ook voor de drinkwaterbedrijven moet het van groot belang zijn dat binnen de organisatie van de rijksoverheid een organisatie bestaat die de belangen van de drinkwaterbedrijven als onderdeel van de zorg voor de Volkgezondheid behartigt en een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft los van de politieke waan van de dag.
Ben benieuwd of dit ook werkt op PFAS en PFOA?
Je merkt uit reactie van riviergemeenten - achteruitgang van het landschap - dat geld van bebouwing in dit risicogebied toch zwaar telt. Als Rijkswaterstaat zou ik zeggen tegen die eigenaren: zwemdiploma is vereist voor alle bewoners, bij paniek wordt geen hulp geboden, uw verzekering en u als eigenaar zijn 100% voor schade zelf verantwoordelijk.
Wat ik mis in dit stuk, is hoe dit principe in andere landen wordt gehanteerd. En hoe de stoffenreeks en analyse frequentie in andere landen is. Ook dat heeft natuurlijk forse invloed op dit statische principe.  Mijn gevoel is (en ik heb toch al een aantal impact analyses gedaan in andere EU landen) dat we met het verlaten van dit principe een fors aantal plaatsen stijgen op de eu ranglijst waterkwaliteit. Wordt het daarmee beter, nee, wordt de kwaliteit slechter, ook nee. Moeten we onverlet doorgaan met emissiebeperking, zeker.